Organisatie - 21 september 2018

Visserijbioloog zonder zeebenen - Adriaan Rijnsdorp kijkt terug op 38 jaar toegepast onderzoek

tekst:
Tessa Louwerens

Adriaan Rijnsdorp nam vorige week afscheid als buitengewoon hoogleraar Duurzaam Visserijbeheer bij Wageningen Marine Research. Bijna veertig jaar geleden kwam hij min of meer per ongeluk in het zeeonderzoek terecht. ‘Mijn eerste dag aan boord was gruwelijk.’

© Tessa Louwerens

Adriaan Rijnsdorps vader en opa werkten allebei in de scheepsvaart in Rotterdam, maar hij ging dierecologie studeren in Groningen en verdiepte zich vooral in het leven van loopkevers en vogels. Onderzoeksbanen in die richting waren echter schaars en Rijnsdorp rolde in 1980 bij toeval de visserijbiologie in als onderzoeker bij het Rijksinstituut voor Visserijbeheer (RIVO), later opgegaan in Wageningen Marine Research. ‘Het was geen bewuste keuze, ik had denk ik met evenveel passie iets anders kunnen doen. Maar ik heb er nooit van mijn leven spijt van gehad.’

De wereld van de mariene ecologie was volstrekt nieuw voor Rijnsdorp. In eerste instantie miste hij de directe ervaring met de dieren. ‘Je zit op een boot en na een half uur vissen wordt alles wat van de zeebodem is geschraapt aan boord gehaald. Maar hoe die beesten hebben geleefd, daar heb je geen idee van.’ Hij leerde er veel over van de vissers. ‘Zij zijn er dag in dag uit mee bezig en hebben ontzettend veel kennis. Hun observaties triggerden mij om nieuwe onderzoeksvragen te stellen.’

Windkracht 9

De eerste tocht herinnert Rijnsdorp zich nog goed. ‘Ze wilden denk ik testen wat voor vlees ze in de kuip hadden met zo’n landbioloog.’ Aan boord van de Katwijk 34 vertrok hij naar de Ierse wateren. ‘Die eerste dag was gruwelijk. We hadden windkracht 9 en als ik opstond moest ik meteen overgeven.’ Zeebenen heeft hij in al die jaren niet ontwikkeld, maar hij leerde het varen waarderen. ‘Die frisse wind en de jan-van-genten om je heen.’

Hoewel het geen liefde op het eerste gezicht was, raakte Rijnsdorp al snel gefascineerd door de geheimen van de zee. ‘De eerste visserijbiologen zijn eind negentiende eeuw begonnen met hun ontdekkingsreis, en in het archief lag een schat aan historische publicaties. Met computers – toen net beschikbaar – konden we deze data analyseren.’ Zo vond hij als toegepast onderzoeker toch de wetenschappelijke verdieping die hij zocht. ‘Sommige collega’s zeiden: “Je moet niet denken dat je hier je wetenschappelijke ambitie kunt ontplooien, je bent hier voor de visserij en de beleidsmakers.” Maar ik kreeg veel vrijheid en zette mijn eigen onderzoekslijn op naar de langetermijneffecten van de visserij. Ik denk dat het belangrijk is dat je ook als toegepast onderzoeker je resultaten publiceert in wetenschappelijke tijdschriften.’

Scholbox

Schol werd uiteindelijk zijn ding. ‘Het is echt een boeiend onderwerp. Denk je het net een beetje te snappen, klopt er toch geen moer van.’ Als voorbeeld noemt hij de door hem bedachte scholbox, een beschermd gebied van 40 duizend vierkante kilometer in de Noordzee waar jonge schollen veilig op kunnen groeien. Daardoor zouden vissers uiteindelijk meer volwassen schol vangen. Iedereen was dolenthousiast en er zou zelfs een standbeeld voor Rijnsdorp komen op Urk. Maar het liep anders.

‘We verwachtten de scholvisserij nóg beter te maken, maar toen stortte verdorie het hele scholbestand in. We waren naïef en overmoedig en dachten dat we met onze modellen alles wisten. Omdat we het niet als experiment met controlegroep hadden opgezet, was het achteraf onmogelijk om het kritisch te evalueren.’ Het standbeeld is er nooit gekomen.

Denk je de schol net een beetje te snappen, klopt er toch geen moer van.

Emotionele powerplay

Voor Rijnsdorp was het een harde les. ‘Wat werd ingevoerd als maatregel om de scholvisserij te verbeteren, is uiteindelijk omgezet naar een maatregel om grote kotters uit bepaalde zones te verbannen. Ik vind het vooral pijnlijk dat de vissers die ons steunden hierdoor hun visgebieden kwijtraakten. Achteraf gezien hebben we te weinig oog gehad voor de politieke context.’

Die context waarin visserijbiologen werken, is volgens Rijnsdorp de afgelopen veertig jaar geleidelijk veranderd. ‘Vroeger had je alleen te maken met opstandige vissers, die vonden dat er niets klopte van ons onderzoek. Dat heeft zich gaandeweg ontwikkeld naar samenwerking. Maar de wereld is veel complexer geworden. Als visserijonderzoeker is het belangrijk om die politieke structuur te begrijpen, om te zorgen dat we beslissingen nemen op basis van wetenschappelijke onderbouwing en niet op basis van emotionele powerplay.’

Dit heeft hij zelf ervaren toen het Europees Parlement in januari dit jaar stemde voor een totaalverbod op pulsvissen. Nederlandse vissers investeerden de afgelopen jaren miljoenen in die vistechniek, waarbij platvis met stroomschokjes van de bodem wordt gelokt. De stemming vond plaats nog voordat Rijnsdorp en zijn collega’s hun grootschalig onderzoek naar de langetermijneffecten van de vistechniek hadden afgerond. Volgens Rijnsdorp is de beslissing vooral gebaseerd op emoties, aangewakkerd door de activistische Franse milieuorganisatie Bloom. Vlak voor de stemming kwam Bloom met een pamflet dat pulsvissen afschilderde als een massavernietigingswapen dat de zee verandert in een kerkhof. Vissen zouden brandplekken hebben door de schokken. ‘Ik was geschokt om te zien dat een ngo met leugens en klinkklare onzin politieke steun wist te verwerven.’

Gepokt en gemazeld

Een visserijbioloog moet zich sterk bewust zijn van zijn rol en van de grenzen daarvan, zegt Rijnsdorp. ‘In de jaren tachtig wisten we bijvoorbeeld dat vissers meer vis vingen dan hun toebedeelde quotum. Maar wij zijn geen verlengstuk van de visserijinspectie, dus wij verlinkten ze niet.’ Om een correcte bestandsschatting te maken, moesten de onderzoekers echter wél weten hoeveel vis er echt uit zee werd gehaald. Daarom bundelden ze in hun internationale rapporten de gegevens over ‘unreported’ vangsten van verschillende landen. ‘Iedere ingewijde wist waar het vandaan komt, maar Nederland werd niet expliciet aan de schandpaal genageld. Gaandeweg raak je als onderzoeker gepokt en gemazeld in het behouden van je wetenschappelijke integriteit, ook wanneer er een politieke storm om je heen waait. En als ministers met handjeklap te veel quotum toestaan, dan wijzen wij ze op de consequenties, maar klimmen we niet op de barricaden. Wij maken het beleid niet.’

Gedoe eromheen

Rijnsdorp gaat nu met pensioen, maar blijft aankomend jaar nog wel betrokken als projectleider van het onderzoek naar de effecten van pulsvisserij. Daarnaast heeft hij nog een persoonlijk project. ‘Hier ligt een schat aan historische gegevens. Het mooie is dat ik nu mijn eigen onderzoek agenda volledig kan bepalen en geen tijd meer hoef te besteden aan al het gedoe eromheen.’

Lees ook:


Re:ageer