Organisatie - 30 november 2017

Tenure-tracker wordt niet per se prof

tekst:
Linda van der Nat

Als het aan de raad van bestuur ligt, laat WUR de teugels van tenure track wat vieren. Onderzoekers groeien in het vervolg niet meer per se door tot persoonlijk hoogleraar en er komen carrièremogelijkheden voor docenten die weinig onderzoek doen. Dit blijkt uit een voorgenomen beslissing van het bestuur.

© Sven Menschel

In 2009 werd het systeem van tenure track ingevoerd als een manier om nationaal en internationaal wetenschappelijk talent aan te trekken. Alle universitair docenten krijgen, mits ze voldoen aan strenge eisen op het gebied van onderwijs en onderzoek, een eerlijke kans om persoonlijk hoogleraar te worden.

Door de groeiende studentenaantallen is de behoefte aan onderwijspersoneel echter drastisch toegenomen, terwijl de onderzoekscapaciteit niet is meegegroeid. Tenure-trackers ervaren daardoor een zware onderwijslast. Bovendien hebben niet alle universitaire docenten de ambitie om persoonlijk hoogleraar te worden, terwijl ze daartoe wel verplicht zijn.

Koppeling
In het voorstel Tenure Track 2.0 staan verscheidene manieren om meer flexibiliteit aan te brengen in het tenure-tracksysteem, zonder de koppeling tussen onderzoek en onderwijs los te laten. Zo is de positie van persoonlijk hoogleraar niet langer het eindstation: universitair hoofddocent wordt de standaard. Deze uhd’s kunnen in de toekomst ook promovendi begeleiden. Het blijft wel mogelijk voor uhd’s om de stap te maken naar persoonlijk hoogleraar, maar de criteria daarvoor worden strenger gevolgd. Het bestuur verwacht dat zo’n 10 á 20 procent van de universitair hoofddocenten die stap maakt, waardoor een betere balans ontstaat in de leerstoelgroep.

Voor Wageningen blijft de combinatie tussen onderzoek en onderwijs de standaard
Arthur Mol

Een tweede belangrijke aanpassing is dat de raad van bestuur een carrièrepad wil creëren voor talentvolle docenten die geen onderzoek willen doen. Bij hoge uitzondering kunnen zij een vast contract krijgen met beperkte onderzoeksverplichtingen en promotie maken tot een functie die vergelijkbaar is met die van universitair hoofddocent. De belangrijkste functie-eis voor deze docenten is dat zij veel aandacht besteden aan en competenties verwerven in onderwijsvernieuwingen.

Mentorsysteem
Het voorstel kent daarnaast nog enkele kleinere aanpassingen om de werkdruk van tenure-trackers te verlichten. Zo wil het bestuur een mentorsysteem introduceren waarbij senior tenure-trackers jongere collega’s begeleiden. De criteria voor acquisitie worden ook aangepast: er wordt niet alleen gekeken hoe succesvol de tenure-tracker daadwerkelijk is in het binnenhalen van onderzoeksgeld, maar ook naar hoe hij of zij daarbij te werk gaat en hoe de samenwerking met andere leerstoelgroepen is. Tenure-trackers die tijdelijke pieken in onderwijs opvangen, krijgen langer de tijd om ook aan hun onderzoeksverplichtingen te werken. Sowieso wordt de tenure track verlengd naar een maximum van zestien jaar, in plaats van de huidige twaalf jaar.

Volgens rector magnificus Arthur Mol komen de plannen tegemoet aan de wensen van de leerstoelgroepen om de onderwijslast voor tenure trackers te verlichten en om beter de forse competitie om onderzoeksgeld aan te gaan. Daarnaast weet Mol dat er docenten zijn met de ambitie om zich met name op onderwijs toe te leggen. ‘Voor Wageningen blijft de combinatie tussen onderzoek en onderwijs echter de standaard, dus het aantal docenten met beperkte onderzoeksverplichtingen zal gering blijven.’

Gremia
Het voorstel van het bestuur is gebaseerd op het advies van een werkgroep onder leiding van oud-onderwijsdirecteur Tiny van Boekel. Die werkgroep heeft het afgelopen jaar bij alle relevante gremia in de organisatie geïnformeerd naar de knelpunten van tenure track en mogelijke aanpassingen besproken.

Het voorstel ligt nu ter instemming bij de WUR Council, de centrale medezeggenschapsraad. Die wil eerst nog aanvullende informatie van de raad van bestuur voor ze het goed- of afkeurt, laat secretaris Tjitske Geertsema weten. 'We hebben bijvoorbeeld vragen over de transitieperiode. Wat gebeurt er met universitair hoofddocenten die bijna tegen het persoonlijk hoogleraarschap aan zitten? Worden de spelregels voor hen ineens anders of komt er een overgangsregeling?'

Lees meer:


Re:ageer