Organisatie - 4 april 2019

Sandwich-PhD - Academische slavernij?

tekst:
Tessa Louwerens

Sandwich-PhD’ers, die een deel van hun promotie in Wageningen doen en een deel in eigen land, werken soms onder beroerde arbeidsvoorwaarden. Dat schrijft onderzoeker Mark Zwart in een opiniestuk op resource-online.nl. Hij pleit voor strenge regels tegen uitbuiting. Heeft hij een punt?

tekst Tessa Louwerens  illustratie Henk van Ruitenbeek

04-NIE Sandwich PhD Mark_Zwart_Lite.jpg

Mark Zwart

Momenteel microbiologieonderzoeker bij NIOO-KNAW, daarvoor onderzoeker bij de WUR-leerstoelgroep Kwantitatieve Veterinaire Epidemiologie

‘Sandwich-PhD-programma’s stimuleren internationale samenwerking en bieden een unieke kans voor jonge onderzoekers uit het buitenland. Tegelijkertijd zijn sandwichpromovendi goedkope werkkrachten, aangezien het grootste deel van hun salaris en de onderzoekskosten worden betaald door het land van herkomst. Veel sandwichpromovendi werken onder arbeidsvoorwaarden die we in Nederland onacceptabel vinden. Bij een van mijn studenten werd haar salaris gehalveerd toen ze zich inschreef voor het sandwich-PhD-programma, terwijl ze het onderzoek in haar eigen tijd moest uitvoeren. En ze is niet de enige. Ik vind het niet overdreven om dit hedendaagse academische slavernij te noemen. Onderzoekscholen moeten de evaluatie van arbeidsvoorwaarden een vast onderdeel maken van hun toelatingseisen. Als er duidelijk regels zijn, kunnen die worden gebruikt bij het bespreken van de arbeidsvoorwaarden met het thuisinstituut.’ (Lees de hele ingezonden brief van Zwart hier.)

Antonella.jpg

Antonella Petruzzella

Sandwichpromovendus bij Aquatische Ecologie (NIOO-KNAW), uit Brazilië

‘Het is mooi dat getalenteerde mensen de kans krijgen om hun eigen onderzoek en carrière te ontwikkelen bij een van de beste universiteiten en onderzoeksinstituten van Europa. Tegelijkertijd profiteert het instituut hier ook van, want die hoeft ons niet te betalen. We doen hetzelfde werk, maar een promovendus die in dienst is van een Nederlands onderzoeksinstituut of universiteit heeft een veel hoger salaris. Een vierdejaars promovendus bij WUR verdient in december, inclusief de kerstbonus, in één maand wat ik in vier maanden verdien. Elke kerst geeft mij dit een onrechtvaardig gevoel. En dan heb ik het nog niet eens heel slecht. Van mijn Braziliaanse beurs kan ik rondkomen; mijn Chinese collega’s hebben moeite om de touwtjes aan elkaar te knopen. We moeten het talent en harde werk van mensen waarderen en bespreken hoe we die enorme salarisverschillen kunnen verkleinen.’ (Lees de hele ingezonden brief van Petruzzella hier.)

Claudius van de vijver.jpg

Claudius van de Vijver,

Hoofd PhD Programme Graduate School PE&RC (Production Ecology and Resource Conservation)

‘Ongeveer één op de vijf Wageningse promovendi komt via een sandwichprogramma naar Wageningen. Over het algemeen worden duidelijke financiële en organisatorische afspraken gemaakt met het thuisinstituut. Soms is er bijvoorbeeld slechts financiering voor drie in plaats van vier jaar. In zo’n geval moet de hoogleraar in Wageningen tekenen voor de financiering in het laatste jaar. Negen van de tien keer gaat dat goed. Maar een enkele keer worden de afspraken niet nageleefd door de thuisinstituten of zijn er geen heldere afspraken. We zouden bij de registratie van een kandidaat moeten controleren of de afspraken tussen thuisinstituut en Wageningen Universiteit duidelijk en reëel zijn.’

Anita Linnemann.jpg

Anita Linnemann

Universitair docent Food Quality and Design

‘Ik begeleid veel sandwichpromovendi uit Afrikaanse landen als Nigeria, Zambia en Benin. Meestal zijn er geen problemen, behalve voor sandwichpromovendi uit Zimbabwe, waar de economische situatie heel slecht is. Zo zijn Zimbabwaanse sandwichpromovendi officieel vrijgesteld van onderwijstaken, maar in de praktijk niet. Ik heb daar wel eens opmerkingen over gemaakt. Je verandert echter niets aan de economische situatie en het geld moet toch ergens vandaan komen. Als ik mijn poot stijf zou houden, ontstaat er een lastige situatie voor de promovendus, terwijl die juist heel gemotiveerd is om aan de slag te gaan. Het scheelt dat de meeste van deze promovendi wat ouder zijn, zodat ze hier beter mee kunnen omgaan. Daarnaast werken ze keihard. Ik overleg altijd goed met de kandidaat wat hij of zij kan verwachten en geef aan dat ik ze daarin zoveel mogelijk zal helpen.’

Juliet.jpg

Juliet Mubaiwa

Voormalig sandwichpromovendus bij Food Quality and Design, uit Zimbabwe

‘Toen ik begon met mijn promotieonderzoek werkte ik als junior docent aan een universiteit in Zimbabwe. Geld was voor mij niet het grootste probleem, het ging vooral om tijd en werkdruk. Tijdens mijn zes maanden in Nederland kon ik me volledig concentreren op mijn onderzoek. Terug in Zimbabwe moest ik daarnaast ook drie cursussen per semester geven en BSc-studenten begeleiden. Mijn experimenten deed ik in de paar maanden dat ik in Nederland was, omdat de universiteit in Zimbabwe niet over de faciliteiten beschikte. Als mijn experiment mislukte, had ik geen tijd om het te herhalen. Het was erg hectisch en ik moest uiteindelijk een verlenging van tien maanden vragen. Je kunt de universiteit in Zimbabwe vragen om de werkdruk te verminderen, maar dat betekent dat ze een extra medewerker moeten aannemen. Daar is geen geld voor en ik weet niet of dat iets is waar WUR voor moet betalen.’

Patrick Steinmann.jpg

Patrick Steinmann

Public relations officer van de Wageningen PhD Council

‘De PhD Council is zich bewust van de problemen waar sandwichpromovendi tegenaan lopen, inclusief huisvesting en juridische problemen. Wij horen dat er sterk uiteenlopende contractvoorwaarden bestaan. Dit maakt het voor deze onderzoekers, die vaak slechts enkele maanden hier zijn, moeilijk om alles goed te organiseren en hun rechten te beschermen. Deze promovendi zijn een geweldige bron van lokale kennis. Het succes van hun onderzoek is echter afhankelijk van goed verwachtingsmanagement tussen de wetenschapsgroep, kandidaat en thuisorganisatie en duidelijk overeenstemming over de arbeidsomstandigheden. Sandwichpromovendi zijn extra kwetsbaar bij kwesties zoals compensatie, werklast en huisvesting. Daarom willen we dat er binnen de universiteit een aparte vertegenwoordiging komt voor deze groep. Een professioneel bureau dat de ondersteuning garandeert, vooral omdat ze zelf niet altijd fysiek aanwezig zijn en systematisch ondervertegenwoordigd zijn in bestuursraden.’

Lees ook:


Re:ageer