Organisatie - 7 november 2019

Op bezoek bij drie innovatiewerkplaatsen: Samen de kringlopen sluiten

tekst:
Albert Sikkema

Het ministerie van LNV heeft niet één blauwdruk voor de gewenste kringlooplandbouw. Die moet regionaal vorm krijgen in ‘innovatiewerkplaatsen’ waar boeren, buitenlui en wetenschappers samenwerken. In Noord-Nederland tekenen de eerste contouren zich af. Verslaggever Albert Sikkema nam een kijkje bij drie initiatieven.

tekst Albert Sikkema

Maurits Tepper en Jessica

Maurits Tepper, samen met zijn vrouw Jessica eigenaar van boerderij Eytemaheert, is druk met het bouwen van een ‘skybox’. Morgen komen er bobo’s van WUR en het landbouwministerie langs en Tepper timmert nog gauw even een verhoogde tribune met uitzicht op de Groninger blaarkoppen in zijn stal. Het hoge bezoek komt praten over een onderzoeksprogramma op dit kersverse proefbedrijf van WUR.

We zitten in Leutingewolde, in het noordelijke puntje van de provincie Drenthe. Eytemaheert grenst aan het Leekstermeer en de Onlanden, een Natura 2000-gebied. Een kwetsbaar gebied, kijkend naar de stikstofproblematiek, maar Tepper schiet niet in de stress. Zijn bedrijf moet juist een showcase worden van een veebedrijf met een gesloten mest- en stikstofkringloop.

Maaisel verwerken
Eytemaheert heeft honderdvijftig Groninger blaarkoppen die de Teppers voor de vleesproductie houden. Ze verkopen het vlees van de zoogkoeien via een webwinkel direct aan consumenten. De koeien krijgen een rantsoen van louter gras; er komt geen voer en mest van buiten het bedrijf. Wel verwerkt het bedrijf maaisel uit het naastgelegen natuurgebied tot de meststof bokashi. ‘Met stikstofrijk maaisel uit het natuurgebied vullen we het nutriëntenverlies van de huiskavels aan, dat via het gras is opgenomen door de koeien’, zegt Tepper.

De blaarkoppen krijgen louter gras; er komt geen voer en mest van buiten het bedrijf

Hij wil graag nader onderzoek naar bokashi, een mengsel van maaisel, kalk, klei en micro-organismen die de celstructuur van het hooi afbreken. ‘We willen met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten kijken hoe je deze bokashi ook bij andere boeren kunt inzetten. Dat kan nu niet, want als je er meer dan 5 kilometer mee rijdt, valt bokashi onder de Afvalstoffenwet en moeten boeren het opvoeren in de mestboekhouding.’

Dat onderzoek gaat er vermoedelijk komen, want Eytemaheert is sinds afgelopen zomer een onderzoeksboerderij van Wageningen University & Research voor natuur-inclusieve kringlooplandbouw. Martin Scholten, directeur van de Animal Sciences Group, wil nieuwe kansen voor kringlooplandbouw in de praktijk verkennen, vertelt hij op de website van Eytemaheert. Tepper en zijn vrouw blijven eigenaar van de boerderij. Zij willen graag dat de stikstofkringloop wordt doorgemeten door Wageningse onderzoekers. Ook gaan zij de blaarkoppen melken, zodat die zogenoemde ‘dubbeldoelkoeien’ worden – vlees- en melkkoe ineen.

Natura 2000
Tepper denkt dat de blaarkoppen zo’n vijfduizend liter melk per jaar geven – de helft van de gangbare productie. Daarmee wil hij onder meer kaas maken. Wageningen zou deze bedrijfsstijl met dubbeldoelkoeien ook kunnen onderzoeken. ‘Dit bedrijfsconcept is goed toe te passen rond Natura 2000-gebieden’, denkt Tepper.

Hij vermoedt dat zijn bedrijf weinig ammoniak produceert, want hij importeert geen stikstof in de vorm van krachtvoer en kunstmest en voert met de bokashi juist stikstof af uit het natuurgebied. Bovendien lopen de koeien vooral buiten, waardoor hun mest en urine niet vermengd raken en er geen ammoniak ontstaat. Ook denkt hij na over de manier waarop hij de biodiversiteit op het land kan vergroten met gras-klavermengsels en houtwallen die hazelnoten leveren, zodat hij zowel natuur als voedsel produceert.

De vertegenwoordigers van het ministerie en WUR komen morgen met hem overleggen over het onderzoeksprogramma op de boerderij, om na te gaan welk effect zijn landbouwsysteem heeft op biodiversiteit en bodemleven en welk effect de bokashi heeft in zijn stikstofkringloop. Tepper: ‘We moeten gaan meten en met elkaar vaststellen of het wat is.’

Haver vermouten
We lopen nog even het land op achter de boerderij. Maurits en Jessica Tepper zijn ondernemers die graag dingen uitproberen. Afgelopen zomer lieten ze een hectare haver inzaaien – een oude soort die minder gevoelig is voor ziekten en plagen. Die gaan ze laten vermouten om er haverbier van te maken voor de lokale markt. En komend seizoen willen ze een hectare aardappels telen om die direct aan consumenten te verkopen via hun webwinkel. Ze willen ook een slager inhuren om de blaarkoppen op de boerderij te slachten. ‘We verkopen rechtstreeks aan de consument voor een eerlijke prijs en zijn daarmee winstgevend.’

Hans Bergsma, directeur van de Gebiedscoöperatie Westerkwartier, zit in een kantoorgebouw in Noordhorn met vier rechtenstudenten van de Hanzehogeschool in Groningen gebogen over een folder. Daarin staan de hoofdpunten beschreven van The Food Factory. Op de linkerflap staan de voedselleveranciers: veehouders, akkerbouwers en tuinders uit de regio. Op de rechterflap de afnemers: ziekenhuizen, zorginstellingen, scholen en restaurants in Groningen. Daartussen staat de voedselfabriek, die dieren gaat slachten, voedsel gaat verwerken en maaltijden gaat maken. Een regionale voedselketen is in de maak.

De rechtenstudenten moeten bedenken hoe de deelnemers aan The Food Factory het intellectueel eigendom regelen. De investeerders in de fabriek, waaronder de gebiedscoöperatie, een projectontwikkelaar en verwerkers van voedsel en reststromen, brengen proceskennis en patenten in. De rechtenstudenten mogen bedenken hoe die gewaardeerd moeten worden.

RBF04933 copy.jpg

Hans Bergsma

Hans Bergsma, directeur van de Gebiedscoöperatie Westerkwartier, zit in een kantoorgebouw in Noordhorn met vier rechtenstudenten van de Hanzehogeschool in Groningen gebogen over een folder. Daarin staan de hoofdpunten beschreven van The Food Factory. Op de linkerflap staan de voedselleveranciers: veehouders, akkerbouwers en tuinders uit de regio. Op de rechterflap de afnemers: ziekenhuizen, zorginstellingen, scholen en restaurants in Groningen. Daartussen staat de voedselfabriek, die dieren gaat slachten, voedsel gaat verwerken en maaltijden gaat maken. Een regionale voedselketen is in de maak.

De rechtenstudenten moeten bedenken hoe de deelnemers aan The Food Factory het intellectueel eigendom regelen. De investeerders in de fabriek, waaronder de gebiedscoöperatie, een projectontwikkelaar en verwerkers van voedsel en reststromen, brengen proceskennis en patenten in. De rechtenstudenten mogen bedenken hoe die gewaardeerd moeten worden.

Hogere prijs

De gebiedscoöperatie in het Westerkwartier werd eind 2013 opgericht door de agrarische natuurvereniging van zo’n vijfhonderd boeren, Staatsbosbeheer en de mbo-school Terra Groningen. Inmiddels zijn ook Rabobank en een energiecoöperatie aangesloten, zegt Bergsma, directeur van de gebiedscoöperatie. Die zoekt naar nieuwe verdienmodellen voor de boeren in het Westerkwartier. Bergsma denkt dat The Food Factory de boeren in de regionale keten een 10 tot 20 procent hogere prijs kan bieden, te beginnen met 50 tot 75 boeren die voedsel gaan leveren aan ziekenhuizen en zorgaanbieders in Groningen. De vergunningen voor de bouw van The Food Factory, die nabij Leek moet komen, zijn inmiddels aangevraagd.

De boeren in het Westerkwartier zijn gangbare boeren die alternatieven zoeken voor het export-verdienmodel, zegt Bergsma. ‘Daarbij willen we ook de relatie tussen de boeren en de dorpen weer herstellen. Daarin past een regionale voedselketen die transparant is, zodat de consumenten in Groningen weten waar hun voedsel vandaan komt.’

Wageningse specialisten

Als de regionale voedselketen er staat, wil Bergsma graag met WUR de circulaire landbouw verder vormgeven. ‘Binnen de gebiedscoöoperatie praten veehouders, akkerbouwers en tuinders nu met elkaar en kijken ze bijvoorbeeld hoe ze elkaars reststromen kunnen benutten. Daarbij hebben ze te maken met de CO2- en stikstofproblematiek. Ik hoop van Wageningse specialisten te horen hoe ze het klimaat en de natuur het beste kunnen ontzien.’

De boeren kijken samen hoe ze elkaars reststromen kunnen benutten

Bergsma wil daarvoor onder meer samenwerken met het Fjildlab in het naburige Buitenpost, waar de vereniging Noardlike Fryske Walden met Wageningen samenwerkt aan kringlooplandbouw.

RBF04922 copy.jpg

Albert van der Ploeg

Kennis uitwisselen in het Fjildlab

Albert van der Ploeg heeft een klein bedrijf met vleesvee en schapen in het noordoosten van Friesland, maar vandaag zit hij te vergaderen in het Fjildlab, de innovatiewerkplaats voor kringlooplandbouw in Noordoost-Friesland. Van der Ploeg, Wagenings alumnus, is trekker van deze werkplaats en tevens voorzitter van de vereniging Noardlike Fryske Walden. Zo’n achthonderd boeren en particulieren werken daarin samen aan agrarisch natuurbeheer en landschapsherstel in dit coulissenlandschap.

De boeren willen een kleinschalig landschap met houtsingels, weidevogels en biodiversiteit beheren, zegt Van der Ploeg. De innovatiewerkplaats heeft acht kenniskringen, waarin de boeren kennis uitwisselen over bijvoorbeeld het gebruik van meststoffen en duurzaam bodembeheer.

Wageningen is sterk betrokken bij dit Fjildlab. Onderzoeker Durk Durksz is er projectleider en Ingrid van Huizen, jarenlang directeur van de vereniging Fryske Walden, is tegenwoordig in Wageningen programmamanager circulaire landbouw Noord-Nederland. In die functie koppelt zij vragen uit het gebied aan Wageningse onderzoekers. Niet alleen in Friesland, voegt ze toe. ‘We willen ook naar antwoorden zoeken met Eytemaheert en gebiedscoöperatie Westerkwartier.’

Menselijke faeces

‘Ons uitgangspunt voor de circulaire landbouw is de visie van WUR-hoogleraar Imke de Boer’, vervolgt Van Huizen. ‘Zij wil dat we plantaardig voedsel alleen gebruiken voor humane consumptie en de veehouderij baseren op grasland en reststromen. De boeren in deze regio zijn al jaren met kringlooplandbouw bezig. In de kenniskringen van Fjildlab kijken we aan welk onderzoek deze boeren behoefte hebben. Daar willen wij de wetenschappelijke kennis voor inbrengen Zo hebben we nu een project ingediend om menselijke faeces te benutten in de agrarische kringlopen.’

We willen onder meer onderzoeken hoe boeren menselijke faeces kunnen benutten

Van der Ploeg wil inzetten op een landbouwtransitie. ‘Het landbouwsysteem sluit niet meer aan op wat er wordt gevraagd vanuit de maatschappij’, zegt hij, doelend op de stikstof- en mestproblematiek en de afname van insecten en weidevogels. ‘We zoeken naar systeemveranderingen.’

Net als Eytemaheert wil het Fjildlab de mest- en stikstofkringloop van melkveehouders in kaart brengen en proeven doen met de meststoffen bokashi en rioolslib. Voorts wil Van der Ploeg een sluitende mestkringloop tussen veehouders en akkerbouwers organiseren en de reststromen van aardappel- en bietentelers in de regio benutten. Voor het natuurbeheer vertrouwt hij op de experimenteerruimte in het Europees landbouwbeleid.

Natuurvriendelijk

Boeren kunnen vergoedingen krijgen voor natuurvriendelijke akkerranden en de aanleg van houtwallen. Hij verwacht dat Wageningen hiervoor kennis aandraagt op het gebied van biodiversiteit en landschap.

Bij dat ecologische landschapsbeheer hoort ook een verdienmodel, vervolgt Van der Ploeg. ‘Als je goedkoop voedsel wilt, krijg je het eentonige landschap dat daarbij hoort, arm aan biodiversiteit. Als je weidevogels, insecten en een rijk bodemleven wilt, moet je daar als boer wat voor doen. En dus moet de overheid de boeren daarvoor vergoeden. Dat is niets bijzonders, want ook Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten krijgen geld van de overheid voor natuurbeheer – zij zitten in hetzelfde schuitje als de boeren.’

Kringlooplandbouw, hoe zat het ook alweer?

Het kabinet wil dat de agrarische sector in Nederland in 2030 een omslag heeft gemaakt naar kringlooplandbouw. Het wil een landbouw die:
- bijdraagt aan het sluiten van kringlopen, het terugdringen van emissies en het verminderen van verspilling van biomassa in het voedselsysteem;
- de sociaaleconomische positie van de agrarisch ondernemer in de keten versterkt;
- een bijdrage levert aan de klimaatopgave als gevolg van het Klimaatakkoord;
- de aantrekkelijkheid en vitaliteit van het platteland versterkt;
- winst oplevert voor ecosystemen, biodiversiteit en natuurwaarden;
- het dierenwelzijn verbetert;
- de relatie tussen boer en burger versterkt;
- de positie van Nederland versterkt als ontwikkelaar van integrale oplossingen voor klimaat-slimme, duurzame voedselsystemen

De regering zet niet in op één voedselsysteem dat al deze punten combineert, maar op een lappendeken van regionale initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen. Meestal zijn dit regionale verbanden met boeren, natuur- en landschapsbeheerders en buitenlui. Ze worden bekostigd uit de zogeheten Regio-deals, het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland of via het Europees landbouwbeleid. WUR haakt aan bij meerdere initiatieven in bijvoorbeeld Noord-Nederland, de Achterhoek en het Groene Hart.


Re:ageer