Organisatie - 26 april 2018

Onduidelijkheid over nieuw reisbeleid WUR

tekst:
Stijn van Gils

Het reisbeleid van WUR is onlangs aangescherpt. Een centrale commissie kijkt voortaan of studenten en medewerkers naar gevaarlijke gebieden kunnen afreizen. In de praktijk is er nog veel verwarring over het beleid.

Kaart: © Ministerie van Buitenlandse Zaken

Het nieuwe beleid leunt zwaar op de reisadviezen van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. WUR-medewerkers en -studenten die naar een gebied willen dat volgens het ministerie ‘risicovol’ is, hebben toestemming nodig. Bij werk in gebieden met ‘code geel’, geeft de directie van de sciences group die toestemming meestal af.

Tenminste, zolang de medewerker of student een goed reisplan heeft en de cursus ‘basic safety and security’ volgde. Bij ‘oranje’ gebieden (‘alleen noodzakelijke reizen’) is naast toestemming van de sciences group voortaan ook een positief advies van een drieledige commissie nodig. Bij medewerkers geeft die commissie in uitzonderlijke gevallen toestemming. Bij studenten gebeurt dat alleen als de reis onderdeel is van de specialisatie Disaster Studies, een richting binnen de master Internationale Ontwikkelingsstudies.

Groot zijn de veranderingen niet, vertelt Martijn Hackmann, die als directeur bedrijfsvoering van de Social Sciences Group betrokken was bij de beleidswijziging. ‘Alleen de adviescommissie is erbij gekomen en zelfs die bestond al, alleen werd de commissie door veel groepen niet gebruikt*. Verder zijn de procedures nog eens helder omschreven. Het is een beetje bureaucratisch, maar dit is wel heel belangrijk om de veiligheid te waarborgen.’

Het is een beetje bureaucratisch, maar dit is wel heel belangrijk
Martijn Hackmann

Onbekend
In de praktijk blijkt het nieuwe reisbeleid nog nauwelijks gecommuniceerd op de werkvloer. In de voorbereidingstijd is er wel overleg geweest, maar toen het beleid af was, zijn de documenten slechts op intranet gezet. Stage-organiserende docenten zijn daarom lang niet altijd op de hoogte.

Sommigen laten weten strengere regels te hanteren en geen studenten naar gebieden met enig risico te sturen. Anderen blijken juist soepeler. Zij gebruiken de kleurcodering van het Ministerie van Buitenlandse Zaken slechts als ‘richtlijn’, omdat die lang niet altijd overeen zou komen met de daadwerkelijke veiligheidssituatie ter plaatse.

Te algemeen
Ook Gemma van der Haar, die studenten begeleidt bij de specialisatie rampenstudies, wist niet dat het nieuwe reisbeleid al af was. ‘Misschien had ik zelf beter moeten kijken, maar ergens vind ik het vreemd dat ik niet geïnformeerd ben’, vertelt ze. In de nieuw reisregels kan ze zich redelijk vinden. ‘Ik ben blij dat onze studenten onder voorwaarden nu ook naar oranje gebieden kunnen. Dit gaat slechts om enkele goed voorbereide studenten per jaar die het zelf heel graag willen.’

Ergens vind ik het vreemd dat ik niet geïnformeerd ben
Gemma van der Haar

Van der Haar vindt de kleurcodes, die in de praktijk al langer werden gebruikt, wel erg algemeen. Wat haar betreft wordt er meer maatwerk geleverd. ‘Het maakt nogal een verschil wat het risico precies is en wat je gaat doen. Als een student bij wijze van spreken de drugscriminaliteit in Amsterdam wil onderzoeken, zou ik daar meer moeite mee hebben dan wanneer iemand onder begeleiding van een hulporganisatie een keer door een oranje gebied reist.’

Glad ijs
Volgens Marleen de Vries van Human Resources Management, die geregeld lid is van de drieledige adviescommissie, wordt binnen de kleurcodes van het ministerie wel degelijk maatwerk geleverd. ‘We kijken heel goed naar hoeveel ervaring iemand heeft en wat de plannen zijn.’ Maar voor een volledig eigen systeem heeft WUR volgens haar te weinig expertise. ‘Bij het ministerie kunnen ze veel beter in kaart brengen hoe veilig de situatie precies is.’ Als WUR die richtlijnen terzijde zou leggen, begeeft de organisatie zich volgens haar op glad ijs.

*Update: Ook de commissie bleek al te bestaan. Alleen werd die door veel Science Groups niet gebruikt. Ook de kaart heeft een update gekregen.

Re:acties 3

  • Jules Moulineux

    Absolute disgrace. A mandatory €2000 course as a prerequisite for studying in basically any non-western country will take away the incentive for the far majority of students to experience working and living in a different environment. The WUR should either offer financial support for such courses or make it optional. Broadening the horizon outside of the western confines is an important part of academic and personal development, especially at an international university like the WUR. This has effectively been made impossible with this new policy.

  • Richard Chepkwony

    Hi van Gills, there is no mention of what we discussed though it is indeed a good general material.

    • Stijn van Gils

      Hi Richard, That is true. The short interview will be published in the next issue of Resource.


Re:ageer