Organisatie - 5 december 2017

Medezeggenschap: geen beperking promotierecht op WUR

tekst:
Linda van der Nat

De WUR Council wil niet dat het promotierecht alleen is voorbehouden aan universitair hoofddocenten binnen tenure track. Daarmee verschilt de medezeggenschap van mening met de raad van bestuur, die tenure track als belangrijke voorwaarde ziet om promotor te kunnen zijn.

© Guy Ackermans

Afgelopen zomer werd een wet aangenomen die het 'ius promovendi', het promotierecht, uitbreidt. De nieuwe wet bepaalt dat een hoogleraar of een andere gepromoveerde als promotor kan worden aangewezen, mits hij of zij volgens het college van promoties over ‘voldoende bekwaamheid’ beschikt. Voor WUR is het uitgangspunt dat de promotor een hoogleraar is of een universitair hoofddocent die deelneemt aan tenure track. Alleen bij uitzondering kan het college van promoties het ‘ius promovendi’ ook toekennen aan een uhd’er buiten tenure track.

Daarnaast wil de raad van bestuur dat de uhd-promotor tot en met de buluitreiking over het promotierecht beschikt. Dat betekent dat een uhd’er niet binnen vier jaar voor afronding van het promotietraject met pensioen mag gaan. Bij hoogleraren is die restrictie er niet.

Voorstander
De WUR Council is geen voorstander van een onderscheid tussen universitair hoofddocenten binnen of buiten tenure track. Het gaat erom of de promotor capabel is, aldus de medezeggenschapsraad in een memo aan de RvB. Het college van promoties kan volgens de raad die afweging maken.

De WUR Council wil ook in discussie met de raad van bestuur over het voorstel om de uhd'er het promotierecht te ontnemen zodra deze met pensioen gaat. Dat zou betekenen dat universitair hoofddocenten vijf tot zes jaar voor hun pensioensleeftijd geen PhD’ers meer mogen aannemen. Ook zou het hun de mogelijkheden tot vervroegd pensioen ontnemen.

Lees meer:


Re:ageer