Organisatie - 15 mei 2013

Kweekschool op verschroeide aarde

De Nederlandse militairen vertrekken uit Afghanistan, maar Wageningen UR blijft er actief. In een groene enclave in Kaboel wordt een agrarische leraren­opleiding opgezet. Zonder bewakers. 'We gaan ervan uit dat we geen doelwit zijn van de Taliban.'

1-Afghanistan.jpg
Aan de rand van de stoffige en grijze miljoenenstad Kaboel ligt een stukje groen. Dat is de onderwijstuin van de lerarenopleiding van Wageningen UR in Afghanistan. De tweejarige hbo-opleiding moet leraren voor het middelbaar landbouwonderwijs klaarstomen in Afghanistan. De belangstelling voor de opleiding groeit hard. Vorig jaar startten zo'n honderd studenten op het National Agriculture Education College (NAEC) in Kaboel. Dit jaar - het schooljaar is net weer begonnen - is dat aantal ruim verdrievoudigd tot 325. De school wordt bestuurd door Hans van Otterloo van het Centre for Development Innovation. Begin april was hij even terug in Wageningen.
Het Wageningse project voor een agrarische lerarenopleiding, die in 2011 van start ging, is net verlengd met twee jaar, vertelt Van Otteloo. In Nederland kennen maar weinigen het bestaan van de lerarenopleiding, weet hij. Het publiek kent alleen de politiemissie in Kunduz, en die eindigt op 1 juli. Het project van Van Otterloo is van een heel andere orde. Anders dan de westerse militairen en VN-hulpverleners in Afghanistan, die zich verschansen achter hoge muren van gewapend beton, is het schoolterrein betrekkelijk open. Het gebouw, de praktijkkas en de onderwijstuin worden omgeven door een eenvoudig hek.
'We zijn een onderwijsinstelling, er lopen geen bewakers met geweren', zegt Van Otterloo. 'We krijgen steun vanuit de Afghaanse overheid. Bovendien is landbouwonderwijs geen target voor de Taliban. We gaan ervan uit dat we geen doelwit zijn. En als ze echt kwaad willen, is er toch geen houden aan.' Je kunt niet alle risico's uitsluiten in Afghanistan, stelt Van Otterloo. 'Als Wilders weer met een raar filmpje komt, moeten we misschien een week thuisblijven. Bij volkswoede zijn we voorzichtig.'  Met 'we' doelt hij op de vier westerse medewerkers van de agrarische lerarenopleiding, maar ook op de Duitse buren die het techniekonderwijs op poten zetten.
Leren in de praktijk
Het Wageningse team voor Afghanistan heeft inmiddels een nieuw curriculum opgesteld voor de hbo-opleiding. Dat vergt een omslag in het denken van de toekomstige leraren. In Afghanistan is het normaal dat docenten de lesstof opdreunen en de leerlingen dit herhalen. 'Het onderwijs is niet gericht op het kweken van begrip en het bevat geen praktijkwerk. Dat proberen we te veranderen', stelt Van Otterloo. Hij introduceerde een nieuw systeem, waarbij 'learning by doing' de rode draad is. De opleiding is tweetalig, in de belangrijkste Afghaanse talen, het Dari en het Pashtu. Een spannende nieuwe ontwikkeling is bovendien dat Van Otterloo meisjes heeft toegelaten tot de lerarenopleiding. 'Dit jaar zijn er ruim twintig meisjes aan de opleiding begonnen, gescheiden van de jongens. We willen aan families in de provincies laten zien dat we ook aan vrouwenonderwijs doen.'
Om de leraren te trainen in praktijkonderwijs, beschikt de opleiding over een tuinbouwkas en een onderwijstuin. De lerarenopleiding moet de komende jaren groeien naar vierhonderd leerlingen per jaar, maar in het huidige gebouw zijn te weinig slaapplaatsen voor de leerlingen. Daarom wordt er binnenkort een nieuwe accommodatie gebouwd. 'De leerlingen komen van heinde en ver', vertelt Van Otterloo. 'We hebben leerlingen uit 23 van de 35 provincies.' Met die faciliteiten is de Wageningse school een positieve uitzondering in Afghanistan. Bij de mbo-opleidingen, waar Van Otterloo's leerlingen straks les gaan geven, zijn de omstandigheden vaak primitief. 'Er zijn weliswaar meer dan honderd scholen, maar vaak hebben de leerlingen daar niet eens een dak boven hun hoofd.'
In die situatie moet het landbouwonderwijs vanaf de bodem worden opgebouwd. Wageningen levert basale kennis over water, bodem, veehouderij en akkerbouw. Bijvoorbeeld: wat is een bodem, welke bodemstructuren en bodemlagen zijn er, welke mineralen zitten er in en waarom is de ene bodem rood en de andere bruin? 'De lesstof is gericht op kinderen van 15 tot 18 jaar oud die wel basiskennis hebben van biologie en wiskunde, maar nog niets van landbouw weten', zegt curriculumontwikkelaar Matilda Rizopulos in Wageningen. Pas in het laatste jaar van de opleiding krijgen de studenten les in irrigatie, plantenveredeling, diermanagement en bedrijfseconomie.
Beren op de weg
Er is grote behoefte aan landbouwkundige kennis in Afghanistan. Door de jarenlange oorlog zijn de productieketens tussen boer en consument gebroken, zegt Van Otterloo. De meeste boeren weten nauwelijks in het eigen levensonderhoud te voorzien, alleen rond een aantal steden wordt relatief modern geboerd. Slechts één procent van de boeren ziet elk jaar een landbouwvoorlichter op bezoek komen. Het land is verre van zelfvoorzienend voor de consumptie van graan, groente en vlees. Dertig procent van de bevolking zou afhankelijk zijn van voedselhulp.
Hoe ziet Van Otterloo de toekomst van de lerarenopleiding? Bepalend wordt of de verschillende Afghaanse groeperingen het eens kunnen worden na het vertrek van de Amerikanen. 'Als Afghanistan niet in elkaar klapt, dan heeft dit project een goede kans.' Maar we zien nog wel beren op de weg. De Afghaanse overheid draait voor 80 tot 90 procent op geld uit het buitenland en met het aanstaande vertrek van de westerse troepen neemt die financiële steun snel af, merkt de schooldirecteur. In 2015 moet de Afghaanse regering zelf bepalen hoeveel geld ze aan onderwijs uitgeeft. 'Nu zijn er op de agrarische scholen in de provincies al betalingsachterstanden voor de leraren.'
Daarom moet het National Agriculture Education College, dat nu volledig wordt betaald door Nederland, na 2015 misschien wel een semi-commerciële instelling worden, zodat het niet alleen van de overheid afhankelijk is voor financiering, voorziet Van Otterloo. In dat geval moet hij collegegeld vragen van de leerlingen. 'Welke variant het ook wordt, voor mij staat voorop dat het onderwijsniveau in Afghanistan aanzienlijk wordt verbeterd.' 

Re:ageer