Organisatie - 17 mei 2010

Kunst op drift

De Wageningse campus wordt langzaam maar zeker aangekleed met oude beelden, afkomstig van door Wageningen UR verlaten gebouwen elders in de stad. Samen vormen ze een nieuwe maar nog onzichtbare route.

Een roos van staal, 1998 Arboretum De Dreijen. Makers: Rob Logister en Marie Raemakers
Een roos van staal, 1998 Arboretum De Dreijen. Makers: Rob Logister en Marie Raemakers

Foto: Guy Ackermans

Je kunt er een aardige quiz van maken. Wie weet waar welk beeld stond? En wie weet wie de maker is of wat het voorstelt? Antwoorden zijn op dit moment niet zo makkelijk te vinden. De beelden zwijgen en geven hun geheimen niet zomaar prijs. Wie zoekt naar bordjes met info vindt niks. En dat ligt niet alleen aan het feit dat de kunstroute-in-wording op de campus nog niet af is.
Bordjes komen er sowieso niet, laat Ad van der Have (Facilitair Bedrijf) weten. Die worden maar gestolen. 'Bordjes zijn te kwetsbaar en te kostbaar. Je moet met de tijd mee', vindt Van der Have. 'Er zijn modernere technieken.' Daarmee refereert hij aan de AR-campus, de campus ontsloten via Augmented Reality, serieus speelgoed dat de medewerkers van het Geo-lab van ESG onlangs presenteerden. Van der Have was daarbij aanwezig en zag meteen een mooie toepassing. Routes, tekst, beeld en geluid over de kunst komen online beschikbaar via de gsm. 'Over een paar jaar loopt iedereen met zo'n ding', weet Van der Have. Bordjes zijn zó 20-ste-eeuws.
Expertise
De kunstroute-in-wording werd drie jaar geleden ontwikkeld, legt woordvoerder van de raad van bestuur Simon Vink uit. Vink vormt samen met Van der Have de kunstcommissie van Wageningen UR. Dat klinkt gewichtiger dan het is. Beiden zijn liefhebbers, geen doorgewinterde kunsthistorici. 'Die expertise huren we in', benadrukt Vink.
De kunstroute is het antwoord op de vraag wat er moet gebeuren met alle kunst in de gebouwen die Wageningen UR achterlaat door de trek naar de campus. 'Wat hebben we en wat doen we ermee?', vat Vink de opdracht samen waarmee Bureau Van Xanten en kunstenaar Wim Korvinus (gastdocent bij Landschapsarchitectuur) op pad werd gestuurd. Het antwoord op de eerste vraag (wat is er?) leverde een inventarisatie van ongeveer vijftig kunstwerken op: beelden, mozaïeken, gevelstenen, bustes, glas-in-loodramen, muurschilderingen en plastieken. Met nadruk op 'ongeveer vijftig', want de scheidslijn tussen kunst en architectuur is niet altijd eenvoudig te maken.
Kwalitatief is het niet allemaal van de bovenste plank. oordeelt Vink. 'Er zitten kostbare stukken bij, maar dat zijn er niet heel veel', vindt hij. 'Veel kunstwerken zijn vooral waardevol als tijdsbeeld. Een stukje geschiedenis dat we graag naar de campus willen halen.' Als dat tenminste technisch mogelijk is en niet te duur, want sommige werken zijn moeilijk te verkassen. Een mooi voorbeeld van letterlijk 'onhaalbaar' is De Hoorn des Overvloeds die voor het oude gebouw van Entomologie staat aan de Kortenoord  Allee. Het beeld van de Belg Leo Copers was in de kunstroute een prominente plek toebedacht op het Bosveld (zie kader Pronken) aan de westkant van de campus. Maar verhuizing bleek riskant. Van der Have: 'Technisch zou het een risicovol project worden waarbij het niet zeker was of het werk het zou overleven.' Dus werd besloten het weg te geven aan de gemeente Wageningen, die het geschenk (naar verluidt ter waarde van 60 duizend euro) een paar weken geleden in dank aanvaardde.
Pronken
De beeldenroute loopt van oost naar west dwars over de campus en is opgedeeld in drie stukken of velden. Met wat ronkende termen zijn ze Pronkveld, Atelierveld en Bosveld genoemd. Het Pronkveld aan de oostkant dankt de naam aan de gebouwen Atlas en Forum. Blikvangers waar Wageningen UR graag mee pronkt.
Het Atelierveld is het veld naast het Restaurant van de Toekomst. De naam verwijst naar de dienstwoning bij het restaurant die mogelijk wordt omgebouwd tot een atelier waar kunstenaars en wetenschappers samen aan de slag gaan. Het meest westelijke deel van de route heet Bosveld, naar het stukje bos dat daar de campus begrenst. In dit laatste deel staat nu nog geen enkel kunstwerk. Een folly moet hier de blikvanger worden.  
 
Folly
Een bijzonder onderdeel in de kunstroute is een folly die moet verrijzen schuin tegenover de nieuwbouw van Rikilt. De folly (een bouwsel zonder functie, ook wel vermaaksarchitectuur genoemd) moet onderdak bieden aan een reeks gevelstenen en mozaïeken die eigenlijk niet los buiten kunnen staan. De bedenkers van de kunstroute denken aan een soort glazen kas als folly. Dat die folly er komt, is volgens Vink zeker.
Minder zeker is de realisatie van een tweede bijzonder onderdeel uit de route: een woon-werkatelier voor een kunstenaar. De dienstwoning naast het Restaurant voor de Toekomst is voor zo'n atelier in beeld. De bedoeling is dat kunstenaars daar tijdelijk samen met onderzoekers werken aan kunst. Een soort kruisbestuiving tussen kunst en wetenschap. Maar dat idee is volgens woordvoerder Vink voorlopig 'geparkeerd'.  'Het is een interessante gedachte, maar er is nog geen budget voor. Zo'n folly is een eenmalige uitgave, maar een atelierwoning exploiteren, kost structureel geld. We gaan ons eerst concentreren op het verplaatsen van de bestaande kunst.'

Iris le Rütte, Tweedelig hert (Actaeon), Fysiologie van mens en dier 1996
De plantendraak
De kunstroute zoals die nu langzaam maar zeker gestalte krijgt, is overigens niet definitief. Nieuwe kunstwerken, zoals De Eik bij Forum, zijn inmiddels verschenen. Andere beelden, bijvoorbeeld De Plantendraak van Aad van de IJssel voor Radix, vallen buiten de route omdat ze een heel andere plek kregen dan aanvankelijk was beoogd. Daarnaast zijn een vijftal al eerder herplaatste kunstwerken rondom de ESG-gebouwen nog niet in de route opgenomen.
ESG kwam eind vorig jaar zelfs met een kunstroute in en rondom Gaia, Lumen en Atlas. De eigen kunstcommissie van ESG maakte er meteen ook een boekje bij over de achtergronden van de eigen collectie van zestien kunstwerken.
Vink beaamt dat een en ander niet echt lekker is gecoördineerd. Maar de grote route is eenvoudig uit te breiden. 'Ga er maar vanuit dat we het straks geïntegreerd gaan aanpakken als het wat rustiger is op de campus.' Dan is er mogelijk ook ruimte voor nieuwe kunst. In de route is daar ruimte voor gereserveerd. Nu het geld nog.    

Weggooien of behouden?
Lang niet alle kunst is eenvoudig te verplaatsen. En lang niet alle kunst is als zodanig te herkennen.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de gekleurde balkonpanelen van het Biotechnion. Dat is een reusachtig kunstwerk van Peter Struycken. Hij maakte het in 1988/89 bij de renovatie van het Biotechnion.
Struycken gebruikte de computer om de compositie tot stand te brengen, en was daarmee een van de eersten in ons land die op die manier te werk ging. De banen geel, rood, blauw en groen zijn door de computer gecomponeerd op basis van strikte regels. Zo schrijven Hermelinde van Xanten en Gabrielle de Nijs Bik in het vorig jaar verschenen Wageningse Kunstschatten, beschrijvingen van gebouwgebonden kunst van Wageningen UR.
Biotechnion wordt op termijn gesloopt. Wat er met de balkons gebeurt, is onduidelijk. Weggooien of behouden. Dat geldt ook voor de keramische fries die het hele onderste deel van de gevel van Biotechnion siert. Dit is een kunstwerk van Henk Tieman, die het maakte bij de nieuwbouw in 1980.  


Liggende figuur
Soms raakt kunst op drift uit beeld. Een mooi voorbeeld is het kunstwerk voor Radix. Plotseling lag de 'man met de aar' daar voor het nieuwe gebouw. Natuurlijk kwam het kunstwerk niet uit de lucht vallen. Het was er omzichtig neergezet. Maar wie de maker is en wat het beeld voorstelt, was een raadsel waar niemand binnen Wageningen UR een antwoord op wist. Een oproep in Resource onder het kopje Vondeling leverde een paar tips op.
De vondeling is een beeld dat vroeger bij de dependance van het Staring Gebouw aan de Marijkeweg stond, meldde professor Paul van den Brink. Het huidige team Environmental Risk Assessment van ESG huisde daar toentertijd. De club heette destijds - jaren zestig - nog Laboratorium voor Insecticide Onderzoek (LIO) en later (1979) het Instituut Onderzoek Bestrijdingsmiddelen (IOB). Bij de vorming van Alterra, tien jaar terug, verkaste de groep naar de campus en raakte het beeld letterlijk uit zicht. 'Het beeld werd door sommige collega's spottend 'de ambtenaar' genoemd', schreef Van den Brink. 'Probeer onze nestor Minze Leistra eens, misschien dat hij weet wie de maker is.' Leistra verwees naar de Rijksgebouwendienst. Een gouden tip. Annemarieke Leendertz, de Collectiemanager beeldende kunst van het Atelier Rijksbouwmeester, vist de informatie zó uit het archief.
Het beeld blijkt van Cor van Kralingen en werd in 1963 als 'liggende figuur' geplaatst op het intreebordes van het LIO aan de Marijkeweg 22. Het kunstwerk werd gemaakt in het kader van de één-procent-regeling, de inmiddels niet meer bestaande regel dat één procent van de bouwsom besteed moest worden aan kunst.
De vondeling is daarmee terecht. Maar wat stelt het beeld voor? Zeker geen man met een aar, laat oud-medewerker Leo Eppink per mail weten. Bij Radix zouden ze wat hem betreft beter moeten weten. 'De man is aan de onderkant van de bladeren op zoek naar plaagdieren.'

Re:ageer