Organisatie - 20 maart 2019

Jonge Akademie wil nog ruimer promotierecht

tekst:
Hoger Onderwijs Persbureau,Tessa Louwerens

Niet alleen universitair hoofddocenten, maar alle universitair docenten zouden promotor moeten kunnen zijn. Dat stelt De Jonge Akademie. De Wageningse PhD-Council betwijfelt of promovendi daarmee geholpen zijn.

© Guy Ackermans

Sinds 2017 mogen ook niet-hoogleraren volgens de wet als promotor optreden. Universiteiten spraken echter in VSNU-verband af dat dit alleen voor hoofddocenten zou gelden. Niet elke instelling houdt zich aan die aanvullende richtlijn, blijkt uit onderzoek van De Jonge Akademie. De twee Amsterdamse universiteiten zijn flexibeler; daar kunnen ook gepromoveerde universitair docenten het promotierecht krijgen.

De Jonge Akademie pleit ervoor om deze Amsterdamse flexibiliteit tot norm te verheffen. ‘Alle universitair docenten die als voornaamste expert een promovendus begeleiden, zouden promotor moeten kunnen zijn’, zegt Martijn Wieling, vicevoorzitter van De Jonge Akademie.

Promovendi moeten geregeld vechten om twee uur begeleiding per maand. Het is de vraag of dat verandert als universitair docenten promotor kunnen worden.
Job Claushuis, Wageningen PhD-Council

De Wageningen PhD Council vraagt zich af of promovendi hier iets mee opschieten. ‘Het gaat ons niet zo zeer om wie de promotor is, als promovendi maar goed worden begeleid’, zegt Job Claushuis. ‘De kwaliteit van de begeleiding bij WUR is meestal wel goed, maar de intensiteit laat te wensen over. De term “dagelijkse begeleiding” blijft vooral een term.’ Promovendi moeten volgens Claushuis geregeld vechten om twee uur begeleiding per maand. ‘Het is de vraag of dat verandert als universitair docenten promotor kunnen worden. Zeker als dat betekent dat er meer promovendi naar Wageningen komen, dan wordt dat probleem alleen maar groter.’

Goede begeleiding
Als meer wetenschappers promotierecht krijgen, moeten er wel kwaliteitseisen worden gesteld, zegt De Jonge Akademie. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) sluit zich daarbij aan. Als een hoogleraar of universitair docent geen goede begeleider is, moet het promotierecht niet worden verleend of zelfs worden afgenomen. ‘Universiteiten grijpen te weinig in als een hoogleraar zijn werk niet goed doet’, zegt Anne de Vries, voorzitter van PNN. Claushuis is het daarmee eens. ‘Je kan wel eindeloos veel mensen promotierecht geven, maar dan moet je wel bereid zijn om het af te nemen als de begeleiding niet goed is. Dat gebeurt nu eigenlijk niet.’

Lees ook:


Re:ageer