Organisatie - 16 november 2017

Je partner achterna

Wageningen University & Research trekt onderzoekers van over de hele wereld. In hun kielzog komen soms ook partners mee. Kunstenaar en schrijver Anna van Diepen – die eerder zelf met haar man meeging naar Amerika – sprak vijf van deze relocated partners. Over westerse vrijheid, smakeloos eten en ingewikkeld dilemma’s.

tekst en foto’s Anna van Diepen  illustratie Marieke van Diepen

Anna van Diepen met haar zoon aan de pizza in Berkeley, Amerika.
Anna van Diepen met haar zoon aan de pizza in Berkeley, Amerika.

Ruim een jaar geleden was ik tijdelijk relocated. Mijn man, ontwikkelingseconoom bij WUR, wilde graag een periode naar het buitenland. Dat zou goed zijn voor zijn academische carrière. Hij wilde naar Oxford, Cambridge, New York, Berlijn of Berkeley en ik mocht kiezen. Pas na jaren gaf ik toe. Oké dan. Maar dan wel ergens waar de zon schijnt. Dus het werd Berkeley in Californië.

Voor ik het wist had hij een plek geregeld aan de universiteit en maakten we ons klaar voor vertrek, met onze twee kinderen. Vier mensen zetten voor de carrière van één man hun leven tijdelijk op de kop. Ik nam afscheid van mijn werk, het ene kind van haar school, het andere van zijn kinderdagverblijf. Samen zwaaiden we naar vrienden, buren en familie. En daar gingen we, naar Amerika!

 

Aan ‘de andere kant van de wereld’ ging het gewone leven al vrij snel weer gewoon door. Mijn man ging naar zijn werk, mijn dochter naar school. En ik, met een dreumes in mijn kielzog, probeerde een nieuw thuis te creëren in een vreemd land, met in een straal van achtduizendnegenhonderd kilometer geen bekende te bekennen.

Ik vond het fascinerend. Alsof ik het leven opnieuw mocht uitvinden. Van de weg naar de supermarkt tot het (tijdelijke) doel in mijn leven. Ik voelde me compleet nieuw, zonder verleden of toekomst. Ik vond het zo fascinerend dat ik op zoek ging naar andere relocated spouses, om te zien hoe het ‘opnieuw beginnen’ hen verging.

Ik sprak mensen uit alle hoeken van de wereld. Geen van ons had een echte baan. Allemaal waren we op zoek naar onze weg in dit tijdelijke leven. Een leven waar we voor hadden gekozen uit liefde voor onze partners. ‘Alles voor de wetenschap!’, proostten we vaak glimlachend.

Na mijn terugkomst in Nederland zoog het échte normale leven me al snel weer mee. Ik was blij dat ik weer kon werken, mijn eigen levenspad kon bewandelen. Ik miste Amerika niet, maar wel het gevoel relocated te zijn. Dat frisse gevoel van nieuw zijn. Daarom ging ik op zoek naar relocated partners in Wageningen. Ik wilde hun verhalen opschrijven om anderen te inspireren en begrip en respect te kweken.

Ik sprak vijf mensen die uit respectievelijk Duitsland, India, Indonesië, Mexico en Iran met hun partner – en soms kinderen – naar Wageningen zijn gekomen. Het leverde vijf uiteenlopende verhalen op die één punt gemeen hebben: ze zijn hier omdat hun partner bij WUR werkt.

Zwanger naar Wageningen gekomen

Anne Morbach uit Duitsland, geïnterviewd op 28 juni 2017 in The Spot, Orion

Het was niet Anne Morbachs bedoeling om zich zonder werk bij haar vriend te vestigen, maar het liep zo.
Het was niet Anne Morbachs bedoeling om zich zonder werk bij haar vriend te vestigen, maar het liep zo.

We hebben afgesproken in The Spot, de plek waar Anne al jaren bijna elke vrijdag komt om haar geliefde op te halen voor het weekend samen. Voorheen kwam ze vanuit Duitsland en had ze altijd het gevoel een andere wereld in te stappen, warm en welkom. Nu ze in Wageningen woont, begint haar weekend nog steeds regelmatig op deze plek, met haar man en zijn collega’s. ‘Ik ben maar de partner, maar hoor er echt bij.’

Het is warm en een beetje benauwd in The Spot, als in een tropische kas. Warm en welkom met veel planten. ‘Je herkent me wel aan mijn buik’, had Anne aan de telefoon gezegd. En inderdaad, aan een tafeltje zit ze, met een enorme dikke buik.

Anne is voor haar lief naar Nederland gekomen. Het was nooit haar bedoeling zich zonder werk bij haar vriend te vestigen, maar toch is het zo gelopen. Nadat ze jaren 800 kilometer heen en weer hebben gereisd tijdens hun PhD’s, is Anne na een tegenvallende baan in Göttingen zwanger naar Wageningen gekomen, waar haar vriend inmiddels bij WUR werkt. Einde langeafstandsrelatie. ‘Probleem opgelost.’

Ze vind het heerlijk hier. ‘Nederlanders zijn veel positiever dan Duitsers.’ Ze droomt van een eigen bedrijfje: wetenschappelijke filmpjes maken voor het onderwijs. Genetica in hapklare brokjes voor Duitse kinderen en tieners. ‘In het Duits voel ik me het zekerst’, legt ze in perfect Nederlands uit.

Maar nu eerst de baby. Want, zo vertelt ze, ze is morgen uitgerekend. Morgen?! Ja. Anne is de rust zelve. Want ondanks het feit dat haar familie nu ver weg woont, de havervlokken hier te klein zijn en ze moeite had om te wennen aan die kledderige Nederlandse bitterballen, voelt ze zich hier thuis. ‘Hier kan ik zijn zoals ik ben.’

 

Zijn vrouws carrière gaat nu voor

Sourav Chakraborty uit India, geïnterviewd op 8 juli 2017 bij de Bagels & Beans in Wageningen

Sourav Chakraborty zou graag een universiteit vinden waar voor zijn vrouw én voor hem passend werk is.
Sourav Chakraborty zou graag een universiteit vinden waar voor zijn vrouw én voor hem passend werk is.

Schoorvoetend en frummelend aan een theezakje begint Sourav zijn verhaal. Hij is bang dat hij niet aan de criteria voor dit verhaal voldoet. Hij is namelijk een tenured professor in de wiskunde die zichzelf min of meer vrijwillig heeft geherplaatst door zijn vrouw te motiveren een goede postdocpositie te zoeken. Geen standaardverhaal dus.

Souravs vrouw was eerder na een langeafstandshuwelijk van drie jaar voor een slecht passende postdoc naar ‘zijn’ universiteit in Chinnai (India) gekomen. Toen ze daar zwanger werd, dacht hij: nu moet ze in beweging blijven, anders komt ze er later in de academische wereld niet meer tussen. Ze vond een interessante positie als postdoc in Wageningen en Sourav besloot een sabbatical te nemen. Hij organiseerde voor zichzelf een plek aan de Universiteit van Amsterdam. Niet ideaal in dit stadium van zijn carrière, maar wat moet dat moet. En daar gingen ze, met baby Adrita, voor een jaar naar Nederland.

And what do you like about Wageningen?’, vraag ik. Hij denkt na. Hij neem een slok van zijn thee. ‘Putting your finger on what you like is hard’, zegt hij dan. Als ik hem vraag deze vraag níet als wiskundige te beantwoorden, moet hij lachen. En dan weet hij het: de orde der dingen van het westen. Hij heeft veel gereisd en overal in het westen vindt hij dezelfde winkel-, hotel- en restaurantketens. Die herkenbaarheid, daar houdt hij van. En van de rust. Geen geschreeuw, geen getoeter of krioelend verkeer. Al is Wageningen hem wel weer wat té kalm.

En hoe gaat het nu verder? Hij weet het niet. Voor hem is teruggaan naar Chinnai het beste, maar voor zijn vrouw niet. Is er, ergens in de wereld, een universiteit die hun beide past? In wiskundige termen heet dit: solving a two body problem. Daar is hij goed in. Althans, binnen de wiskunde.

 

Genieten van de Nederlandse vrijheid

Zulfia Listyani uit Indonesië, geïnterviewd op 5 september 2017 bij haar thuis

Zulfia Listyani moest in Nederland leren zelfstandig te denken; in Indonesië werden veel dingen voor haar geregeld.
Zulfia Listyani moest in Nederland leren zelfstandig te denken; in Indonesië werden veel dingen voor haar geregeld.

Met haar kinderen en man, die hier een PhD doet, is Zulfia Listyani voor vier jaar naar Wageningen gekomen. In de winter van 2016 landden ze op Schiphol. Vanaf daar reden ze via hun nog lege appartement direct naar de tweedehandswinkel Emmaus in Wageningen. En daar kwam de shock, als een onverwachte emmer koud water. Ze konden simpelweg niet bedenken wat ze nodig hadden. ‘We had to learn to think independently.’ In Indonesië waren ze gewend dat de gemeenschap alles regelt.

Nu, anderhalf jaar later, voelen ze zich geheel op hun plek. Het huis ruikt naar kruiden. Kindertekeningen hangen aan de muren. Ze schenkt zoete jasmijnthee en haar ogen lachen. Haar man praat met ons mee, voor het geval we er niet uitkomen met ons Engels. Ze zitten naast elkaar en vertellen met plezier over hun Wageningse leven. Over de vrijheid die ze hier voelen.

Zulfia doet het huishouden, zorgt voor de kinderen en kookt vaak voor vrienden uit de Wagenings-Indonesische gemeenschap. Samen met andere vrouwen. Het zijn vooral die momenten van kletsen, thee drinken en koken die maken dat ze zich hier thuis voelt. ‘Wat is thuis voelen?' vraag ik. ‘Het gevoel dit land nooit meer te willen verlaten’. Brede glimlach. Maar op de vraag of ze dan voor altijd hier wil blijven, antwoordt ze heel stellig: ‘Nee! Indonesië is thuis’. Daar hoort ze. Deze tijd is als een droom en een droom bestaat bij de gratie van zijn eindigheid.

Hoewel Zulfia soms onzeker is over haar Engels, dat overigens lang zo slecht niet is als ze denkt, is ze blij dat de droom voorlopig nog voortduurt. Met haar man en kinderen in de veilige armen van Wageningen.

Geen werk en de tijd sijpelt weg

Pily Monsivais Alonso uit Mexico, geïnterviewd op 13 september 2017 bij haar thuis

Pily Monsivais Alonso wil graag werken als wiskundedocent, maar haar Engels niet goed genoeg.
Pily Monsivais Alonso wil graag werken als wiskundedocent, maar haar Engels niet goed genoeg.

In Pily’s bewoording is haar huis een plek waar altijd koek, chocola en thee voorhanden zijn. Dus daar zitten we, aan haar kleine keukentafel. Nog zonder thee. Zij vertelt.

Toen Pily’s man het plan opperde om voor een jaar Nederland te gaan, wilde ze aanvankelijk niet mee. Te spannend, te onzeker. Langzaam werd ze echter nieuwsgierig en de belofte van haar werkgever om haar na dat jaar terug in dienst te nemen, trok haar over de streep.

De eerste weken waren stressvol. Ze had het koud, zocht naar geschikte etenswaren op de markt, verdwaalde op de weg naar huis en smachtte naar de lente. Maar zodra de zon de Nederlandse grond begon op te warmen, ontspande ze. Ze genoot van haar rust en vrijheid. Ze wandelde veel, leerde fietsen, maakte nieuwe vrienden en verbaasde zich over de smakeloosheid van de Nederlandse keuken. Tegen de tijd dat de zon weer in kracht afnam, begon ze te verlangen naar thuis. Op dat moment kwam de klap: haar man kreeg op zijn werk een jaar verlenging. Ze bleven in Nederland en konden zelfs niet voor de kerst naar Mexico vanwege visumgedoe.

‘Thee! Wil je thee?’ Ze was het bijna vergeten. Ze zet thee en deelt chocoladekoekjes uit. Dit tweede jaar valt Pily een stuk zwaarder. Ze is klaar met uitrusten. Ze wil iets doen. Werken. Alleen is haar Engels niet goed genoeg en zijn haar lesbevoegdheid en jaren ervaring als wiskundedocent hier niet veel waard. Ze kookt, doet boodschappen, wandelt, fietst, spreekt af met vrienden… En voelt de tijd wegsijpelen. Ze voelt dat ze ouder wordt, terwijl een toekomst met zekerheid en stabiliteit verder weg lijkt dan ooit. Maar toen ze afgelopen voorjaar voor vijf weken naar Mexico ging, wilde ze na vier weken het liefst ‘terug naar huis’. Een verwarrend gevoel.

‘Stel’, zeg ik, ‘je mag twee wensen doen.’ Als eerste wenst ze haar hele familie naar Nederland, om te laten zien hoe groot en ruimdenkend de wereld is. Als tweede wenst ze een goede baan voor haar man. En voor zichzelf? Ze wenst dat ze vloeiend Nederlands spreekt, thee drinkt met Nederlandse vrienden en grappen met hen maakt.

 

Wachten op een verblijfsvergunning

Atousa Seif uit Iran (die niet op de foto wil), geïnterviewd op 18 september 2017 in het kantoor van haar man Omid, in de Leeuwenborch

De ogen van Omid lichtten op als Atousa binnen komt. Buiten adem, met zweet op haar voorhoofd en een brede glimlach. ‘Zij is toch prachtig!’, roept hij uit.

Atousa spreekt nog geen Nederlands en ook geen Engels. We geven elkaar een hand. We glimlachen. Haar man, Omid, is onze tolk. Het is gek om tegen ogen te praten waarin vragen niet aankomen. Woorden blijven als klanken in de ruimte zweven, totdat ze betekenis krijgen door de vertaling van Omid. Dan is er even contact. Even. Totdat ze antwoord geeft en haar woorden weer als losse klanken klinken.

Voor Atousa is het duidelijk: ze wil in Nederland zijn. Hier voelt ze zich thuis. Veilig. Mensen zijn aardig en open. Het weer is lekker fris. Ze wil hier studeren, de taal leren. Dansen, zingen, sporten. Maar ze kan – tot Omids verontwaardiging – geen verblijfsvergunning krijgen. Ze zijn voor de Nederlandse wet al drie jaar getrouwd. Hij heeft een Nederlands paspoort. Hij heeft een gerespecteerde positie aan de universiteit. Hij verheft zijn stem: ‘Waarom kan deze prachtige vrouw niet gewoon hier bij mij zijn?’

Nu reist Atousa op moeizaam verkregen toeristenvisa heen en weer tussen Nederland en Iran. Ze moet eerst Nederlands leren, 22 worden en dan, na bergen papierwerk en geduld, kan haar droom misschien beginnen. Ze wil designer worden. Ze duwt behoedzaam een haarlok terug in het gareel. ‘Welk land wil deze prachtig vrouw nou niet’, zegt Omid verontwaardigd.


Re:ageer