Organisatie - 28 juni 2018

Idee zoekt ondernemer - Ondernemerschap kan in Wageningen een oppepper gebruiken

tekst:
Albert Sikkema

Wageningse onderzoekers en afgestudeerden blinken niet uit in ondernemerschap. Dat is jammer, want kansrijke innovaties zijn er genoeg. Directeur Jan Meiling van Startlife legt uit wat zijn organisatie doet om het vuurtje van bedrijvigheid aan te wakkeren. En vier jonge entrepreneurs vertellen.

tekst Albert Sikkema  illustratie Paul Gerlach

Als het op academisch ondernemerschap aankomt, moet Wageningen van ver komen, vertelt directeur Jan Meiling van Startlife, de Wageningse organisatie die zich inzet voor beginnende bedrijven in de agrarische en voedingssector. Afgestudeerden werden van oudsher geacht te gaan werken bij een bedrijf of de overheid; er was weinig aandacht voor het starten van een eigen bedrijf. Onderzoekers kregen doorgaans geen ruimte van hun leidinggevende om kennis zelf te gelde te maken en bijvoorbeeld in deeltijd te gaan ondernemen. Hun vindingen en octrooien moesten geen eigen bedrijfjes opleveren, maar nieuwe onderzoeksopdrachten voor WUR, vonden de meeste directeuren in Wageningen.

De laatste jaren is die cultuur veranderd. Wageningen staat nog wel onderaan de ranglijsten van het aantal start-ups en spin-offs (zie kader), maar zowel het aantal als de kwaliteit van de beginnende bedrijven stijgt, stelt Meiling. Dat is een jarenlang proces geweest. ‘Tien jaar geleden begon Startlife met de begeleiding van start-ups. Acht jaar geleden zijn we zachte leningen gaan aanbieden om de ontwikkeling van start-ups te verbeteren. Drie jaar geleden zijn we gestart met een mentorprogramma om jonge ondernemers te begeleiden en sinds anderhalf jaar bieden we partnerships aan met bedrijven als Unilever, zodat de starters feedback kunnen krijgen en meer kunnen samenwerken. De ondernemer moet de start-up tot een succes maken, maar deze randvoorwaarden helpen wel.

Jan Meiling -foto in impulse HR.jpg

Fantastische plannen
Daarmee is het ondernemerschap echter nog geen gemeengoed in Wageningen. ‘Er zit nog veel potentie bij de WUR-medewerkers’, stelt Meiling. Het grootste knelpunt is volgens hem dat er veel meer goede ideeën zijn dan goede ondernemers. ‘Ik hoor heel vaak fantastische plannen, waarbij de onderzoeker ook de route ziet om de kennis naar de markt of maatschappij te brengen. Maar toch komt het dan niet van de grond, omdat de onderzoeker twijfelt, voelt dat hij of zij geen goede ondernemer is en het kapitaal mist om het bedrijf te ontwikkelen.’

Er zit nog veel potentie bij de WUR-medewerkers

Daarom gaat Startlife samen met de afdeling Waardecreatie van WUR een nieuwe activiteit starten: venture building. ‘We gaan de onderzoeksgroepen langs om voorstellen te vinden, te bespreken en te verbeteren. Als iedereen vindt dat we het voorstel het beste kunnen verwaarden via een start-up, dan gaan wij op zoek naar een ondernemer en een financier. Daarna gaan we kijken of we met de onderzoeker, ondernemer en financier een bedrijf kunnen bouwen.’

Vleesvervangers
Doel is om zo meer start-ups van Wageningse bodem te creëren. Momenteel begeleidt Startlife 172 start-ups, maar slechts 27 daarvan zijn gevestigd in Wageningen. En vooralsnog groeit het aantal Wageningse ondernemers traag. Vorig jaar kwamen er dertig starters bij, maar slechts vier kwamen uit Wageningen.

Meiling denkt echter dat er de komende jaren enkele beeldbepalende Wageningse start-ups bijkomen. Hij verwacht bijvoorbeeld veel van de shear cell technologie van WUR om vleesvervangers te maken. ‘Atze Jan van der Goot, die deze technologie heeft ontwikkeld, is een geweldige ondernemende onderzoeker. Maar dat is niet genoeg. Het initiatief verdient een toegewijd talent dat zich ontpopt als ondernemer. We zijn nu in gesprek met een ondernemer en financier en denken dat we deze start-up over drie maanden kunnen oprichten.’

Ten tweede komt er mogelijk een doorbraak in het marktrijp maken van onderzoek naar ziekteresistente bananenrassen van Gert Kema. Kema is al vijf jaar bezig om financiers te vinden voor Musaradix BV, een bedrijf dat bananenrassen ontwikkelt met resistentie tegen oprukkende bodemschimmels. Meiling daarover: ‘Dat is veredelingswerk. De technologie is lastig en je hebt een lange adem nodig. Daar komt bij dat Kema heel veel dingen leuk vindt. Er wordt nu gewerkt aan een joint venture tussen Musaradix en een gevestigd veredelingsbedrijf.’

Biologische gewasbescherming
Meiling ziet dat Wageningse studenten over het algemeen actiever en succesvoller zijn in het ontwikkelen van nieuwe bedrijven dan Wageningse onderzoekers. ‘In Starthub, de incubator voor start-ups van Wageningse studenten, is een levendige community ontstaan met veel workshops voor zowel studenten als promovendi.’ Maar Meiling wil ook hier meer. ‘Veel studentondernemingen stoppen na een paar jaar. Je wilt dat er een paar doorgroeien en impact krijgen.’

Een kandidaat voor zo’n doorbraak is het bedrijf Bio-innovations van Melle Hochstenbach. De afgestudeerde Wageninger heeft bijna drie jaar een bedrijfje in biologische gewasbescherming. ‘Het bedrijf heeft de productie flink opgeschroefd, maar kan de vraag van groentetelers nauwelijks aan. Die begint op stoom te raken.’

Om ondernemerschap onder WUR-medewerkers en -studenten te stimuleren, is het belangrijk om ook ondernemers van buiten Wageningen naar de campus te halen, zegt Meiling. ‘Er moet een ondernemende sfeer ontstaan, waarin starters en bedrijven ideeën kunnen uitwisselen. Verder halen we nu een wereld van ondernemers en investeerders binnen met conferenties als F&A Next. WUR is sterk in kennis, maar je hebt ook voorbeelden nodig van succesvolle start-ups om verder te komen.’

Weinig bedrijvigheid

Hoe ondernemend een universiteit is, kun je afmeten aan het aantal start-ups – startende kennisbedrijven – per 1000 afgestudeerden en het aantal spin-offs – startende kennisbedrijven die specifiek voortkomen uit onderzoek van de instelling – per 1000 onderzoekers. In beide gevallen scoort WUR laag, blijkt uit cijfers van U-Multirank. Waar TU Eindhoven bijvoorbeeld goed is voor 10 start-ups per 1000 alumni, blijft WUR steken op 0,6 per 1000. En terwijl de Nederlandse koploper TU Delft 14 spin-offs voortbrengt per 1000 onderzoekers, tellen hekkensluiters Wageningen, Rotterdam, Groningen en de VU 1 à 2 bedrijven per 1000 onderzoekers. Overigens scoort Nederland als geheel op dit punt laag; topuniversiteiten in de wereld leveren tussen de 51 en 215 spin-offs per 1000 onderzoekers.


Re:ageer