Organisatie - 28 juni 2018

Geliefde docent hangt zijn grondboor aan de wilgen: tijdperk Peek komt ten einde

tekst:
Luuk Zegers

Na 41 jaar lesgeven is het mooi geweest: Gert Peek gaat reizen en spitten in zijn moestuin. Op 5 juli 2018 spreekt de markante docent Bodemkunde zijn laatste educatieve woorden vanaf de Waddenzeedijk in Hornhuizen. Resource ging nog één keer mee op veldpracticum.

tekst Luuk Zegers  foto’s Guy Ackermans

Kwart voor acht ’s ochtends, 14 juni. Zo’n 35 tweedejaars studenten Bodem, Water, Atmosfeer verzamelen zich bij een touringcar op de parkeerplaats voor Gaia. Gert Peek kletst nog even met docent hydrologie Roel Dijksma, die met een andere groep op pad gaat. ‘Hoeveel excursies nog?’ vraagt Dijksma lachend. Peek: ‘Ja, het is nu echt aftellen geblazen.’ Even voor achten gidsen Peek en collega-docent Bart Makaske hun studenten de bus in. Om acht uur stipt zegt Peek tegen de buschauffeur: ‘Je mag vertrekken hoor, Henk!’
De studenten gaan op twee locaties de landschapsidentiteit bepalen door te kijken naar de hydrologie, verkaveling, bebouwing en andere kenmerken van een gebied. Daarna pakken ze de grondboor erbij, om de grondeigenschappen te onderzoeken. Peek: ‘Dit doen we door heel Nederland heen, van Zuid-Limburg tot aan de Waddenzeedijk, en van het oosten van Limburg tot aan Zeeland. Vandaag zijn we in het centrale rivierengebied.’

boer worden

Locatie één is een perenboomgaard in Lienden. Makaske vraagt de studenten naar hun observaties over het landschap. Peek – donkergroene laarzen, vissershoedje en een jas die zichtbaar al veel excursies heeft meegemaakt – staat erbij en kauwt op een grasspriet. Bij elk goede antwoord knikt hij instemmend. Even later steken de studenten de handen uit de mouwen. Maar niet voordat de meester het nog één keer voordoet. ‘Zó zet je een boring.’
In zijn jonge jaren wilde Peek boer worden. ‘Melkveehouder. Koeien. Maar na een stage op een veehouderij besefte ik dat dat een heel zwaar bestaan is. Elke ochtend om vijf uur op, de hele dag hard werken, en dan ’s avonds laat nog het hooi binnenhalen.’ Dus liet Peek de melkveehouderij voor wat die was en begon hij aan de Hogere Landbouwschool Leeuwarden aan de opleiding Akkerbouw. Een van de bijvakken die hij daar volgde zou uitgroeien tot zijn roeping. ‘Voor het vak Bodemkunde heb ik drie maanden de bodem gekarteerd van het ruilverkavelingsgebied Den Ham in Overijssel. Toen dacht ik: Yes! Dit is een fantastische wereld.’

Docenten zopen vrolijk mee tijdens veldpractica. Helemaal lam je bed in

Dankzij zijn ervaring in Den Ham mocht Peek vanaf 16 mei 1977 aan de slag als veldpracticum-assistent bij de Landbouwhogeschool Wageningen. ‘Er waren enorm veel studenten, dus de veldpractica gingen de hele zomer door. Soms zaten we een behoorlijke tijd in een pension, en ’s avonds was er niet veel te doen. Dus wat doe je dan? Zuipen! En de docenten zopen vrolijk mee. Ik heb menigmaal tot drie á vier uur ’s nachts doorgezopen. Helemaal lam je bed in. Maar om half negen wél weer actief, goed onderwijs geven. Studenten mochten niet merken dat ik brak was.’

Minder sociaal contact

In die tijd was de druk op het onderwijs een stuk lager. ‘Nu moet het allemaal steeds sneller en efficiënter. Vroeger hadden we als medewerkers veel meer sociale contacten met elkaar. Zo dronken we twee keer per dag koffie en thee met de hele leerstoelgroep. Nu doen we dat hooguit als iemand jarig is.’ Een negatief effect van een positieve ontwikkeling, aldus Peek, want over het algemeen is hij blij met de efficiëntieslag. ‘De studie duurde toen nog zeven jaar, en daar zaten ook wat fun-vakken bij, waarvan je dacht: is dat nou wel echt nodig?’
Ook studenten zijn veranderd met de jaren. ‘Vroeger werd de staf na een veldpracticum toegesproken door studenten. Soms met een cadeautje, vaak met applaus. Vervolgens was er een periode met minder cadeautjes en toespraken, waarin iedereen je persoonlijk een hand kwam geven. De laatste paar jaar zie je steeds meer studenten die, na zo’n intense veldweek, snel hun biezen pakken en naar huis gaan, zonder een hand te geven. Dat geldt zeker niet voor alle studenten, maar er zit wel een trend in, en dat is jammer.’ Toch kwamen veel studenten dit jaar persoonlijk afscheid nemen van Peek. Eind mei organiseerden ouderejaars studenten een afscheidsborrel. ‘Dát vind ik nou mooi. Dat ze zeggen: Ja, Gert, we laten je niet zomaar gaan.’

GERT PEEK - 1953, Hillegom, Nederland
1972-76 Akkerbouw, Hogere Landbouwschool, Leeuwarden
1976-77 Dienstplicht
1977 Aanstelling bij Landbouwhogeschool Wageningen
2000 Leermeesterprijs (nu: Teacher of the Year Award)
2011 Teacher of the Year Award
2013 Coauteur Landschappen van Nederland
2015 Excellent Education Prize Landschapsgeografie
2016 Excellent Education Prize Bodem 1
2017 Erelid van de Nederlandse Bodemkundige Vereniging
2018 Excellent Education Prize Bodem en landschappen van Nederland

Gert Peek begon zijn WUR-carrière als veldpracticumassistent. Hij ontwikkelde zich tot docent en coördinator van diverse bodemvakken. Peek woont in Zetten en heeft een latrelatie.

Aan zijn lippen

Inmiddels zijn de studenten in de boomgaard in groepjes met de grondboor aan de slag. Naarmate de boor dieper komt, verandert de grond. ‘Het wordt zanderig,’ zegt een student. ‘Hé, dat vind ik nou mooi, dat je tijdens het boren al gaat interpreteren,’ zegt Peek. ‘Breek het maar eens open. Wat zie je daar op het breukvlak? Die oranje puntjes? Wat kun je daaruit afleiden?’ Peek loopt heen en weer tussen de groepjes, leidt ze in de juiste richting, maar laat ze wel zelf conclusies trekken. Hij is in zijn element en zijn bevlogenheid werkt aanstekelijk: de studenten boren flink door en evalueren elke kluit aarde in een gemoedelijke sfeer.

Gert Peek GA--20180614-FXT26390.jpg

Peek heeft nooit cursussen gevolgd om les te geven. ‘Wel heb ik inspirators gehad. Toine Jongmans was mijn grote voorbeeld in hoe je kwalitatief goed onderwijs geeft. Zonder Toine weet ik niet of ik de docent zou zijn geweest die ik nu ben.’ Jongmans, inmiddels pensionado, leerde Peek een aantal belangrijke didactische lessen. ‘Eén: een logisch verhaal, systematisch opgebouwd. Twee: duidelijke voorbeelden die passen bij de belevingswereld van studenten. Zo kan je moeilijke dingen op een simpele manier uitleggen. Drie: enthousiasme.’ Dat enthousiasme is één van de hoofdredenen voor de vele onderwijsprijzen die Peek in de wacht sleepte (zie kader). Studente Jasmine Barwari: ‘Door Peeks enthousiasme onthoud je alles wat hij vertelt. Het is haast onmogelijk om af te dwalen, je hangt echt aan zijn lippen. Dat is bij andere docenten wel eens anders.’

De deur openen

Het liefst doceert Peek eerste- en tweedejaars studenten. ‘Alle studenten die omgevingswetenschappen studeren, krijgen het vak Bodem 1: de basis van bodemkunde. De eerste vraag die ik ze stel is: Wat is een bodem? Dan zitten er 225 studenten in de zaal, maar blijft het angstvallig stil. Het lijkt zo vanzelfsprekend, een bodem. Je loopt eroverheen, misschien word je erin begraven. Dat het een heel systeem is van processen en eigenschappen dat de kwaliteit van leven beïnvloedt, dat weet nog niemand.’

Ik vind het heerlijk te laten zien hoe belangrijk de bodem is voor het leven op aarde

‘Ze beginnen echt bij nul’, vervolgt Peek, zichtbaar genietend. ‘Ik vind het heerlijk om mensen te laten zien hoe belangrijk de bodem is voor het functioneren van het leven op aarde. Om ze van level nul naar level tien te brengen, de deur naar het vakgebied te openen. Het is fantastisch mooi om te zien hoe iemand kan groeien in de kennis die hij opbouwt, en hoe hij met die kennis omgaat. En als studenten na twee of drie vakken zeggen “nu weet ik het wel”, dan ga ik ’s avonds naar huis en pak ik tevreden een wijntje.’

Mooi geweest

Zijn enthousiasme roept de vraag op of hij wel klaar is om met pensioen te gaan. Volmondig: ‘Ja. Ik heb het 41 jaar gedaan, en het was een fantastisch mooie tijd. Maar het is ook mooi geweest. Als docent ben je gebonden aan de vakanties van WUR: één week kerstvakantie, vier weken zomervakantie. Ik heb nooit vakantie in de lente, de mooiste tijd van het jaar. Mijn moestuin functioneert al vijftien jaar niet meer. Ik wil reizen, ik wil aandacht voor m’n moestuin en bovenal wil ik meer tijd voor mijn partner en mijn sociale contacten. Want als je gedreven onderwijs geeft, gaat dat ten koste van een stuk privéleven. Het was prachtig, maar het is genoeg geweest.’

Als je gedreven onderwijs geeft, gaat dat ten koste van je privéleven

Strontkar

In Peeks 41 dienstjaren bij WUR maakte hij veel veranderingen mee. ‘In de jaren zeventig en tachtig waren er veel studenten. Dat nam enorm af in de jaren negentig en het begin van de jaren nul. Toen was het nog de Landbouwuniversiteit, en de landbouw had een zeer negatief imago in die tijd. Als je naar het journaal keek, zag je altijd maar die strontkar over het land rijden. Bodem- en grondwaterverontreiniging, veeziektes en ga zo maar door. Dat had gevolgen voor de studentenaantallen. Op een gegeven moment werd er zelfs gepraat over het opheffen van Wageningen als zelfstandige universiteit; we zouden verder moeten als dependance van Utrecht.’
Halverwege de jaren nul ging het roer om, vertelt Peek. ‘De Landbouwuniversiteit werd Wageningen Universiteit, er kwamen studierichtingen bij die minder met landbouw te maken hebben en de campus werd gebouwd. Dat heeft een enorme positieve impact gehad. En ook zo’n slogan hè: For quality of life. Fantastisch. In mijn vakken kom ik daar ook altijd op terug: wat betekent bodemkunde voor de kwaliteit van leven? Ik kan je zeggen: de bodemkunde staat in het centrum van de missie van de universiteit.’
De hernieuwde populariteit van WUR heeft wel schaduwkanten, vindt Peek. ‘Door het groeiende aantal studenten is de werkdruk heel hoog. Ik hoop dat we strenger worden over de kwaliteit van de instroom. Dus niet zo veel mogelijk studenten, maar vooral zorgen dat we kwalitatief goede vwo’ers binnenhalen.’ Ook moeten studenten gestimuleerd worden om harder te studeren. ‘Je kan nu oneindig herkansen. Ik merk dat sommige collega’s gedemotiveerd raken van studenten die vijf keer examen doen voor hetzelfde vak. Dus: bindend studieadvies omhoog, aantal herkansingen omlaag.’

Ik doe alles voor de laatste keer. Het voelt als een afscheidstournee

Grond proeven

In de perenboomgaard bespreken de studenten hun bodemanalyses met Peek. Makaske is net klaar met zijn groepjes. Wat heeft hij geleerd van vijf jaar werken met Peek? ‘Enorm veel. Hoe hij een sfeertje creëert in het veld, hoe hij de groep het gevoel geeft dat ze iets bijzonders gaan doen.’ En wat vindt hij van zijn vertrek? ‘Het einde van een tijdperk.’
Na een rit met de bus laat Peek op de tweede locatie studenten de bodem analyseren door te proeven. ‘Bijt er eens op. Niet kauwen, maar gewoon één keer bijten. Wat proef je? Zand? Nee, geen zand? Dus wat is dit?’ ‘Klei,’ zegt een van de studenten. ‘Vette klei, ja.’ Peek proeft zelf niet. ‘Mag niet meer van de tandarts. Na al die jaren zijn mijn tanden afgesleten.’
Rond half één begint de terugreis richting de campus. Peek pakt zijn broodtrommel erbij. Dit is het moment om even wat te eten, want om half twee vertrekt de bus voor de tweede excursie. Het is hard werken, maar hij geniet er ook van. ‘Ik doe alles voor de laatste keer. Het voelt als een afscheidstournee.’
Heeft hij nog een wijze les voor zijn studenten? ‘Studeren is een keuze, je kiest ervoor. Dus haal alles eruit wat erin zit. En volg je hart. Dat heb ik ook gedaan. En dat heeft mij alleen maar mooie dingen opgeleverd.’

Grondboorkampioenschap: van verzetje tot spektakel
Behalve om zijn bevlogen onderwijs staat Gert Peek ook bekend om het Grondboorkampioenschap, een jaarlijkse wedstrijd waarbij zo’n vijfhonderd studenten uit heel Nederland zo snel mogelijk één meter twintig proberen te boren. ‘Begin jaren tachtig zaten we tijdens veldwerk twee weken in een pension. Op een avond stelde ik een wedstrijd voor: zo diep mogelijk boren voor een krat bier. Dat ging zo door tot eind jaren tachtig. De diepste boring was elf meter en vijf centimeter.’ Begin jaren negentig blies studievereniging Pyrus de wedstrijd nieuw leven in. ‘Bij hun lustrum deden we een wedstrijd: wie het diepste kon boren in een kwartier.’ Het werd een traditie die groeide en groeide. ‘Op gegeven moment kostte het ontzettend veel tijd. Dus toen bedacht Pyrus: wie als eerste één meter twintig boort, wint. Zo is het studentenkampioenschap ontstaan, en dat is verder geëscaleerd naar wat het nu is.’ En daarmee bedoelt Peek: een spektakel met honderden deelnemers, barbecues, biertaps en wonderlijke uitdossingen. Afgelopen herfst was hij voor de laatste keer hoofdscheidsrechter. ‘Het was hartstikke mooi, maar ook dit is mooi geweest.’
Voor bij het kader HiRes Sven Menschel-1.jpg

Re:ageer