Organisatie - 4 oktober 2018

Gelauwerd bodemkundige wil meer aandacht voor de praktijk: 'Pas op dat wetenschap niet doldraait'

tekst:
Roelof Kleis

De bodemkunde is nog lang niet klaar met Johan Bouma (77). De emeritus hoogleraar ontving onlangs drie belangrijke prijzen en is een gewild spreker op congressen. Bij die gelegenheden wijst hij graag op de verantwoordelijkheid die wetenschappers dragen voor wat er met hun kennis gebeurt. ‘Wij moeten stakeholders handelingsperspectieven bieden.’

tekst Roelof Kleis foto Guy Ackermans

Johan Bouma beleefde vorige maand tijdens de jaarvergadering van The International Union of Soil Sciences in Rio zijn finest hour. De Wageningse emeritus hoogleraar kreeg er de Dokuchaev Award uitgereikt, vernoemd naar de Russische grondlegger van de bodemkunde Vasili Dokuchaev. Bodemkundigen beschouwen dat als de Nobelprijs voor hun vakgebied. Vorig jaar kende de European Geosciences Union Bouma al de prestigieuze Alexander von Humboldt-medaille toe. En nog een jaar eerder ontving hij de President’s Award van de Siol Science Society of America.

Bouma wil, op verzoek, best zijn prijzen laten zien. Het is de dag nadat er op de campus een speciaal symposium ter ere van de gelauwerde is georganiseerd Maar dan moet hij in zijn huis in Rhenen wel even naar boven. In de woonkamer herinnert niets aan het hem toegevallen eerbetoon. Wél aan de muur: een bodemprofiel van de geboortegrond van zijn kinderen in Wisconsin, waar hij na zijn promotie in Wageningen zes jaar werkte. En bij de voordeur het bodemprofiel van zijn geboortegrond in het Friese Vrouwenparochie.

Wat betekent die Dokuchaev Award voor u?

‘Nou ja, het is een beetje aan het einde van de rit hè. Ik word binnenkort 78. Maar het is natuurlijk mooi om ’m te krijgen. Alhoewel ik wil benadrukken dat het niet míjn medaille is, maar ónze medaille. Het werk is als groep gedaan. Dat klinkt misschien wat soft, maar het is wel waar en ik meen het ook. We mogen daar als Wageningers best trots op zijn.’

De bodem staat meer dan ooit in de belangstelling. Hoe komt dat?

‘Het wordt steeds duidelijker dat je niet om de bodem heen kunt. Er is altijd veel aandacht geweest voor onderzoek naar planten en water, maar het draait om het hele systeem van bodem, plant, water en atmosfeer. Een derde van de bodems in de wereld is zwaar gedegradeerd en dat heeft een negatief effect op het hele systeem. Dat is een groot probleem.’

Komt dat door een gebrek aan kennis?

‘Nee, in veel gevallen weten we best wat er gedaan moet worden. Erosie bijvoorbeeld, daar doen we al honderd jaar onderzoek naar. De kennis om erosie tegen te gaan is er, maar die wordt niet toegepast. Wat niet wil zeggen dat er geen nieuw onderzoek nodig is, want het web of life is ongelooflijk ingewikkeld. We hebben er de afgelopen honderd jaar nog maar een dun schilletje van afgekrabd en onderzocht. Met groot succes overigens, we hoeven ons niet te generen voor wat er allemaal tot stand is gebracht. Maar we zouden bestaande kennis eerst moeten toepassen, voordat we nieuw onderzoek entameren.’

We moeten bestaande kennis toepassen, voordat we nieuw onderzoek etameren

Wat betekent dat voor Wageningen?

‘De onderzoekcultuur moet veranderen. Die is nu nog vaak lineair: er is een vraag, er wordt geld ingestopt om onderzoek te doen, er komt een oplossing. Maar het halen van de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties realiseer je niet met individuele disciplines. Het systeem van bodem, plant, water en atmosfeer vereist dat er meer wordt samengewerkt met andere disciplines. En heel belangrijk is dat je daarbij de belanghebbenden meeneemt in het hele proces. Het is niet hún probleem dat wíj oplossen, het is óns probleem dat wij sámen moeten onderzoeken, in het besef dat er geen directe oplossingen zijn.’

De pogingen van WUR-onderdelen om in het kader van One Wageningen meer samen te werken, zijn niet genoeg?

‘One Wageningen is een goed idee, maar is vooral gericht op de interne samenwerking. Maar die breng je het beste tot stand door de praktijk in te duiken en problemen samen met stakeholders te benaderen. Stakeholders zijn mondige mensen geworden en voor duurzame ontwikkelingsdoelen zijn geen eenduidige oplossingen. Wat we moeten doen is handelingsperspectieven bieden. Alles kan, in principe, maar zeg er wel bij wat de consequenties zijn voor de economie, de maatschappij en het milieu. Dan kan er gekozen worden. Zo maak je het proces transparant. Nu is het keuzeproces nog vaak achterkamertjeswerk en handjeklap.’ 

Gaat dat samen met een doorsnee PhD-traject?

‘Interdisciplinair onderzoek doen en praten met stakeholders en boeren kost bakken met tijd. Die tijd hebben onderzoekers niet. En promovendi, die volgens het huidige regime in vier jaar hun artikelen moeten produceren, al helemaal niet. Onderzoekers moeten meer de tijd krijgen om na te denken. Het gaat ontzettend goed met Wageningen en daar ben ik trots op, maar naar de toekomst kijkend zeg ik: pas op dat we de boel niet doldraaien.’

U bent nog actief in het wereldje en publiceert nog regelmatig. Houdt het werk nooit op?

‘Als wetenschapper heb je een houdbaarheidsdatum. Daar moet je heel alert op zijn. Maar ik heb veel buitenlandse contacten en wordt vaak gevraagd voor keynote speeches. Kennelijk heb ik dus nog iets te melden. Maar dan gaat het vooral over hoe we als discipline acteren in het grote verband, over de aanpak van interdisciplinair onderzoek en samenwerking met maatschappelijke partners. Wat er in detail op het eigen vakgebied gebeurt, houd ik absoluut niet meer bij. Dat is voor de jonge honden.’

Geoderma eert Bouma

Wetenschappelijke tijdschrift Geoderma publiceert eind dit jaar een Festschrift naar aanleiding van de belangrijke bodemkundige prijzen die emeritus hoogleraar Johan Bouma onlangs ontving. De ere-editie wordt gevuld door oud-promovendi van Bouma, die artikelen schreven over hun recente onderzoek. Onder hen Wageningse hoogleraren als Coen Ritsema, Arnold Bregt en Jan-Willem van Groenigen, de huidige hoofdredacteur van Geoderma. De onderwerpen lopen uiteen van monstermethodes ten behoeve van digitale bodemkaarten tot een analyse van de geschiktheid van bodems voor de rijstproductie in sub-Sahara Afrika.


Re:ageer