Organisatie - 16 april 2015

Door het glazen plafond met een coach

tekst:
Rob Ramaker

Wageningen UR probeert het aantal vrouwen aan de top op te stuwen. Eind oktober startte daarom een mentorprogramma voor vrouwelijk talent. Hoe kijken de mentoren en talenten hierop terug? ‘Coaching was het ei van Columbus.’

Wageningen UR barst van de vrouwelijke studenten, promovendi en onderzoekers. Maar aan de top stokt de emancipatie, bleek in het najaar van 2012. Een overzicht toont dat minder dan 10 procent van de hoogleraren vrouw is, en ook in de DLO-top overheersen de mannen. Na protesten kwam er eind 2013 een actieplan dat de genderbalans in de goede richting moet duwen. Dit plan bevat een mentorprogramma waarin vrouwelijk talent één op één wordt gecoacht door gevorderde wetenschappers (man/vrouw, maar in de praktijk vooral vrouw). Een programma dat moet zorgen dat minder vrouwen afhaken op weg naar de top. In oktober ging een pilot van start met circa twintig koppels, waaronder mentor Birgit Dauwe, business unit manager ad interim bij Rikilt en ‘mentee’ Anne van Doorn, DLO-onderzoeker bij Alterra. Ze kenden elkaar vooraf niet, maar spraken de afgelopen maanden regelmatig af in een Wagenings café.

Waarom besloten jullie mee te doen?
Anne: ‘Ik liep al een tijd met de wens gecoacht te worden. Gewoon mijn werk eens bespiegelen , iets wat ik nog nooit gedaan had. Op Twitter las ik over dit programma en ik bleek precies in de doelgroep te vallen. Het ging mij niet zozeer om emancipatie, echt om de coaching zelf.’ Birgit: ‘Ik besef steeds beter wat de “macht van het getal” is. Een organisatie moet een brede basis hebben van vrouwelijk potentieel, anders blijf je altijd afwijkend en een uitzondering. Pas wanneer je boven de 30 procent uitkomt ga je de cultuur mede bepalen. Hier wil ik mijn steentje aan bijdragen.’

En hoe vulden jullie die coaching praktisch in?
Anne: ‘In het begin hebben we een coachingsvraag opgeschreven. Ik wilde weten hoe ik mijn kwaliteiten optimaal kan gebruiken in mijn werk én hoe ik werk en privé het best kan balanceren.’ Birgit: ‘En zichtbaarheid hè?’ Anne: ‘Inderdaad. Ik deed al een tijdje projectwerk, maar ik wilde er graag een tandje bij. Ik vroeg me af hoe ik dat voor elkaar kon krijgen.’ Birgit: ‘We hebben het over ambitie gehad. Hoe je toekomst er in je dromen uitziet en wat je ideale werkdag inhoudt. Het werd meteen duidelijk dat Anne een enorme drive had om een stap te zetten.’ Anne: ‘Het was wel heel erg wennen hoor, want ik praat nooit over mezelf. De eerste keer vond ik het heel raar om een uur over mezelf te praten.’

Wat leveren die gesprekken op?
Birgit: ‘Ik vond het leuk te zien dat Anne meteen aan de slag ging. We hadden het over mogelijke acties gehad en de keer erop had ze dat dan al drie keer geprobeerd.’ Anne: ‘Sinds januari mag ik een nieuw onderzoeksprogramma coördineren. Ik had daarbij het gevoel dat het een lucky shot was, dat het vanzelf mijn kant op kwam rollen, maar Birgit vertelde me dat dit geen geluk is.’ Birgit: ‘Het heeft juist veel te maken met jouw acties. Het gaat erom dat je je eigen roer in handen neemt en dat dingen je niet meer overkomen. Je bent je bewust van wat je wil en gaat niet elke dag met de stroom mee.’

Ambitie, zichtbaarheid en toekomstdromen, dat klinkt nog heel abstract. Wat voor lessen voor dagelijkse problemen leverde dit op?
Anne: ‘Wanneer je naar een nieuwe functie overstapt, moet je andere eigenschappen aanspreken. Daar hebben we het bijvoorbeeld over gehad. Neem conflictmanagement, ik ben iemand die conflicten liever vermijdt, maar soms komt het erop aan en dan heb je bepaalde tactieken om met conflicten om te gaan.’

Heeft u die in uw nieuwe werk als coördinator al toegepast?
Anne: ‘Ja, maar ik heb nog niet al Birgits tips opgevolgd.’ Birgit: ‘Daar wordt nog aan gewerkt.’ Anne: ‘Een heel goede tip was dat je jezelf wat experimenteerruimte moet gunnen. Niet alles hoeft direct te kloppen wanneer je in een nieuwe situatie komt. Eerst kun je zus proberen en dan zo, je leert en ontwikkelt jezelf. Een nuttige les want zo ga je een nieuwe situatie veel minder krampachtig in.’

Voor het interview noemde u zichzelf behalve wetenschapper ook expliciet moeder. Speelde moederschap een grote rol in de gesprekken?
Anne: ‘Weinig expliciet, al moest ik soms na een stressvolle tijd even mijn verhaal kwijt. Ik ben het wel eens met Sheryl Sandberg [Red: topvrouw van Facebook, schreef een boek over carrière maken als vrouw] dat emancipatie aan de keukentafel begint. Je kunt eindeloos praten over het glazen plafond, maar uiteindelijk gaat het om twee partners die aan de keukentafel goede afspraken maken over de taakverdeling.’ Birgit: ‘Bij jou zit dit wel goed. Er zijn natuurlijk issues, met kinderfeestjes en slapeloze nachten, maar het is niet de kern van de coachingsvraag omdat er een betrokken vader is met een vergelijkbare achtergrond.’ Anne: ‘Bij Wageningen UR heb ik ook nooit problemen ondervonden hoor. Ik ben zelfs aangenomen toen ik zwanger was.’

Op welke manier hoopt u dat coaching uw verdere carrière beïnvloedt?
Anne: ‘Het heeft me al enorm geholpen. We hebben het natuurlijk maar over een tijdsspanne van vier maanden, maar het hielp me al mijn eigen koers uit te zetten en steviger in mijn schoenen te staan. Bovendien word je bewust dat je echt wat te melden hebt. Coaching was het ei van Columbus.’ Birgit: ‘En ik heb hier ook veel van geleerd. Ik dacht dat ik als leidinggevende altijd al een coach was, maar in die hiërarchische verhouding ben je nooit helemaal vrij van verwachtingen. Je bent van beide kanten nooit helemaal vrij om open te zijn. Ik vond het wel een eyeopener om van iemand die helemaal los van me staat te horen hoe tegen managers wordt aangekeken.’

Zouden jullie dit anderen aanraden?
Anne: ‘Ik heb het mijn kamergenote al aangeraden. Eigenlijk zou elke medewerker gecoacht moeten worden. Niet heel zwaar, maar drie of vier gesprekken per jaar naast het R&O-gesprek.’ Birgit: ‘Eerlijk gezegd chockeerde het me dat Anne 38 is, in deze positie en nog nooit was gecoacht. Ik vind externe reflectie echt iets dat bij het professionaliseringsproces hoort. Zelfs bij de kennisprofessionals waarmee je hier te maken hebt, is het kennelijk niet evident dat ze er mee in aanraking zijn gekomen. Soms wordt het idee voor coaching zelfs negatief geïnterpreteerd. Anne: ‘In onze organisatie zijn cursussen altijd gericht op het beter worden in een bepaald doel, zoals het leiden van een project. Er is geen ruimte om vrij na te denken over je ontwikkeling. Birgit: ’Als ze dan het advies krijgen een coach te nemen, denken mensen dat er iets mis met ze is.’ Anne: ‘Alsof je iemand een pepermuntje aanbiedt. Maar het is juist heel goed.’ Birgit: ‘Coaching is echt een cadeautje voor jezelf.’

Foto: Sven Menschel



Re:ageer