Organisatie - 11 januari 2018

Dertig jaar in Afrika

tekst:
Albert Sikkema

Ken Giller, hoogleraar Plantaardige Productiesystemen, wil snappen hoe Afrikaanse boeren hun voedselproductie kunnen verhogen. ‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er voldoende land overblijft voor de natuur en tegelijkertijd jonge mensen een fatsoenlijke toekomst hebben?’ De Brit heeft het erg naar zijn zin in Wageningen, maar Zimbabwe lonkt.

© Guy Ackermans en leerstoelgroep Plantaardige Productiesystemen

Toeval en bier bepaalden dat Ken Giller zeventien jaar geleden hoogleraar in Wageningen werd. ‘Ik zat bier te drinken met Eric Smaling (destijds hoogleraar Bodeminventarisatie in Wageningen, red.) in een café in Cotonou, Benin. Ik was daar voor een conferentie. We hadden een hoop lol en hij zei: waarom kom je niet naar Wageningen? Er was een vacature voor hoogleraar Plantaardige productiesystemen. Ik had geen idee wat de functie inhield, maar ik stuurde mijn cv. Ik kreeg antwoord van Johan Bouma, voorzitter van de benoemingsadviescommissie: “sorry, de procedure sloot drie weken geleden.” Maar blijkbaar konden ze geen goede kandidaat vinden, want drie weken later nam hij contact op met mij.’

Excellent
Giller was toen hoogleraar Bodemkunde aan de University of Zimbabwe, maar hij moest daar weg. De regering van Mugabe verlengde de contracten van alle hoogleraren uit Nigeria, Kenia en Engeland niet. Met ironie: ‘Dus ik ben een economische vluchteling.’ De Brit was ook nog persoonlijk hoogleraar aan het Wye College, University of London, maar hij wilde niet terug naar Engeland. ‘Het ging niet goed met Wye College, enkele jaren later ging het dicht, onder andere omdat de Britse regering niet langer in landbouwkundig onderzoek wilde investeren.’ Dus hij koos voor Wageningen.

De afgelopen jaren heeft Giller een zeer succesvolle groep opgezet. Hij behoort tot de meest geciteerde Wageningse hoogleraren. Zijn groep werd in 2009 en 2015 beoordeeld als ‘excellent’ door de internationale visitatiecommissie van WUR. Hij wordt veel gevraagd als keynotespreker op internationale conferenties over voedselveiligheid, stikstofbinding, landbouw, klimaatverandering en bodemvruchtbaarheid.

Ken Giller 2.jpg

Als gevolg daarvan zit Giller veel in het buitenland. De afgelopen weken zat hij bijvoorbeeld in Brussel om een onderzoeksprogramma voor fotosyntheseonderzoek te ondersteunen, in Seattle om de Gates Foundation bij te praten over zijn grootschalige en miljoenen dollars kostende N2Africa-project, in Nigeria voor een ander project en in Kaapstad om een toespraak te houden op de Global Food Security Conference.


Nu de Britse regering weer in landbouwkundig onderzoek wil investeren, krijgt Giller aanbiedingen om hoogleraar in Engeland te worden. ‘Ik heb de kans gehad om op meerdere universiteiten een groep op te zetten.’ Maar hij blijft in Wageningen. ‘In Wageningen zit veel meer expertise in de breedte in vergelijking met de Engelse universiteiten. En die expertise heb ik nodig. Onze leerstoelgroep onderzoekt boeren en boerenbedrijven. Dat is bij uitstek een onderzoeksveld met sociale, economische, landbouwkundige, ecologische en culturele dimensies. Als ik een vraag heb over dierwetenschap, vraag ik Imke de Boer, voor humane voeding ga ik naar Inge Brouwer. Heb ik een economische kwestie, dan spreek ik Erwin Bulte. Voor politieke vraagstukken bel ik Peter Oosterveer, voor onderzoek met big data Sander Janssen en voor sociologie Jens Andersson, Conny Almekinders en Cees Leeuwis. Ik heb zoveel samenwerkingsprojecten hier, bij alle kenniseenheden, dat is een geweldig voordeel van Wageningen.’

Zo is Giller op dit moment zeer enthousiast over de samenwerking met de Wageningse historicus Frans Huijzendveld. Die doet onderzoek in het noorden van Tanzania, in een bergachtig gebied waar Giller ooit als postdoc zijn eerste onderzoeksproject deed. ‘In dit gebied hadden en hebben de boeren problemen met bodemerosie en dalende bodemvruchtbaarheid. Onderzoekers hebben dit sinds 1890 gedocumenteerd en de problemen zijn niet veranderd. Het punt is: de boeren daar investeren niet in maatregelen om de erosie en landdegradatie tegen te gaan op de hellingen, ze investeren liever in irrigatie voor groenteteelt in de vallei en geven het geld liever uit aan onderwijs voor hun kinderen. Als je je concentreert op het veldje met groente en mais, zie je alleen maar slechte oogsten. Je kunt je beter verdiepen in de ambities van deze boeren. Die bepalen of en hoe ze in de landbouw investeren.’

Ik ben naïef genoeg om te denken dat we de Afrikaanse landbouw kunnen verbeteren

Fatsoenlijke toekomst
Giller heeft een enorme drive om de positie van Afrikaanse boeren te verbeteren, maar makkelijk is dat niet. ‘Ik werk nu dertig jaar in Afrika. In die periode is de bevolking verdubbeld. Het beschikbare land kan de bevolking nauwelijks voeden en nu voorzien we opnieuw een verdubbeling van de bevolking binnen twintig jaar. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er voldoende land overblijft voor de natuur en tegelijkertijd jonge mensen een fatsoenlijke toekomst hebben? Dat houdt me weleens wakker ’s nachts. Eigenlijk moeten de Afrikaanse regeringen investeren in banen in de stad, zodat de jongeren op het platteland de landbouw uit kunnen. Want nu krijgen alle kinderen een stukje land, waardoor de landbouwbedrijfjes steeds kleiner en marginaler worden.’

Hoe keer je dat om naar duurzame landbouwontwikkeling? ‘Ik ben nog steeds naïef genoeg om te denken dat we de landbouw in deze landen kunnen verbeteren. Maar ik kan dat niet alleen en daarom ben ik blij met de samenwerking in Wageningen. Wat ook helpt is dat ik inmiddels 75 promovendi heb opgeleid. Veel van die promovendi zitten op belangrijke plekken in onderzoeksorganisaties in Afrika. Die alumni zijn waarschijnlijk de belangrijkste multipliers van onze inzet.’

Stikstofbinders
Maar Giller heeft nog een belangrijk ijzer in het vuur. Sinds 2009 coördineert hij met geld van de Bill & Melinda Gates Foundation (50 miljoen dollar) het project N2Africa. Dit project introduceert stikstofbindende gewassen als peulen en soja bij kleinschalige boeren in Afrika. Het project bereikte in de eerste fase maar liefst 230 duizend kleine boeren in elf Afrikaanse landen. Die ontvingen zaden van stikstofbindende gewassen, entstoffen voor de Rhizobium-bacteriën die stikstof uit de lucht binden in symbiose met de gewassen, en kunstmest. Volgend jaar, als de financiering afloopt, hoopt het project 750 duizend Afrikaanse boeren te hebben bereikt.

Voor Giller is N2Africa een landbouw- en onderzoeksproject ineen. Hij wil iets bereiken met zijn onderzoek – ‘science for impact’ – én beschouwt de praktijk als de aanjager van zijn onderzoek. ‘We hebben de technologie in elf Afrikaanse landen uitgezet. We leren nu hoe we de technologie kunnen verbeteren, zodat de gewassen een goede opbrengst hebben, de bodemvruchtbaarheid verbetert en ziekten en plagen worden onderdrukt door gewasrotatie.’

Daarbij komt de hoogleraar niet zozeer plantaardige problemen tegen, maar vooral institutionele belemmeringen. ‘We werken samen met bedrijven die het zaaizaad leveren van de vlinderbloemigen, bedrijven die de entstoffen leveren en kunstmestbedrijven. Als een van deze bedrijven het laat afweten of geen kwaliteit levert, hebben we een probleem.’ Het andere institutionele probleem is de afzetmarkt. ‘Zo hebben we in Noord-Ghana de productie van sojabonen gestimuleerd met dit project. Dat ging heel goed, maar toen daalde de sojaprijs en hadden de boeren geen goede afzetmarkt meer. Dan heb je dus een marktmechanisme of een overheid nodig die een minimumprijs garandeert.’

Ken Giller 1.jpg

Cacaoteelt
Giller vindt het cruciaal dat hij zowel teelt-technische als sociaal-economische aspecten van de voedselproductie onderzoekt. ‘Dat maakt mijn groep uniek in de wereld. De meeste internationale collega’s focussen op cropping systems, maar wij kijken naar farming systems, dus naar de integratie. We moeten alle aspecten van zo’n bedrijfssysteem begrijpen. Het gaat allemaal om de onderzoekcontext, die bepaalt of jouw technologie verandert in een innovatie. Je kunt het vergelijken met dat spelletje waarbij kinderen ronde en vierkante blokken in doosjes moeten stoppen. Als jouw technologie een rond blokje is voor een vierkant gat, dan gaat het niet werken.’

Hij hoopt dat N2Africa een vervolg krijgt, maar start dit jaar ook met een nieuw programma, genaamd CocoaSoils. Dat is een project van ruim 11 miljoen dollar om de opbrengsten in de cacaoteelt te verhogen via verbetering van de bodemvruchtbaarheid. ‘Samen met lokale onderzoekinstituten en internationale cacao- en kunstmestbedrijven gaan we veldproeven doen om de bodemvruchtbaarheid in de cacaoteelt te verhogen in Ecuador, Brazilië, Ivoorkust, Kameroen, Ghana, Nigeria en Indonesië. Het doel is duurzame intensivering van de cacaoteelt, want de vraag naar chocola zal de komende jaren naar verwachting verdubbelen. Opnieuw gaan we hierbij kijken naar management en best practices.’

Ik blijf Brits. Ik hou van cricket en Engelse pubs

Goede sfeer
Giller heeft een hekel aan management, zegt zijn omgeving. Zelf zegt hij dat hij zijn spaarzame tijd bij de leerstoelgroep nuttig wil besteden. ‘Ik heb een hekel aan het invullen van formulieren, administratie en Excelsheets, maar ik investeer in personeelsmanagement. Ik vind de gesprekken met de medewerkers heel belangrijk. Het gaat erom dat ik hun inbreng in onze activiteiten herken en respecteer. De tijd dat ik in Wageningen ben, steek ik in overleg met collega’s over projecten, promovendi begeleiden en onderwijs. Het belangrijkste is lol in je werk. Ik steek zo veel tijd in mijn werk; it has to be fun! Een goede sfeer is belangrijk, er moet volledig vertrouwen zijn in elkaar, want alleen dan kun je goed informatie delen en goed discussiëren over je onderzoek.’

Maar hij zit het liefste in het veld. ‘Dit jaar ben ik tien keer in Afrika geweest. In het veld krijg ik inspiratie en nieuwe onderzoeksvragen. Ik moet vaak naar workshops in hoofdsteden, maar ik zit liever in dorpen, dicht bij de actie.’

Pool en darts
Hij spreekt goed Nederlands, maar als het complex wordt of secuur moet, schakelt de hoogleraar soms even over naar het Engels. Hij woont nu zeventien jaar in Wageningen, maar verblijft een groot deel van de tijd in Afrika. Voelt hij zich eigenlijk Brit, Nederlander of Afrikaan? ‘Ik blijf Brits. Ik hou van cricket en Engelse pubs. Toen ik een keer in Johannesburg was voor een workshop met Wageningse collega’s, heb ik weer pool en darts gespeeld – en dik gewonnen. Ik heb in een dartsteam gespeeld op de universiteit in Engeland. Mijn vrouw is Nederlands, ik heb haar in Engeland ontmoet. Toen we in Engeland woonden, sprak ik Nederlands met de kinderen, zo heb ik thuis de taal geleerd.’

Dat Nederlands komt hem erg van pas in Wageningen. ‘Het is essentieel om de Nederlandse taal te kennen op deze universiteit. Mensen in Wageningen willen hun eigen taal spreken, vooral als het gecompliceerd of emotioneel wordt. Bovendien hoor je beter wat er in de wandelgangen speelt als je Nederlands spreekt. Het gaat altijd om de context, of je nu onderzoek doet of een onderzoeksgroep leidt.’

Zimbabwe
Maar Gillers toekomst ligt mogelijk niet in Wageningen. Zijn hart ligt in Zimbabwe. ‘Ik wil graag terug om de landbouwfaculteit van de University of Zimbabwe weer op te bouwen. Ik heb er maar drie jaar gezeten, maar werk nog steeds samen met onderzoekers daar. Nu Mugabe is afgetreden als president, wordt deze mogelijkheid om terug te keren reëler. Maar ik ga alleen bij een echte regime change, als de huidige regering helemaal weg is.’

Zimbabwe had een rijke academische cultuur, vertelt Giller. ‘Het had de beste universiteit in Afrika op het gebied van boerenlandbouw in de negentiger jaren, maar het land heeft de afgelopen achttien jaar te maken gehad met een enorme braindrain naar Zuid-Afrika, Engeland en de VS. De mensen in Zimbabwe verdienen beter en ik zou heel graag bijdragen aan de wederopbouw van de University of Zimbabwe. Bovendien is het een prachtig land waarin je heerlijk kunt kamperen in de natuur te midden van wilde dieren. Ik kom er heel graag!’

Ken Giller is senior fellow van het UNEP World Conservation Monitoring Centre in Cambridge en lid van de Sustainable Sourcing Advisory Board van Unilever. Hij is getrouwd en heeft 2 kinderen.
Ken Giller is senior fellow van het UNEP World Conservation Monitoring Centre in Cambridge en lid van de Sustainable Sourcing Advisory Board van Unilever. Hij is getrouwd en heeft 2 kinderen.
Ken Giller
2001 Hoogleraar Plantaardige Productiesystemen, Wageningen University & Research
1998 Hoogleraar Bodemkunde, University of Zimbabwe
1996 Persoonlijk hoogleraar Tropische Bodemvruchtbaarheid, Wye College, University of London
1986 Docent Tropische Bodemvruchtbaarheid, Wye College, University of London
1982-1986 Onderzoeker bij Rothamsted Experimental Station, werkzaam bij de instituten Icrisat in India en CIAT in Colombia
1978-1982 PhD Plant Ecology, Sheffield University
1975-1978 BSc Botany, Sheffield University
1956 Blaby (nabij Leicester), Engeland


Re:ageer