Organisatie - 6 september 2018

De zomer die ons wakker schudde: 'Iedereen zag de gevolgen van de droogte'

tekst:
Roelof Kleis

Nederland – en heel Noord-Europa – heeft een uitzonderlijk warme en droge zomer achter de rug. Dat was niet alleen een geschenk voor zonaanbidders, maar ook voor wetenschappers. Droogte en klimaatverandering staan eindelijk op de kaart

tekst Roelof Kleis  foto Normafotografie/Hollandse Hoogte

‘Zo’n zomer als deze is een cadeautje’, zegt Henny van Lanen van de leerstoelgroep Hydrologie en Kwantitatief Waterbeheer. Hij houdt zich al bijna dertig jaar bij WUR bezig met droogte, maar in zijn ogen heeft het onderwerp in Nederland nooit de aandacht gekregen die het verdient. ‘De focus heeft altijd heel sterk gelegen op het voorkómen van natte voeten. Het oplossen van droogte zit niet tussen de oren. We gebruiken het woord zelfs niet; we gebruiken het neutralere zoetwatervoorziening.’ ‘Laat’, zegt Van Lanen dan ook kort en krachtig als hem wordt gevraagd welke les er uit de jongste droogteperiode kan worden getrokken. ‘Wat deze zomer ons leert is dat we veel eerder hadden moeten beginnen met het treffen van maatregelen. Een voorbeeld. Begin mei was al duidelijk dat het in juni en juli verschrikkelijk droog zou kunnen worden. Pas halverwege juni werd het besluit genomen voor een hoger peil in het IJsselmeer, maar toen zat er al weinig water meer in de Rijn.’

Bewustwording

Fenoloog en klimaatwetenschapper Arnold van Vliet van de leersteoelgroep Milieusysteemanalyse had een topzomer. Hij was niet uit de media te slaan. Mooi voor zijn naamsbekendheid, maar vooral goed voor de bewustwording over klimaatverandering, vindt hij. ‘Doordat het zo lang droog en warm bleef, gingen journalisten voortdurend op zoek naar nieuwe invalshoeken. Dat bood de kans om veel breder naar het probleem te kijken dan doorgaans gebeurt bij media-aandacht voor weersextremen.’ De stroom aan journalistieke verhalen heeft volgens Van Vliet ook een positief effect op de aandacht van het grote publiek voor het klimaat. ‘Iedereen zag de gevolgen van de droogte in zijn eigen achtertuin. Dat heeft het effect dat verhalen over droogte beter landen. Hogere temperaturen zijn niet zichtbaar, droogte wel.’

Wat de gevolgen zijn voor de natuur van één zo’n droge zomer is volgens Van Vliet moeilijk te zeggen. ‘De gevolgen zijn moeilijk los te zien van de weersextremen die we de afgelopen jaren al hebben gehad.’ Voor het grotere plaatje verwijst hij graag naar het onderzoek dat ecoloog Wieger Wamelink van Wageningen Environmental Research deze zomer naar buiten bracht. Wamelink rekende uit dat door klimaatverandering in 2085 tot wel 40 procent van de huidige plantensoorten in Nederland zullen zijn verdwenen. Bij een scenario tenminste waarbij de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt van de huidige 10 naar 14 graden.

De rillingen

Maar ook bij een realistischer opwarming tot 12 graden Celsius zijn de gevolgen groot. Wamelink: ‘Dan nog komen 207 van de 1200 onderzochte soorten – 17 procent – in de problemen. Dat wil zeggen: het wordt hier te warm, hun verspreidingsgebied verschuift naar het noorden. Meer dan een derde van die soorten staan op de Rode Lijst en zijn dus nu al zeldzaam.’ ‘Daar krijg ik dus de rillingen van’, reageert collega Van Vliet. ‘Ik moet er niet aan denken. De gevolgen zijn giga. En er zitten ook beeldbepalende soorten bij als de eik.’

Tegenover het verlies aan soorten, wordt Nederland potentieel geschikter voor 234 nieuwe planten. Wamelink: ‘Hun verspreidingsgebied verschuift ook noordwaarts; bij ons is het dan warm genoeg om te leven. In potentie komen er dus meer planten bij dan er verdwijnen.’ Maar dat is scorebordjournalistiek. ‘Er zijn soorten bij die maar een paar meter per jaar opschuiven. Dat is te langzaam om de opwarming bij te benen. Bovendien moet bijvoorbeeld de bodem maar net geschikt zijn. Onze bodem is over het algemeen zuurder dan in Zuid-Frankrijk. Kortom, het is geen simpele optelsom. Het is eigenlijk niet te voorspellen wat er gaat gebeuren.’

Twitterboom

Op kleine schaal valt er wel iets te zeggen over de gevolgen van een droge zomer. Neem de twitterboom van Ute Sass-Klaassen, onderzoeker bij de leerstoelgroep Bosecologie en Bosbeheer. De populier, die naast Orion staat, houdt al ruim een jaar nauwkeurig bij wat er in hem omgaat. Metertjes en sensoren monitoren veranderingen in de diameter en de sapstroom van de boom, die dat via twitter deelt met de buitenwereld.

De droogte heeft zijn sporen duidelijk nagelaten, blijkt uit de laatste gegevens. Waar de diameter vorig jaar bijna een centimeter toenam, is dat nu maar 0,6 centimeter, een afname van 37 procent. ‘Dat komt doordat de boom als reactie op de droogte midden juni al is opgehouden te groeien, ruim een maand eerder dan het jaar ervoor’, zegt Sass-Klaassen

Eén droge zomer is het einde van de wereld niet, stelt Sass-Klaassen gerust. Bomen leggen niet zomaar het loodje. ‘Maar of ze herstellen en hoe goed dat herstel is, moet nog blijken. Dit was een superspannende zomer, maar 2019 wordt dus ook spannend.’

Zoetwaterstrategie

De droge zomer van 2018 drukt ons met de neus op de feiten, zeggen Wamelink en zijn collega’s. ‘Een belangrijke les is dat we ons echt beter moeten voorbereiden op klimaatverandering’, zegt Wamelink. ‘Moeten we ons inzetten voor behoud van wat we hebben, of ons voorbereiden op wat er kan komen? Die discussie voeren we te weinig. Daarvoor komt zo’n zomer als geroepen.’

Een belangrijke les is dat we ons beter moeten voorbereiden op klimaatverandering

‘Droog moet in het beleid een vergelijkbare plek krijgen als nat’, zegt hydroloog Van Lanen. ‘Nederland heeft pas in 2010 een nationale zoetwaterstrategie ontwikkeld. Dat is laat in vergelijking tot de rest van Europa. En eigenlijk schandalig, als je ziet hoeveel waterkennis wij in ons land hebben. Het duurde vervolgens tot 2015 voor het Deltaplan Zoetwater werd vastgesteld. En met de implementatie daarvan zijn we nu nog bezig.’ En dan droogjes: ‘De zomer van 2018 kwam dus iets te vroeg.’


Re:ageer