Organisatie - 20 september 2018

De revolutie van 1980

tekst:
Rik Nijland

Wageningen was tot eind jaren tachtig een broeinest van studentenactivisme, met als hoogtepunt De Wageningse Lente, een wekenlange bezetting van het hoofdgebouw. Het lijkt nu slechts een nostalgische herinnering, maar de actie legde de basis voor het onderwijssysteem waar WUR beroemd om is. Actieleider Mona Commandeur verklaart het succes.

Theun Vellinga biedt namens de bezetters het Zwartwitboek aan met suggesties voor onderwijsverbeteringen. © Archief WUR en Guy Ackermans

‘Hier werden de spandoeken geschilderd’, vertelt Janny van Gijssel tijdens een rondleiding door Villa Arion. De deur zwaait open naar een ruimte in het souterrain met een vloer vol verfvegen, getuigen van een halve eeuw belangenbehartiging.

Van 1969 tot 2012 was dit statige huis aan de Niemeijerstraat in de Wageningse binnenstad het hoofdkwartier van studentenvakbond WSO. Van Gijssel en haar man kochten het uitgeleefde pand zes jaar geleden van WUR; op de muren zaten nog lagen posters vol vergeten politieke idealen. Inmiddels is Arion een prachtig woonhuis, B&B en kookstudio. Ondanks die metamorfose, ‘ziet’ Mona Commandeur nog de oude indeling voor zich: ‘Daar zaten de kamerbalie en het uitzendbureau, daar het reductiebureau voor dictaten en studiespullen’, wijst ze. ‘En in de kelder stond de stencilmachine; kopieerapparaten waren er nog niet.’

Mona Commandeur in de woonkamer van de gerestaureerde Villa Arion, het voormalige hoofdkwartier van studentenvakbond WSO.
Mona Commandeur in de woonkamer van de gerestaureerde Villa Arion, het voormalige hoofdkwartier van studentenvakbond WSO.

Breiwerkjes
Commandeur, tegenwoordig onafhankelijk adviseur en projectmanager voor de agrarische sector, was in het voorjaar van 1980 student Zoötechniek aan de Landbouwhogeschool en voorzitter van de studentenvakbond WSO. Ze was befaamd om de breiwerkjes die ze meenam naar vergaderingen – ‘dan kan ik goed luisteren’. Maar op 5 maart was de tijd van luisteren voorbij. Commandeur zette haar voet tussen de dichtslaande deur van het hoofdgebouw op het Salverdaplein en gaf daarmee het startsein voor de Wageningse Lente, een bezettingsactie die vier weken zou duren (zie kader).

Om herinneringen op te halen aan de actie mogen we Van Gijssels’ woonkamer in Arion gebruiken, ooit de vergaderzaal waar de vele acties van de WSO vorm kregen. Die verliepen in die tijd volgens een vast stramien: enkele tientallen studenten vormden een actiecomité dat naar het faculteits- of hoofdgebouw trok en daar de ingangen blokkeerde. Vervolgens werd er geëist, onderhandeld, retoriek gebezigd, en na enkele uren, soms een nacht, werd de bezetting opgeheven. Onvoldoende bereikt? Dan werd direct de volgende actie gepland.

Massale opkomst
Begin maart 1980 liep het anders. Op de actievergadering over het voorgenomen protest tegen de tweefasenstructuur (zie kader) kwamen niet de gebruikelijke tientallen, maar acht- à negenhonderd studenten af. De nacht ervoor waren de oudgedienden van de vakbond in Kafé Troost nog tot de slotsom gekomen: bij minder dan zestig man moest de bezetting worden afgeblazen. Zij werden volkomen overvallen door de massale opkomst.

De actievoerders hebben op de eerste dag van de bezetting een ontmoeting met het college van bestuur van de Landbouwhogeschool.
De actievoerders hebben op de eerste dag van de bezetting een ontmoeting met het college van bestuur van de Landbouwhogeschool.

Een grote meerderheid van de aanwezigen stemde vervolgens vóór bezetting, waarna zo’n vierhonderd studenten naar het Salverdaplein marcheerden en daar de middenvleugel van het gebouw innamen. ‘Ook daar was het een complete verrassing’, vertelt Commandeur. ‘Het personeel liep naar buiten alsof het een brandoefening was. Overal lagen privéspullen en dossiers open en bloot op de bureaus. Mijn medebestuurslid Theun Vellinga heeft vliegensvlug alles in laden en kasten gestopt en die op slot gedraaid.’

Dat er zoveel studenten bereid waren de barricaden op te gaan, is volgens Commandeur terug te voeren op een cultuurverandering die zich in het voorafgaande jaar bij de WSO had voltrokken. In 1979 had zij een vakbond aangetroffen met kennis, ervaring en infrastructuur om acties te organiseren, maar ook met een snel afkalvende achterban. Nog maar een op de drie studenten was lid, terwijl dat aandeel begin jaren zeventig dubbel zo hoog lag. ‘Op Arion was het een dooie boel; de fut was eruit’, vertelt de oud-voorzitter.

De Wageningse Lente
Op 5 maart 1980 bezetten vierhonderd studenten het hoofdgebouw van de Landbouwhogeschool aan het Salverdaplein. Ze toonden daarmee hun onvrede over de bezuinigingsplannen van onderwijsminister Pais én over het Wageningse onderwijs. Pais wilde de zogenoemde tweefasenstructuur invoeren en daarmee de studieduur – toen nog ongelimiteerd – beperken tot zes jaar. Heel studerend Nederland protesteerde hiertegen, maar in Wageningen was het verzet massaal. Dat kwam doordat de studenten van de Landbouwhogeschool al geruime tijd pleitten voor onderwijsvernieuwing en vreesden dat daar nu niets meer van zou komen. Ze wilden betere aansluiting van het onderwijs bij de beroepspraktijk en maatschappelijke vraagstukken. Daarvoor moest er meer projectonderwijs komen, meer integratie tussen vakgebieden en meer aandacht voor sociale wetenschappen. Toen de Mobiele Eenheid (ME) na vier weken een einde maakte aan de bezetting, hadden de actievoerders formeel niets bereikt. Toch kreeg hun actie onder de naam De Wageningse Lente – een verwijzing naar de Praagse Lente van 1968 – een cultstatus. Dat aanzien is gebaseerd op de ongekend lange duur én de impact; de bezetting vormde de opmaat tot het ontstaan van het typisch Wageningse onderwijssysteem, met veel keuzevrijheid en projectonderwijs.

Links gedoe
Uit de trilogie Geschiedenis van de Landbouwhogeschool rijst een beeld op van de WSO als een sektarisch, marxistisch bolwerk waar overwegend mannelijke ouderejaars – de gestaalde vakbondskaders – de dienst uitmaakten. Zij onderhielden nauwe banden met uiterst linkse politieke partijen zoals de communistische CPN, de socialistische PSP en de toen nog maoïstische SP. Volgens het politiek vakbondsconcept richtte de WSO zich vooral op materiële belangenbehartiging op het gebied van financiën en huisvesting, solidariteit met toekomstige studenten (tegen studentenstops) en steun aan ontwikkelingslanden. Daarnaast ging ook zorg om het milieu een rol spelen.

Mona Commandeur (links, met papieren) bezoekt samen met andere actievoerders een vergadering
Mona Commandeur (links, met papieren) bezoekt samen met andere actievoerders een vergadering

Democratie was ver te zoeken bij de WSO, vertelt Commandeur. In het hoogste orgaan, de Beleidsraad, zaten afgevaardigden van de 22 richtingsgroepen: studenten die actief waren binnen hun studierichting. ‘Die werden door de ouderejaars WSO’ers getraind en gevormd tot nieuw kader. In de praktijk beschouwde de WSO deze afgevaardigden niet als vertegenwoordigers, maar als vooruitgeschoven posten van de vakbond,’ vertelt Commandeur. ‘Dat leidde tot wrevel en wantrouwen bij de richtingsgroepen, ook al omdat de WSO nauwelijks belangstelling had voor de inhoud van het onderwijs. Bij Veeteelt hadden we bijvoorbeeld een erg actieve richtingsgroep, kritisch op het onderwijs, maar pragmatisch. Daar had men weinig op met al dat linkse gedoe van de WSO.’

Zwartwitboek

In 1979 zette Commandeur de luiken op Arion open. ‘Toen Theun Vellinga en ik voor het bestuur werden gevraagd – ze konden niemand anders vinden – zijn we naar een kraakpand in Amsterdam gegaan om een andere opzet uit te werken. We wilden een vakbond die luisterde. Daarna zijn we bij alle richtingsgroepen langs gegaan om te horen wat er leefde. Dat was een litanie aan klachten over het uitblijven van onderwijsvernieuwing. Tegen de gestaalde kaders heb ik toen gezegd: jongens, die materiële belangenbehartiging parkeren we even. Ga alsjeblieft weer studeren, we hebben jullie nu even niet nodig; we moeten een nieuwe achterban opbouwen. Dat is ons niet in dank afgenomen. Zelfs de traditionele, jaarlijkse verstoring van de opening van het academisch jaar – de politie stond al klaar – lieten we schieten.’

Slapende bezetters in het hoofdgebouw
Slapende bezetters in het hoofdgebouw

Commandeur en Vellinga, tegenwoordig onderzoeker bij Wageningen Livestock Research, wisten met hun aanpak nieuwe bondgenoten te mobiliseren: studenten die actief waren in de Hogeschool- en de Faculteitsraad, de richtingsonderwijscommissies, de richtingsgroepen en bij organisaties zoals Agromisa en de Boerengroep. Die samenwerking leidde tot een Zwartwitboek: Geen tweefasenstructuur maar voor verbetering van ons onderwijs, met kritiek en suggesties voor meer ‘probleemgericht, maatschappelijk relevant onderwijs’. Commandeur: ‘Iedereen die de wensen in het Zwartwitboek ondertekende, kreeg een exemplaar, maar moest ook een gulden betalen. We hadden namelijk dringend geld nodig. Uiteindelijk zijn er duizend verkocht, ook veel aan stafleden. Dat sterkte ons in het idee dat we op de goede weg waren.’

Onderwijsmarkt
Het bezette hoofdgebouw vormde dat voorjaar de smeltkroes waar de bezetters en bezetsters – zo werden brieven en pamfletten ondertekend – de ideeën uit het Zwartwitboek uitwerkten. Dat leverde zeventig concrete voorstellen op voor projectonderwijs. Eind maart werden die aan de man gebracht tijdens een zonovergoten onderwijsmarkt op het voorplein van het bezette hoofdgebouw. Op de gevel een spandoek met de tekst: ‘De Wageningse Lente’. Sindsdien is dat de geuzennaam voor de bezetting, al is die vanwege de associatie met de Praagse Lente niet onomstreden. Commandeur: ‘Bij het college van bestuur lag dat gevoelig. Collegelid Wouter Douma was diep gekwetst dat het hogeschoolbestuur leek te worden geassocieerd met Russische agressie tegen vrijheidsstrijders in Tsjecho-Slowakije.’

Van de zeventig onderwijsprojecten die op de markt werden gepresenteerd, zijn er vijftig daadwerkelijk uitgevoerd, vertelt Commandeur. ‘Dat betekent dat ook veel stafleden zich betrokken voelden, anders was er geen begeleiding mogelijk geweest.’ Volgens Commandeur was de passieve achterban in Wageningen groot. ‘Ook studenten die tegen een bezetting als actiemiddel waren, steunden overwegend wel de roep om onderwijsvernieuwing. Wat meespeelde was de bezorgdheid dat door de tweefasenstructuur de praktijktijd als studieonderdeel zou sneuvelen. Door de actie werd er Wageningen-breed gediscussieerd. Tegen de tijd dat de ontruiming plaatsvond, was vernieuwing onvermijdelijk geworden.’

Verdeeldheid
Wat aan de Wageningse Lente ontbrak, was een happy end. Peter van der Schans, voorzitter van het college van bestuur, huldigde het adagium: geen politie op de campus. Hij onderhandelde daarom wekenlang met ‘zijn’ studenten. Het bestuur had begrip voor de wens tot onderwijsvernieuwing en de weerstand tegen de bezuinigingsplannen van onderwijsminister Pais, maar wilde niet toezeggen dat het beslissingen uit Den Haag naast zich neer zou leggen. Ondanks meerdere bemiddelaars lukte het niet om tot een vergelijk te komen.

Een handgeschreven bordje kondigt de beëindiging van de bezetting aan.
Een handgeschreven bordje kondigt de beëindiging van de bezetting aan.

Volgens Commandeur kwam dat door onderlinge verdeeldheid bij de studenten. ‘Aan de ene kant stonden de onderwijsmensen die na de succesvolle onderwijsmarkt de bezetting wel wilden opgeven. Aan de andere kant had je de radicale kaderleden die zich vooral richtten op de strijd tegen de kabinetsplannen. Tot hun teleurstelling konden zij niet domineren in de grootste studentenactie die Wageningen ooit heeft gekend. Bovendien hadden zij nog geen resultaat geboekt. Die verdeeldheid leidde tot het actiebesluit om niet op eigen initiatief het gebouw te verlaten.’

Voorsprong
Uiteindelijk was de maat vol. Er moesten salarisbetalingen worden gedaan, het personeel morde en ook een groep studenten gaf aan genoeg te hebben van de bezetting. Maandag 1 april om half zeven ’s ochtends was het zover: de Mobiele Eenheid (ME) van de politie drong het pand binnen. De tweehonderd bezetters – speciaal opgetrommeld; de nachten ervoor waren er nog maar twintig studenten over – vertrokken zonder verzet. Winst hadden zij niet geboekt: minister Pais voerde zijn bezuinigingen door en kwalificeerde de bezetting als ‘een achterhaald ritueel’.

Maar al op de dag van de ontruiming gaf een bepaald niet rancuneus college van bestuur van de Landbouwhogeschool aan te willen praten over het onderwijs, wat leidde tot een brede onderwijsdiscussie. ‘Wageningen nam zo een voorsprong op andere academische instellingen’, vindt Commandeur. ‘De latere rector magnificus Cees Oosterlee liet zich er zelfs op voorstaan: Wageningen had het onderwijs op een nieuwe leest geschoeid met keuzevrijheid, maatschappelijke inslag en diverse onderwijsvormen, terwijl dat proces elders in Nederland nog in de kinderschoenen stond.’


Re:ageer