Organisatie - 8 maart 2018

Daarom krijgen zij een eredoctoraat

tekst:
Roelof Kleis

Het verjaardagsfeestje van de universiteit pakt voor vier gasten heel goed uit. Zij worden morgen eredoctor. Waarom zij? De vier personen die hen voordragen leggen het uit.

Maar eerst nog even dit. Eredoctoraten uitdelen is een niet alledaagse gebeurtenis. In Wageningen vindt dat in principe om de vijf jaar plaats. Elk lustrum wordt luister bijgezet door het toekennen van (enkele) eredoctoraten. De vier genomineerden die morgen hun bul af mogen halen sluiten aan in een lange rij van voorgangers. De afgelopen eeuw zijn er, inclusief die van morgen, in totaal 58 eredoctoraten toegekend.   

Wie die eer te beurt valt, wordt in eerste instantie door de zittende hoogleraren bepaald. Zij kunnen op verzoek van het College voor Promoties kandidaten voordragen. Dat moeten uiteraard hot-shots zijn uit het wetenschappelijke veld waarop WUR zich beweegt. Het CvP maakt uit die voordrachten de keuze.

Gefusilleerd 
Op de lijst met eredoctors bevinden zich illustere namen. De allereerste eredoctor was in 1926 oud-minister van landbouw Folkert Posthuma. Hij stond een eeuw geleden aan de wieg van de Landbouwhogeschool. Posthuma werd overigens in de Tweede Wereldoorlog vanwege zijn pro-Duitse activiteiten door het verzet gefusilleerd. In 1928 werd de beroemde bioloog Hugo de Vries onderscheiden.

Landbouwminister Sicco Mansholt kreeg er eentje in 1956. In 1978 was de Deense econome Ester Boserup de eerste vrouw die een eredoctoraat in ontvangst mocht nemen. Na haar volgden in 1983 de Filipijnse ruraal socioloog Gelia Castillo en in 1993 de Britse landbouwhistorica Joan Thirsk. Katrina Brown is, een dag na de internationale vrouwendag, de vierde vrouw die in Wageningen eredoctor wordt.   

Hieronder geven de vier nominatoren in eigen woorden weer waarom zij hun kandidaat hebben voorgedragen voor een eredoctoraat. De bijdrage van hoogleraar Simon Bush is samengesteld uit zijn aanbevelingsbrief naar het CvP.

Eugene Koonin.jpg

John van der Oost (persoonlijk hoogleraar Microbiologische Genetica):

‘Ik heb de Russische evolutionair-bioloog Eugene V. Koonin genomineerd voor een ere-doctoraat als blijk van waardering voor zijn baanbrekende werk op het gebied van de bio-informatica. De unieke combinatie van vergelijkende genoom-analyses en een ongeëvenaard overzicht van de cel- en microbiologie hebben geleid tot een groot aantal functionele voorspellingen. Heel veel van deze voorgestelde functies zijn in de loop der jaren experimenteel bevestigd door wetenschappers over de hele wereld, niet in de laatste plaats in Wageningen. Een aansprekend voorbeeld is de pioniersrol die Koonin heeft gespeeld op het gebied van een bacterieel antivirussysteem: CRISPR-Cas. Hij heeft een reeks van nieuwe CRISPR-varianten ontdekt, en voorspellingen gedaan betreffende zowel biochemische eigenschappen als evolutie. Het werk van Koonin en de daaruit voortkomende revolutionaire toepassingen (van biotechnologie tot gentherapie) sluit naadloos aan bij de missie van Wageningen Universiteit: exploratie van de natuur om de kwaliteit van leven te verbeteren.’

办公室照片.jpg

Carolien Kroeze (hoogleraar Water Systems and Global Change):

'De Chinese plantkundige Fusuo Zhang is een uitstekend onderzoeksleider. Zijn onderzoek draagt bij aan de voedselzekerheid en de duurzaamheid van het milieu in China. Hij ontwikkelde nieuwe productiesystemen die zorgen voor een hogere opbrengst en beter gebruik van hulpbronnen zodat de vervuiling van het milieu vermindert. Hij publiceerde in top-journals, inclusief Nature, Science en PNAS, en ontving diverse internationale onderscheidingen. Daarboven is hij een uitstekende docent. Hij beperkt het lesgeven niet tot het klaslokaal, maar neemt zijn studenten mee naar boerderijen en fabrieken. Professor Zhang ontwikkelde in China een netwerk van zogeheten ‘Science Technology Backyards'. Dit zijn dorpen waar studenten en boeren samenwerken aan het vergroten van de oogstopbrengst en het efficiënter gebruik van hulpbronnen. Wat ik misschien het meest in hem waardeer is zijn leiderschap en betrokkenheid bij het beheer van nutrienten. Hij wil daadwerkelijk een verandering teweegbrengen in China. Hij speelt een belangrijke rol in het versterken van de positie van kleine boeren, beleidsmakers en voorlichtingsdiensten. Ik vind professor Zhang een levend
voorbeeld van science for impact.'


carlfolke_ljusbg.jpg

Marten Scheffer (hoogleraar Aquatic Ecology and Water Quality Management):

‘Ik heb de Zweedse ecoloog Carl Folke genomineerd omdat hij een heel bijzondere inspirator is die het begrip veerkracht, zoals velen in Wageningen dat gebruiken, op de kaart heeft gezet. Hij heeft een breed publiek ervan doordrongen dat de economie slechts een klein deelaspect is van de samenleving, en dat we die samenleving op haar beurt niet los kunnen zien van de biosfeer waar zij onderdeel van uitmaakt. Als wetenschappers willen helpen om te zorgen dat de mens tot in lengte van dagen en generaties kan floreren op onze planeet moeten ze volgens Folke dus helpen begrijpen hoe het hele, sterk vervlochten Sociaal-Ecologische-Systeem werkt. Dit gedachtengoed is nu enorm invloedrijk. Bijzonder is de manier waarop Folke die transdisciplinaire doorbraak heeft gekatalyseerd. Niet door zichzelf op de voorgrond te stellen, maar door nieuwe combinaties van denkers samen te brengen en te inspireren om de door hem aangegeven richting te exploreren. Een prachtig rolmodel voor Wageningen.’

KatrinaBrown.jpg

Simon Bush (hoogleraar Environmental Policy):

‘Ik vind de Britse milieu-sociologe Katrina Brown een uitstekend sociaal-wetenschapper, die de afgelopen twintig jaar aan het front heeft gestaan van de zogeheten sociale omgevingswetenschappen. Ze heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan disciplines als politieke economie en ontwikkelingsstudies, maar ook op het terrein van natuurbeheer en het denken in veerkracht. De kern van haar onderzoek gaat over de sociale aspecten van milieuverandering en dan met name armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. Door haar publicaties begrijpen we beter hoe samenlevingen en individuen omgaan met hun kwetsbaarheid voor klimaatverandering. Haar werk aan de sociale aspecten van klimaatadaptatie zijn verplichte kost in het vakgebied en ze is een pionier op het terrein van het denken in veerkracht. Professor Brown heeft een scherp oog voor de relevantie van haar onderzoek voor beleidsvraagstukken en zet zich actief in voor het verspreiden van haar wetenschappelijke kennis in de gemeenschappen waar ze werkt.’   


Re:ageer