Organisatie - 4 april 2019

Buitenposten nieuwe stijl - WUR toont ander gezicht in de regio's

tekst:
Albert Sikkema
2

WUR concentreerde de afgelopen jaren steeds meer onderzoek op de Wageningse campus. De ‘buitenposten’ stonden onder druk. Maar inmiddels investeert de instelling weer in regionale samenwerking. Niet in proefbedrijven, maar als deelnemer in living labs.

tekst Albert Sikkema  illustratie Alfred Heikamp

We heten dan wel Wageningen University & Research, maar WUR zit in heel Nederland. Behalve op de Wageningse campus kom je ‘Wageningse’ onderzoekers tegen in Randwijk, Lelystad, Den Haag, Bleiswijk, Leeuwarden, Sterksel, het Gelderse Hengelo, IJmuiden, Den Helder en Yerseke (zie kaart). En dan slaan we de regiokantoren en kleinere proefbedrijven voor het gemak over.

Het is een mooie lijst, maar wel korter dan-ie was. Tien jaar geleden had WUR nog vier andere proefbedrijven voor onderzoek naar varkens en koeien. Die zijn inmiddels verkocht. Bovendien werken er in de overgebleven nevenvestigingen steeds minder mensen. In 2018 werkten 800 van de circa 5000 WUR-medewerkers buiten Wageningen, in 2014 waren dat er nog 950, blijkt uit cijfers van de afdeling Corporate Human Resources. En hoewel het cijfer van een jaar eerder niet beschikbaar is, staat vast dat dat nog hoger was.

Betere samenwerking

De daling van het aantal medewerkers buiten Wageningen is vooral het gevolg van twee verhuizingen. Ten eerste ging Wageningen Livestock Research in 2014 van Lelystad naar Wageningen. Dit instituut, 200 werknemers groot, wilde zo de samenwerking met andere delen van WUR versterken. Ten tweede verplaatst Wageningen Economic Research (WEcR) zich langzaam naar Wageningen. Het van oorsprong Haagse instituut met 250 medewerkers nam de afgelopen jaren steeds meer personeel in Wageningen aan. Inmiddels werken zo’n 75 WEcR-medewerkers in Wageningen. ‘We bewegen naar een situatie waar 50 procent in Wageningen werkt en 50 procent in Den Haag’, zegt Martijn Hackmann, directeur Bedrijfsvoering van de Social Sciences Group. Ook hier is betere samenwerking met andere WUR-onderdelen het doel.

Nieuw model

Het onderzoek in de ‘buitengewesten’ maakte de afgelopen jaren moeilijke tijden door. Door overheidsbezuinigingen en het opheffen van de agrarische productschappen slonken de budgetten voor praktijkgericht onderzoek en kwamen enkele instituten en proefboerderijen in zwaar weer. Wageningen Marine Research in Yerseke ging bijna dicht bij gebrek aan onderzoeksopdrachten, maar werd te elfder ure gered door een Zeeuwse coalitie van schelpdiervissers en andere regionale partijen. Het oude model van opdrachtonderzoek werd ingeruild voor een nieuw model, waarbij Yerseke fungeert als regiocentrum waar opdrachtgevers en onderzoekers samen de inhoud en financiering bepalen. Er kwamen een helpdesk en een ‘strippenkaart’ voor onderzoek. Dat werkt goed, zegt regiomanager Nathalie Steins. ‘Het onderzoek zit nu dichter op de praktijk en heeft meer draagvlak.’

Wat het nieuwe regiocentrum in Yerseke ook doet, is zichzelf presenteren als een vooruitgeschoven post van heel WUR. Als Rijkswaterstaat in Zeeland bijvoorbeeld met een economische vraag zit, moet het regiocentrum soepel een WUR-econoom erbij kunnen halen.

Ook Wageningen Economic Research positioneert zich inmiddels als voorpost van WUR. WEcR zit sinds juli 2018 in het World Trade Center in Den Haag, op loopafstand van het ministerie van LNV en de Tweede Kamer. ‘Iedereen van WUR die een dag in Den Haag moet zijn, kan hier komen werken’, zegt Martijn Hackmann. ‘De drempel om even te overleggen op het ministerie is nu laag. En die band met het ministerie is superbelangrijk.’

Kritiek op WUR

Tegenover het succes van onder meer Yerseke en Den Haag staat echter het recente verlies van vijf proefbedrijven voor de veeteelt. Het varkensinnovatiecentrum in het Brabantse Sterksel sluit in 2020 de deuren. De praktijkcentra voor koeien en varkens in Zegveld, Heino, Lelystad en Raalte deden dat al eerder.

Deze sluitingen leidden de afgelopen jaren tot de kritiek dat ‘Wageningen’ niet meer zichtbaar was in de regio. Die kritiek snijdt hout, vindt Frank Lenssinck, voormalig hoofd van het opgeheven proefbedrijf in Zegveld. Volgens hem heeft WUR zijn goede positie in het praktijkonderzoek verspeeld. Agrarische toeleveranciers als Agrifirm, Schothorst en MS Schippers zijn zelf onderzoeksbedrijven begonnen en hebben WUR van de markt voor praktijkonderzoek geduwd, aldus Lenssinck. ‘Dat komt omdat WUR niet snapt hoe ze kennis moet vermarkten.’

Lenssinck leidt inmiddels het private Veenweiden Innovatiecentrum in Zegveld, de opvolger van het WUR-proefbedrijf. Hij stelt dat er in het praktijkonderzoek ‘managers’ en ‘ondernemers’ zijn. De managers stellen het proefbedrijf volgens hem in dienst van het onderzoek. In dat model ‘zit het praktijkcentrum aan de laatste speen’. De ondernemers daarentegen stellen het onderzoek in dienst van het bedrijf, vervolgt Lenssinck. Ze overleggen direct met de externe opdrachtgevers en beoordelen daarna welk onderzoek ze willen en kunnen ‘inkopen’ bij WUR. Met managers gaat WUR geen positie terugwinnen in de regio, denkt Lenssinck.

In de nieuwe benadering sluiten we aan bij regio's als kennispartner

Samenwerking

Directeur Martin Scholten van de Animal Sciences Group vindt de opvattingen van Lenssinck achterhaald. ‘We willen geen eigen proefbedrijven meer waarin we beperkt sectoraal onderzoek doen, die bovendien moeten concurreren met andere onderzoekbedrijven. Dat is niet meer van deze tijd.’

Sterksel sluit volgens Scholten omdat de faciliteit verouderd was. ‘Die konden en wilden we niet langer in de benen houden. We zoeken nu naar partners waarmee we moderne faciliteiten voor varkensonderzoek kunnen opzetten, naar het model van Dairy Campus in Leeuwarden.’ Dit onderzoekscentrum voor een duurzame zuivelketen is een gedeeld initiatief van WUR, lokale en regionale overheden, een groot zuivelbedrijf, een hogeschool en een (v)mbo.

Samenwerking met de directe omgeving – dat lijkt het devies van WUR om zijn positie in de regio te behouden. Een recent voorbeeld: WUR wil proefbedrijf De Marke in Hengelo Gld. onderdeel maken van een ‘proeftuin voor de kringlooplandbouw’. De Marke, dat sinds 1990 de mineralenkringloop van melkveebedrijven in kaart brengt, krijgt zo een bredere functie als onderdeel van een living lab in de Achterhoek. Scholten: ‘We stellen het proefbedrijf beschikbaar voor de regionale innovatieagenda van de regio, waaraan ook boeren, agrifoodbedrijven en onderwijsinstellingen deelnemen.’

Terug in de regio

WUR wordt dus weer actiever buiten Wageningen, zegt Scholten. ‘In de nieuwe benadering sluiten we aan bij regio's als kennispartner, om integraal naar landbouw, landschap en samenleving te kijken. We werken daarbij vooral in het veld.’ Zo wil hij de Dairy Campus in Leeuwarden nu benutten als uitvalsbasis van WUR om deel te nemen aan veldprojecten voor natuur-inclusieve kringlooplandbouw in Noord-Nederland. ‘Dat is breder dan melkvee. En zo zijn we weer terug in de regio.’

Re:acties 2

  • Jpkievit

    Het zou van wereldwijde betekenis als wageningen de onderzoekt of roundup niet kanker veroorzaakt of dat roundup wel kankers veroorzaakt .de universiteit heeft in 2019voldoende kennis om dit 100% uit te zoeken

    Reageer
  • Janjo de Haan

    Jammer dat de proefbedrijven van WUR Open Teelten in Vredepeel, Westmaas, Rolde, Valthermond en Nagele missen op de kaart. In de akkerbouw en groententeelt hebben we daarmee nog steeds een goede verbinding met de regio en treden we al jaren als kennispartner op voor regionale partijen.

    Reageer

Re:ageer