Nieuws - 30 april 2015

Breukink wil collegetijden verruimen

tekst:
Albert Sikkema

De universiteit stevent af op langdurige tekorten, omdat de overheid de studentengroei niet volledig vergoedt. In die situatie is een investering in onderwijsgebouwen op De Dreijen niet verstandig, vindt bestuurder Tijs Breukink. We kunnen de campus efficiënter gebruiken. Hij pleit voor verruiming van het lesrooster, bijvoorbeeld met avondcolleges.

Terwijl de universiteit maar blijft groeien, vergoedt het ministerie van EZ de kosten van die groei niet volledig. Daardoor loopt de universiteit dit jaar en de komende jaren zo’n 9 miljoen euro per jaar mis, zegt Tijs Breukink, in de raad van bestuur verantwoordelijk voor financiën en huisvesting. Mede daarom sluit de begroting van Wageningen Universiteit in 2015 met een tekort van 3 miljoen euro. Volgend jaar is dat tekort, als er niets gebeurt, opgelopen tot bijna 6 miljoen. ‘Wij vergoeden tot nu toe de toenemende onderwijskosten aan de leerstoelgroepen’, zegt Breukink, ‘maar we krijgen dat geld niet van de overheid. Dat gaat dus knellen.’

Dus moet de raad van bestuur nadenken over besparingen. Ten eerste wil Breukink de investering in onderwijsfaciliteiten op De Dreijen heroverwegen. Vorig jaar nog overwoog  het bestuur het opnieuw gebruiken van die locatie om de studentengroei in de komende jaren te kunnen opvangen. Die gedachte was gebaseerd op ‘lineair denken’: elke duizend studenten extra kost de universiteit x extra docenten, y extra onderwijsruimten en z extra computers. Breukink wil af van dit lineaire denken, hij zoekt wegen om de groei tot meer dan 12.000 studenten op een voordeliger manier op te vangen.

Breukink wil de investering in De Dreijen, die aanvankelijk was begroot op 20 miljoen euro en in een latere variant is verminderd tot 7 miljoen euro, minimaliseren. In plaats daarvan wil hij de onderwijsfaciliteiten op de campus beter benutten. Nu loopt het lesrooster van half 9 ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds. Breukink stelt voor om het lesrooster uit te breiden, bijvoorbeeld met twee uur per dag. Daarbij kun je denken aan ’s ochtends eerder beginnen, de middagpauze verkleinen of avondcolleges.

Een andere optie is dat de universiteit haar onderwijsfinancieringsmodel, het zogeheten Brascamp-model, onder de loep neemt. Nu nog betekenen meer studenten in dit model meer docenten voor de leerstoelgroep die het onderwijs verzorgt. ‘We hebben nog steeds relatief weinig studenten  per docent. Bij andere  universiteiten, waaronder de technische universiteiten, zijn er meer studenten per docent  dan in Wageningen.’ Breukink oppert om de onderwijsbijdrage per student te verlagen. ‘We moeten op zoek naar onderwijsvormen die minder kostbaar zijn, maar waarbij de kwaliteit op peil blijft.’

Breukink wil deze opties bespreekbaar maken bij de docenten en studenten. ‘We kunnen in stenen investeren door de campus op De Dreijen op te knappen, maar dat gaat ten koste van het onderwijs en staat haaks op het campus-concept.’