Organisatie - 3 augustus 2018

Bijenonderzoek: hoe werk je veilig?

tekst:
Tessa Louwerens

Afgelopen woensdag moest een bijenonderzoeker van WUR met de ambulance naar het ziekenhuis vanwege een allergische reactie op een bijensteek. Drie vragen over bijenonderzoek en de risico's die daar bij komen kijken.

© Shutterstock

De onderzoeker was bezig met haar promotieonderzoek. Het gaat inmiddels goed met haar, vertelt haar collega Coby van Dooremalen, senior bijen-onderzoeker bij Biointeractions and Plant Health. De onderzoeker is herstellende en kan daarom zelf niet reageren.

Hoe groot is de kans dat je als onderzoeker gestoken wordt?
‘We zijn allemaal erg voorzichtig, maar als onderzoeker loop je wel iets meer risico om gestoken te worden, dan bijvoorbeeld een gemiddelde hobby-bijenhouder. Wij kijken veel vaker in het volk om daar speciale metingen te doen. Over het algemeen doet zo’n steek vooral erg zeer en krijg je een lokale zwelling, maar incidenteel komt het voor dat iemand een allergie opgebouwd heeft nadat ze een paar keer gestoken zijn. De kans dat je allergisch reageert als je voor het eerst gestoken wordt is zeer klein. Van de vaste medewerkers weten we wie er allergisch zijn, maar met gasten, studenten en stagiaires weet je dat niet. Daar kom je dan pas achter als iemand gestoken wordt.’

Wat wordt er gedaan om de risico op een steek te minimaliseren?
‘We pakken ons helemaal in, maar het kan toch gebeuren dat een bij ergens doorheen glipt. Bijen zijn heel nieuwsgierig en kruipen overal onder, achter of in op zoek naar voedsel. In dit geval was de onderzoeker gewoon in haar vinger geprikt, maar daar reageerde ze heftiger op dan je normaal zou verwachten. We hebben strikte protocollen. Zo moeten overal epi-pennen klaarliggen. Die zijn niet bedoeld als behandeling, maar kun je gebruiken om tijd te winnen als de ambulance bijvoorbeeld ver weg is. Dat mag ook alleen door een arts worden gedaan of na overleg met 112, omdat het gebruik daarvan ook niet zonder risico is.

Ik weet niet zeker of er nu een epi-pen aanwezig was. Er zou er volgens het protocol wel een moeten zijn, maar dat blijft lastig op locaties zonder faciliteiten en met het beperkte aantal epi-pennen dat we beschikbaar hebben. In dit geval was geen epi-pen nodig omdat de ambulance snel ter plaatse was. Voor de zekerheid is het protocol opnieuw langs al onze medewerkers gestuurd zodat zij het ook weer fris in hun geheugen hebben. Medewerkers met een allergie kunnen een desensibilisatie-traject volgen, maar het blijft opletten.’

Waarom werk je met de bijen?
‘Er is uiteraard een goede reden waarom onderzoekers bereid zijn om met bijen te werken, met het risico om af en toe gestoken te worden. Wij doen onderzoek naar resistentie van bijen tegen de varroa mijt. Deze is de belangrijkste bedreiging van de honingbij en zorgt voor wintersterfte. Bijenhouders gebruiken bestrijdingsmiddelen tegen de mijt. De ergste crisis lijkt inmiddels onder controle en 50 a 70 procent van de bijenhouders heeft geen last meer van wintersterfte. Wij onderzoeken nu of je door natuurlijke selectie tot bijenvolken kan komen die zelf bestand zijn tegen de mijten, zodat er geen bestrijdingsmiddelen meer nodig zijn. Het liefst willen we natuurlijk voor de bijen geen mijten en geen bestrijdingsmiddelen. Binnen het Nationaal Honingprogramma hebben we al een aantal populaties die bestand zijn tegen de mijt. Nu bekijken we wat die bijen in het volk nou precies tegen die mijten doen en of er speciale relaties zijn tussen bijen, mijten en virussen.’


Re:ageer