Organisatie - 29 maart 2018

Bedelen voor de Zaaier

tekst:
Rik Nijland
1

Op het Salverdaplein, op Duivendaal, voor Atlas. Overal waar de bestuurders van Wageningen University gaan, volgt de Zaaier. Fier staat hij symbool voor het verspreiden van kennis. Maar hoe komt de universiteit eigenlijk aan het beeld? De werkelijkheid is prozaïscher dan de mythe.

De Zaaier op zijn huidige plek op de campus. foto’s Guy Ackermans en archief WUR

Het was feest die dag in Wageningen. ’s Middags was de officiële viering van vijftig jaar landbouwonderwijs in de stad. De gemeente bood daar de Landbouwhogeschool een mooi cadeau aan: geen beeld, maar een lap grond en 25 duizend gulden voor een nieuw laboratorium.

Al aan het eind van de ochtend had zich op het Salverdaplein een uitgelezen gezelschap verzameld voor een ander hoogtepunt: de onthulling van de Zaaier. Twee ministers gaven acte de présence , de commissaris van de Koningin was er, de burgemeester, net als verschillende professoren en beeldhouwer August Falise. Alleen Prins Hendrik, jachtvriend van Falise, ontbrak. Hij was helaas te laat.

President-curator Schelto van Citters van de Landbouwuniversiteit (rechts) heeft veel moeite moeten doen om het geld ervoor bij elkaar te krijgen.
President-curator Schelto van Citters van de Landbouwuniversiteit (rechts) heeft veel moeite moeten doen om het geld ervoor bij elkaar te krijgen.

Zwoegen
Om de onthulling vast te leggen, was op het voorplein een filmcamera geposteerd. De (stomme) beelden zijn nog te vinden in de WUR-archieven, alleen zijn ze zo vlekkerig dat de vrouw van de rector magnificus – zij knipte een touw door, waarna een doek weggleed – eigenlijk niet valt te onderscheiden tussen de mannen met donkere pakken. Ook komt het hoofd van de Zaaier op het moment suprême niet in beeld.

Uit krantenverslagen valt op te maken dat jonkheer Schelto van Citters, president-curator der Landbouwhogeschool, die ochtend in ieder geval een gloedvol betoog hield. ‘Dit beeld spreekt van Arbeid en Vertrouwen, Werken en Bidden, Wetenschap en Geloof’, hield hij zijn gehoor voor. ‘Het is niet het beeld van een landman, die maar op goed geluk wat zaad uitstrooit; integendeel, het spreekt van ernstigen arbeid, van zwoegen en werken om den bodem, waarop hij gaat zaaien, zoo goed mogelijk te hebben voorbereid.’

Weinig aanwezigen zullen hebben beseft dat ‘zwoegen’ zeker ook van toepassing was op de financiering van het kunstwerk. Na drie jaar bedelen stond De Zaaier dan wel trots op zijn voetstuk, maar de rekeningen konden nog bij lange na niet worden voldaan. Twee weken later tastte Van Citters zelf diep in de buidel om gezichtsverlies te voorkomen.

De term crowdfunding moest nog worden bedacht, maar dat is wat het Zaaier-comité wilde

Lege schatkist
Terwijl het verhaal van de Zaaier drie jaar eerder, in 1923, nog zo mooi begon. Ter gelegenheid van het eerste lustrum van de Landbouwhogeschool schonk de Wageningse kunstenaar August Falise het ontwerp voor een drie meter hoog bronzen beeld. Ook beloofde hij de bijbehorende sokkel te betalen. Dit genereuze cadeau plaatste de hogeschool voor een dilemma. Zij had geen eigen budget; voor elk wissewasje moest zij haar hand ophouden in Den Haag. En de regering hield de hand op de knip.

Sterker nog: vanwege de lege schatkist werden draconische bezuinigingen doorgevoerd. In twee jaar tijd ging de bijdrage van het Rijk aan de nog prille Landbouwhogeschool met een derde omlaag; het budget voor onderzoek halveerde. Voor extra’s was geen ruimte. Een telefoonaansluiting in het Laboratorium voor Technologie? Afgewezen. Zelfs toen de hoogleraren in het hoofdgebouw klaagden dat hun laboratoria niet schoon te houden waren door al het roet uit de kachels – er zou zelfs ontploffingsgevaar dreigen – gaf Den Haag geen krimp: centrale verwarming was uitgesloten.

De Zaaier vlak na de onthulling in 1926.
De Zaaier vlak na de onthulling in 1926.

Crowdfunding avant la lettre
Om in dit kille klimaat toch gestalte te geven aan het cadeau van Falise, werd in 1923 een comité ingesteld. Van Citters werd voorzitter en secretaris-penningmeester was de administrateur van de Landbouwhogeschool, jonkheer ingenieur Willem Laman Trip.

In het Landbouwkundig Tijdschrift legde hij uit wat August Falise beoogde: ‘een zaaier, het zinnebeeld der Landbouwhogeschool, die over de het land de zaden strooit, welke, ontkiemende, rijken oogst zullen geven’. ‘Is het ook niet’, filosofeerde Laman Trip, ‘een voorstelling van den band die de wetenschap en de praktijk te zamen bindt, de wetenschappelijke zaaier, die geeft en strooit, de praktische landbouwer, die naar zijne aanwijzingen handelt en oogst.’

Mooie symboliek, maar hier was ook de fondsenwerver aan het woord. De term crowdfunding moest nog worden bedacht, maar dat is precies wat het comité voor ogen had. De ‘landbouwkundige basis’ – lees: de boerenstand van Nederland – moest de 6000 gulden bijeen brengen die nodig waren om Falises beeld te realiseren. Alle landelijke en regionale landbouwkundige verenigingen en coöperaties kregen een brief. Als zij een tientje gaven en ieder van hun leden een gulden, ‘dan zouden de fondsen voor het beeld zijn gevonden’.

Maar de landbouwkundige basis was na vijftig jaar landbouwonderwijs in Wageningen en vijf jaar hogeschool blijkbaar niet overtuigd van de meerwaarde. Binnen twee maanden bloedde de actie dood. Er was toen zo’n veertig gulden toegezegd. In de zomer van 1925 – Nederland stond er financieel weer iets beter voor – hervatte het comité de inzameling, opdat de onthulling kon worden ingebed in de viering in 1926 van vijftig jaar Wagenings landbouwonderwijs.

Achterlijke streken
Enkele regionale landbouwconsulenten waarschuwden op dat moment voor al te veel optimisme. ‘Daar ik (...) bijna uitsluitend in de meest achterlijke streken met landbouwers in aanraking kom, zijn mijne verwachtingen niet hoog gespannen’, schreef er één. ‘Ik verwacht niet, dat er bij degenen die stoffelijke voordelen genieten van het werk der Landbouwhogeschool, lust zal bestaan om voor het genoemde doel een bijdrage te geven’, meende een ander.

De sceptici kregen gelijk. Laman Trip werd in zijn correspondentie steeds somberder. In april 1926, toen er pas 920 van de benodigde 6000 gulden binnen was, schreef hij: ‘In deze omstandigheden zal het niet mogelijk zijn om in september het beeld te onthullen.’ Hij gaf ook een verklaring voor de tegenvallende opbrengst. Nederland was in de ban van hulpacties voor de slachtoffers van enorme overstromingen in het rivierengebied en van de tornado die het centrum van Borculo verwoestte. Tegen zoveel natuurgeweld konden de Wageningse fondsenwervers niet op.

In samenspraak met Falise koos het comité daarom voor een eenvoudiger, kleiner beeld, ruim twee meter hoog, niet in brons maar uitgevoerd in Franse kalksteen, zogeheten Euville marbrier. Uit de losse pols rekende de kunstenaar voor dat 1500 gulden in dat geval zou volstaan. De tijd begon te dringen en hoewel er nog zo’n 500 gulden ontbrak, kreeg de beeldhouwer groen licht. Zoals bij veel van zijn werk besteedde Falise de uitvoering uit. Beeldhouwer Hendrik Maurits Hagedoorn ging aan de slag aan de hand van een gipsen model. Wel bracht de kunstenaar af en toe een bezoek aan het terrein in Scheveningen waar Hagedoorn aan het werk was.

Uit eigen zak
Bij de eindafrekening bleek dat de kosten veel te rooskleurig waren ingeschat. Het beeld kostte 1226,61 gulden plus 644,10 voor vervoer, voetstuk, inscriptie en plaatsing. Met de kosten voor drukwerk en porti, kwam de Zaaier op ruim 2000 gulden. Uit niets in de archieven blijkt dat Falise de beloofde sokkel ook daadwerkelijk heeft betaald.

Hoewel een nieuwe bedelbrief nog slechts wat tientjes opleverde, kon Laman Trip vier maanden na de onthulling opgelucht ademhalen: alle rekeningen waren betaald. President-curator Van Citters maakte uit eigen zak 400 gulden over. De Bond van Eigenaren van Nederlandsch-Indische Suikerondernemingen gaf 200 gulden en de deelnemers van het Congres van Indische Landbouwkundigen, in december in Wageningen, dempten met 150 gulden het laatste gat. Het landbouwkundig grootkapitaal van die tijd was te hulp geschoten.

De Zaaier is een symbool dat op de landbouwdeskundigen in wording diepen indruk moet achterlaten
Bij de viering van het 75-jarig bestaan de Landbouwhogeschool maakte een vijftien meter hoge replica van de Zaaier zijn opwachting.
Bij de viering van het 75-jarig bestaan de Landbouwhogeschool maakte een vijftien meter hoge replica van de Zaaier zijn opwachting.

Icoon
Terug naar 14 september 1926. Na de gloedvolle woorden van Van Citters kwam een gepikeerde minister Jan Kan van Binnenlandse Zaken en Landbouw aan het woord. De Nieuwe Rotterdamsche Courant had per ongeluk zijn speech te vroeg afgedrukt. Kan maakte zich er daarom met een paar zinnen vanaf. De rest moesten de toehoorders maar in de krant lezen. Sommige verslaggevers drukten het geplande verhaal echter toch gewoon af. ‘Alles wat den kunstzin bij het geslacht dat ons zal opvolgen, kan aankweeken, is van onschatbare waarde en de Zaaier die uitgaat om te zaaien, het beeld van de eeuwig zich vernieuwende natuur, is bovendien een symbool dat op de landbouwdeskundigen in wording diepen indruk moet achterlaten.’

En indruk heeft het beeld gemaakt; het is uitgegroeid tot icoon van Wageningen, symbool van het zaaien van kennis. Tijdens het Bergfeest rond het 75-jarig bestaan van academisch onderwijs in Wageningen, nu 25 jaar geleden, maakte een vijftien meter hoge replica van de Zaaier zijn opwachting. Bovendien was er een animatieflimpje te zien. Studenten van de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg schetsten daarin een wat ironisch beeld van de Wageningse wetenschap die de Zaaier heeft voortgebracht.

Jonkheer Van Citters had er vast niet om kunnen glimlachen. In zijn o zo serieuze toespraak in 1926, toen hij op het Salverdaplein de schone schijn ophield over de goedgeefsheid van de landbouw, sprak hij de plechtige woorden: ‘En nu zaait hij, moedig en sterk door toeëigening van wat de wetenschap hem schonk (...). Ziet, dit is het, waarop de nog jeugdige Hoogeschool in haar kort bestaan groot mag zijn: dat het haar gelukt is, bij vrije beoefening van de zuivere wetenschap, de praktijk aan zich te binden.’

 

Dit artikel kwam tot stand met hulp van Wim ter Beest van de WUR-afdeling Document Management en Logistiek, ondernemer Gerben Kuipers, het Wageningse Gemeentearchief, het Gelders Archief en museum De Casteelse Poort.

Tijdlijn:
14 september 1926 Onthulling van de Zaaier op het Salverdaplein
1990 De Zaaier verhuist naar het nieuwe bestuurscentrum op Duivendaal
2012 De Zaaier verhuist naar de campus

 

Meer zaaiers

Ook andere universiteiten in de wereld hebben standbeelden van een zaaier. De nieuwste is in 2000 onthuld, op de campus van de University of Oklahoma. De waarschijnlijk oudste universitaire zaaier – gegoten eind negentiende eeuw – werd in 1914 cadeau gedaan aan Duke University in Durham, North Carolina.

De Zaaier van Duke University in de VS.
De Zaaier van Duke University in de VS.

De enige zaaierverzamelaar

Zaaier verzamelaar Gérard Urselmann
Zaaier verzamelaar Gérard Urselmann

Het appartement van Gérard Urselmann (78) in Enkhuizen staat en hangt vol zaaiers en een enkele zaaister. Hij heeft beelden, tekeningen, reclamemateriaal, ansichtkaarten, postzegels, asbakken, borden, medailles, etc. Er is zelfs een zakmes met een zaaier.

Verzamelen zit hem in het bloed, vertelt Urselmann. In 1984 viel zijn oog op een afbeelding van een zaaier van de schilder Jean-Francois Millet. ‘Die verbeeldt mijn leven, dacht ik. Als kind heb ik nog met de hand stoppelknollenzaad gezaaid, later werkte ik bij zaaizaadbedrijf Syngenta en de parabel van de zaaier in Mattheus 13 spreekt me aan. Sindsdien leg ik me als verzamelaar toe op zaaiers. Volgens mij ben ik de enige.’

Urselmann exposeerde tweemaal in Wageningen, de laatste keer in 1993 ter gelegenheid van 75 jaar academisch onderwijs. In zijn verzameling keert ook de Wageningse Zaaier van beeldhouwer August Falise een paar keer terug: op een suikerzakje van de Landbouwhogeschool en op ansichtkaarten bijvoorbeeld, maar ook in de vorm van een kleine replica – met een te bol gezicht – die de plaatselijke VVV ooit verkocht.

‘Veel kunstenaars hebben nooit echt een boer zien zaaien', aldus Urselmann. ‘Als de rechter hand voor is, moet het rechterbeen achter zijn, maar vaak wordt er voor een meer statische houding gekozen die de kunstenaar mooier vindt.’ De Zaaier in Wageningen kwijt zich echter prima van zijn taak, vindt de verzamelaar. ‘Falise heeft goed opgelet.’

Een greep uit de collectie van verzamelaar Urselmann.
Een greep uit de collectie van verzamelaar Urselmann.

Re:acties 1

  • Astrid de Best

    Loop ook vooral eens een rondje om de sokkel! Het grijs Belgisch hardsteen bevat unieke fossielen: Favosites-koraal – of verwante honingraatkoraal (383 tot 331 miljoen jaar oud). Lees meer: http://www.bionieuws.nl/artikelen/verdwaalde-fossielen-in-stoepranden/

    Reageer

Re:ageer