Organisatie - 25 januari 2018

Bakermat van een wereldmerk

tekst:
Albert Sikkema

De 100-jarige Wageningen Universiteit heeft een goede reputatie in de wereld. Hoe is dat imago eigenlijk ontstaan? Albert Sikkema reisde naar Indonesië, de bakermat van het wereldmerk Wageningen.

Een suikerrietplantage op Java aan het begin van de twintigste eeuw. ©WUR Library

©Fotos artikel: Albert Sikkema

Een koloniaal laboratorium in Bogor.
Een koloniaal laboratorium in Bogor.

Midden in de Javaanse stad Bogor – een miljoen inwoners – ligt een groene long van 87 hectare. Terwijl het hectische verkeer de rondweg om de botanische tuin onveilig maakt, krijgen groepen Indonesische schoolkinderen biologieles in deze oase van rust. Bogor Botanical Gardens bevat 14 duizend tropische planten en bomen, van woudreuzen tot vele soorten palmbomen. De tuin bevat ook een oud laboratorium en een zoölogisch museum, uit de tijd dat Bogor nog Buitenzorg heette en in Nederlands-Indië lag. De plantentuin werd in 1817 opgericht door de Nederlander Reinwaldt, die een plek wilde creëren ‘die aan den weetlust voldoening geeft’.

Deze botanische tuin was honderd jaar geleden het centrum van het landbouwkundig onderzoek in Nederlands-Indië. Ik zoek naar sporen van Wageningen Universiteit, maar kom die niet tegen. Ik vind wel het Treub-laboratorium, het Hoofdkantoor van het Boswezen en het Laboratorium voor Agrogeologie en Grond Onderzoek, maar deze hoorden niet bij de Landbouwhogeschool Wageningen. Begin twintigste eeuw werd in Bogor de dienst uitgemaakt door Leidse, Utrechtse en Amsterdamse botanici, agronomen, chemici en bodemkundigen.

Op de campus verderop toont Nanik Purwanti een bordje met Wageningen erop.
Op de campus verderop toont Nanik Purwanti een bordje met Wageningen erop.

Bordje

Naast de botanische tuin staat de oude vestiging van de belangrijkste landbouwuniversiteit van Indonesië, het Institut Pertanian Bogor (IPB). De ietwat verwaarloosde oude campus heeft nog gebouwen met Nederlandse pannendaken, maar inmiddels is IPB een grote universiteit met negen faculteiten en ruim 25 duizend studenten. De moderne hoofdvestiging zit in Bogor Dramaga, zo’n 15 kilometer en drie kwartier verkeersdrukte verwijderd van de stadskern. Daar tref ik Nanik Purwanti.

Purwanti werkt als voedingstechnoloog aan de faculteit Agricultural Engineering and Technology en promoveerde in 2012 in Wageningen. Ze vertelt over haar onderzoek en brengt me daarna naar een oud gebouw op de uitgestrekte campus. Daar hangt een bordje met ‘Wisma Wageningen’ erop, als aandenken aan een langjarig project van WUR en IPB. Het gebouw moet veertig tot vijftig jaar oud zijn en staat vrijwel leeg. Alleen de schuur is nog in gebruik, want daar voert de oude hoogleraar van Purwanti in de avonduren irrigatieproeven uit. Purwanti noch de International Office van IPB kan me meer vertellen over dit stukje Wageningen in Bogor.

Bogor Botanical Garden 3.JPG
Bogor Botanical Gardens.JPG
De botanische tuin in Bogor was honderd jaar geleden het centrum van het landbouwkundig onderzoek in Nederlands-Indië.
De botanische tuin in Bogor was honderd jaar geleden het centrum van het landbouwkundig onderzoek in Nederlands-Indië.

Plantages
De opmars van Wageningen op het wereldtoneel begon in Indonesië, maar niemand in Bogor heeft daar meer informatie over. Gelukkig is er Nederlandse literatuur en kennis over die periode. De Wageningse onderzoeker Harro Maat, van de WUR-leerstoelgroep Kennis, Technologie en Innovatie, schreef er zelfs een proefschrift over waarop hij in 2001 promoveerde.

In een notendop: toen de kersverse Landbouwhogeschool na zijn oprichting in 1918 zijn eerste afgestudeerden afleverde in de plantenveredeling, bosbouw en bodemkunde, ging ruim de helft van hen naar Nederlands-Indië. De meesten kwamen niet terecht in de laboratoria en proefstations van Buitenzorg in Bogor, want daar waren de Wageningers volgens de Leidse, Utrechtse en Amsterdamse professoren die er de scepter zwaaiden niet goed genoeg voor. De Wageningers kwamen terecht bij particuliere proefstations van Nederlandse plantage-eigenaren of in de voorlichtingsdienst. Zij hielden zich bezig met het verbeteren van de opbrengsten en productieomstandigheden voor belangrijke gewassen als rijst, koffie, rubber, kina en suikerriet.

Brawijaya University in Malang.
Brawijaya University in Malang.
Brawijaya University 1.JPG

Praktijkgericht
Ondanks de scepsis van de grootsteedse hoogleraren won het praktijkgerichte Wageningen in de decennia daarna positie in Nederlands-Indië. De koloniale planters bleken veel baat te hebben bij de praktijkkennis van de Wageningers. Wat ook hielp is dat sterke onderzoekers met praktijkervaring in Nederlands-Indië voor een functie in Wageningen kozen en daar nieuwe studenten gingen opleiden. Een voorbeeld is de in Amsterdam opgeleide botanicus Jacob Jeswiet, die tussen 1912 en 1925 werkte bij het proefstation voor de suikerteelt in Pasoeroean en in 1925 hoogleraar werd in Wageningen. Jeswiet verhoogde het suikergehalte van suikerriet, maar bovenal wist hij ziekteresistentie in te kruisen, waarmee hij de facto de suikerrietteelt op oost-Java redde. De planters schonken hem uit dankbaarheid een riant landhuis nabij Wageningen.

Van Jeswiet zul je echter geen monument tegenkomen in Indonesië of Nederland. Hij ontpopte zich in de Tweede Wereldoorlog tot NSB’er, collaboreerde met de Duitse bezetters en werd in 1946 oneervol ontslagen door de Landbouwhogeschool. Zijn suikerrietvariëteit POJ (Proefstation Oost-Java) wordt echter nog steeds gebruikt in de wereld.

Fotogalerij
Daarom ga ik op zoek naar het Proefstation Oost-Java. Dat is inmiddels omgedoopt tot het Indonesian Sugar Research Institute en is gevestigd in de gemoedelijke kustplaats Pasoeroean. Een ouderwetse fietstaxi zet me voor de deur af. Daar neemt een medewerker van het onderzoeksinstituut me mee naar het ‘museum’. Dat is het oude hoofdgebouw van het proefstation dat inmiddels in gebruik is als badmintonzaal van het instituut. Waar is het museum?

Het ‘museum’ van het Indonesian Sugar Research Institute in Pasoeroean – voorheen het Proefstation Oost-Java.
Het ‘museum’ van het Indonesian Sugar Research Institute in Pasoeroean – voorheen het Proefstation Oost-Java.
Museum van Indonesian Sugar Research Institute 2.JPG

Aan de muur hangt een fotogalerij. Jeswiet hangt er niet tussen, maar wel een andere ‘Wageninger’: directeur Johan Ewald van der Stok, die het rijstonderzoek opzette op het proefstation in Pasoeroean. Toen Van der Stok in 1925 hoogleraar Tropische Plantenteelt in Wageningen werd, werd zijn werk op Java overgenomen door de in Wageningen opgeleide JGJ van der Meulen. En die gaf de rijstveredeling een enorme push, stelt Harro Maat, door de op Java geteelde Japonica-variëteiten te kruisen met Indica-variëteiten uit China. Hij ontwikkelde daaruit het hoogproductieve Peta-rijstras.

Dit Peta-ras staat aan de basis van de Groene Revolutie in Azië, stelt Maat. Want jaren later kruiste het internationale rijstinstituut IRRI op de Filippijnen deze Peta met een andere soort tot een rijstras met nóg hogere opbrengsten.

Sterk imago
Het sterke imago van Wageningen in de wereld is in deze periode ontstaan, stelt Maat. Na de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog in 1949 – toen iedereen die banden met Nederland had het land uit moest – vonden de meeste Wageningse alumni moeiteloos een baan bij bedrijven en ontwikkelingsprojecten elders in de wereld, met name in Afrika. Wat daarbij hielp was het assistent-deskundigenprogramma van het ministerie van Buitenlandse Zaken, waarmee pasafgestudeerde Wageningers werkervaring in de tropen opdeden.

Terwijl de Wageningers gingen werken in langjarige projecten in Afrika, zocht Indonesië nieuwe internationale partners. Pas na 1965, toen Soeharto een militaire coup pleegde, kreeg Wageningen weer voet aan de grond in Indonesië. Door de vele persoonlijke contacten van Wageningers met de oude kolonie was Indonesië alweer snel de belangrijkste ontwikkelingspartner. Zo ging in 1979 een langdurige samenwerking van start met de universiteiten van Yogyakarta en Malang, waar elf medewerkers van de Landbouwuniversiteit werden gestationeerd om het onderwijs te verbeteren.

Ook mocht de Wageningse plantenveredelaar Gerard Grubben in 1984 een proefstation opzetten om nieuwe groenten te ontwikkelen voor de snel groeiende stedelijke bevolking op Java. Bij dit proefstation in Lembang werkten vijf Wageningse experts en zo’n vijftig Indonesische onderzoekers aan groenten als tomaat, komkommer en kousenband. Ze richtten laboratoria in, legden proeftuinen aan en maakten nieuwe kruisingen. Maar dan wordt het 1992 en worden de Wageningers er weer uitgezet.

Ifar Subagiyo van de International Office van Brawijaya University.
Ifar Subagiyo van de International Office van Brawijaya University.

Jan Pronk
De nieuwe breuk tussen Nederland en Indonesië ontstond toen het Indonesische leger protestacties voor onafhankelijkheid van Oost-Timor bloedig onderdrukte. De Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk protesteerde hiertegen. Pronk had veel gezag, omdat hij een internationale commissie voorzat die het ontwikkelingsgeld verdeelde. Zijn protest werd door de Indonesische president Soeharto gezien als koloniale bemoeizucht. Als represaille besloot hij op 25 maart 1992 dat alle Nederlanders het land uit moesten.

Ik ga naar Malang, waar Wageningen in 1992 een innige samenwerking met de Brawijaya University abrupt moest afbreken. Op de mooie compacte campus ontmoet ik professor Ifar Subagiyo, de directeur van de International Office van Brawijaya University. Hij kan zich de breuk nog goed herinneren, want in 1992 deed hij zijn promotieonderzoek in Wageningen. Toen Soeharto de breuk aankondigde, was Subagiyo in verwarring: mocht hij zijn PhD afmaken in Wageningen of niet? En hoe zat het met de financiering? Gelukkig kreeg hij een beurs in Wageningen en kon hij zijn onderzoek in 1996 afronden.

In Malang duiden ze de breuk van 1992 aan met één woord: ‘Pronk’. Zo van: ‘Vóór Pronk hadden we een project met Wageningen.’ De breuk bezegelde het lot van de Wageningen Office voor langjarige capaciteitsopbouw en een groot farming systems-project. Pas na 1996 ontstonden er weer formele samenwerkingsprojecten van Brawijaya met Wageningen.

Trendbreuk
De plantenveredelaar Grubben was echter een jaar na ‘Pronk’ alweer terug in Indonesië. Hij ging een sierteeltproject coördineren dat tot stand was gekomen via de landbouwministeries van Nederland en Indonesië. Maar voor dat project woonde de onderzoeker niet langer in Indonesië; hij mocht af en toe komen binnenvliegen voor een training of een missie.

‘Pronk’ stond daarmee model voor de trendbreuk in de mondiale ontwikkelingssamenwerking. In de nieuwe situatie bouwt Wageningen geen proeftuinen en faculteiten meer in de wereld, maar leidt ze vooral studenten en promovendi op. Een van die promovendi is Nanik Purwanti, de vrouw die me het bordje ‘Wageningen’ toonde op de universiteitscampus in Bogor.

In 2006 startte Purwanti de masteropleiding Food Technology in Wageningen, daarna promoveerde ze in Wageningen, was ze een jaar postdoc in Japan en nu doceert ze bij de faculteit Agricultural Engineering and Technology in Bogor. Ze heeft net de Wageningers Karin Schroen en Johan Sanders op bezoek gehad. Samen met hen en drie Indonesische WUR-alumni schrijft ze aan een voorstel voor een eiwitconsortium in Indonesië.

Waar het op neerkomt is dat de Wageningse alumni – twee uit Bogor, twee uit Bandung – willen onderzoeken hoe ze de reststromen bij de bereiding van palmolie en rietsuiker kunnen hergebruiken om meer waarde te creëren in de voedselketen. De komst van expert Sanders is nodig om onderzoekfinanciers en Indonesische bedrijven in te palmen in het consortium.

Promovendus Ni’ma Khasanah.
Promovendus Ni’ma Khasanah.

Katalysator
In de nieuwe ontwikkelingssamenwerking zijn Wageningse promovendi de katalysator van markt- en beleidsprocessen in Indonesië. Dat geldt ook voor Ni’ma Khasanah, die ik ontmoet op de campus van het internationale onderzoeksinstituut ICRAF in Bogor. Ze doet promotieonderzoek bij Meine van Noordwijk, werkzaam bij ICRAF en buitengewoon hoogleraar Plant Production Systems in Wageningen. Khasanah doet onderzoek naar de CO2-footprint van de palmolieproductie in Indonesië en landbouwkundige opties om die footprint te verkleinen.

Haar onderzoek heeft grote maatschappelijke betekenis. De EU wil alleen nog duurzaam geproduceerde palmolie importeren, ofwel palmolie die tijdens de productie veel minder CO2 oplevert dan fossiele brandstoffen. Om dit vast te kunnen stellen, hebben de beleidmakers een meetmethode nodig. En daar werkt Ni’ma aan, in opdracht van het Indonesian Palm Oil Committee. Ze hoopt over enkele jaren te promoveren in Wageningen. Dan moet ook duidelijk zijn welke palmoliebedrijven in Indonesië een certificaat voor duurzame palmolie verdienen.

Nieuwe samenwerking
Momenteel heeft Wageningen zo’n dertig onderzoekprojecten in Indonesië. Zo krijgt de faculteit Animal Science in Bogor sinds 2015 assistentie van Wageningen bij het opzetten van een opleiding Animal Logistics. Dat is volgens vice-decaan Rudy Afnan het eerste project met Wageningen; zijn faculteit werkte voorheen vooral samen met Duitse en Japanse universiteiten. Maar de contacten met Wageningse onderzoekers als Bas Kemp, Ivo Claassen en Imke de Boer zijn gelegd en een groeiend aantal PhD-studenten uit deze faculteit promoveert momenteel in Wageningen.

Ook de samenwerking tussen Wageningen en Brawijaya University in Malang groeit de laatste jaren weer, stelt Didik Suprayogo van de International Office. De alumnus – hij studeerde zo’n 25 jaar geleden Soil and Water in Wageningen – ontwikkelt nu gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van agronomie, bosbouw en veehouderij. Ook wil de universiteit in Malang graag masterstudenten voor een stage van zes maanden naar Wageningen sturen. De samenwerking is wel kwetsbaar, vertelt Suprayogo, want hij staat of valt met voldoende beurzen.

Toko Oen in Malang.
Toko Oen in Malang.

Toko Oen
Malang heeft ook een museumstuk dat verwijst naar de tijden van weleer, toen Wageningen zijn naam vestigde in de wereld. Enkele dagen later loop ik in hartje Malang Toko Oen binnen, een eettent waar de oud-Hollandse koloniale sfeer nog hangt uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Er staan vintage loungestoelen en er hangen zwart-witfoto’s uit die periode aan de muur. Op de Nederlandstalige menukaart staan gerechten als nasi goreng speciaal, maar je kunt ook gewoon een uitsmijter bestellen. Zonder sentiment. De wereld van de koloniale planters is hippe retro geworden.

Tijdlijn:

1925 Wageningse wetenschappers beginnen expertise en een naam op te bouwen in Nederlands-Indië
1942 Japanse bezetting van Nederlands-Indië
1945 Einde Tweede Wereldoorlog en proclamatie Indonesische onafhankelijkheid.
1949 Einde onafhankelijkheidsoorlog Indonesië, velen met Nederlandse banden moeten het land uit
1965 Herstel van de banden tussen Wageningen en Indonesië
1992 Minister Jan Pronk protesteert tegen het Indonesische optreden in Oost-Timor; alle Nederlanders moeten opnieuw het land uit
1996 Herstel van de banden tussen Wageningen en Indonesië


Re:ageer