Organisatie - 8 november 2018

Anticorruptiecode: Zaten we daarop te wachten?

tekst:
Albert Sikkema

Wageningse onderzoekers mogen geen steekpenningen en dure geschenken aannemen, staat in de nieuwe anticorruptiecode van WUR. Ook moeten ze opletten met landen die op internationale sanctielijsten staan vanwege cybercrime, het witwassen van crimineel geld of de financiering van terrorisme. Is de code een zegen of een blok aan het been?

tekst Albert Sikkema  illustratie Henk van Ruitenbeek

Opinie-RoelBosma.jpg

Roel Bosma
Projectmanager Aquacultuur en Visserij

‘De code is een check, om te zorgen dat je bij elk project van tevoren afweegt of je wel of niet met die partij in dat land in zee moet gaan. Veel donoren vragen erom, dus de instituten van WUR die internationaal werken hebben zo’n code gewoon nodig. Bovendien zijn er in ons domein mogelijke partners die corrupt zijn. Volgens de geruchten vindt er corruptie plaats op menig FAO-kantoor in Afrika. Daar krijg je geen contract zonder iemand te betalen, wordt gezegd, maar het is moeilijk te bewijzen. Dan moet je afwegen: ga ik met hen in zee of zoek ik andere partners? Ik heb zelf nooit te maken gehad met steekpenningen. Wel heb ik in de periode dat ik consultant was niet ingetekend voor opdrachten omdat ik wist: ik krijg die opdracht alleen als ik geld schuif. Dus zo’n code helpt om selectief te zijn, en dat is heel goed.’

Opinie-Koomen 2.jpeg

Irene Koomen
Projectleider bij Wageningen Centre for Development Innovation (C
DI)

‘Ik geef leiding aan meerjarige projecten in ontwikkelingslanden en kan niet garanderen dat onze lokale projectstaf geen steekpenningen aanneemt. We hebben allerlei checks en balances binnen WUR, waarmee we corruptie proberen uit te bannen. Voor de grotere projecten maken we eerst een risicoanalyse en stellen we duidelijke richtlijnen en afspraken op. Maar je hoort wel eens iets. Zo zou er in Ethiopië een 10-procentregeling zijn: als jij iemand voor 1000 euro aan werk helpt, krijg je 100 euro terug. Ik kan het niet bewijzen – je weet het en je weet het niet. Wat ik kan doen is de projectuitgaven checken en laten controleren. Ik ben nooit fraude tegengekomen in onze projecten. Wel dat de auto’s voor het projectteam werden ingepikt door leidinggevenden voor eigen gebruik. Dat heet misbruik van middelen. Onze projectpartner heeft toen ingegrepen en schoon schip gemaakt. Ik weet niet of een cursus fraudebestrijding voor WUR-medewerkers helpt. Veel belangrijker in mijn ogen is goed overleg met de Nederlandse ambassade. Die kan een goede risicoanalyse maken, omdat de medewerkers overal komen en het land goed kennen, en ze kunnen adviseren hoe je moet optreden. Met die kennis moet je je partners beoordelen.’

Opinie-Nico Heerink.jpg

Nico Heerink
Universitair hoofddocent Ontwikkelingseconomie

‘Ik doe al lange tijd onderzoeksprojecten in China. De regel in de code dat je geen giften boven de 50 euro mag aannemen, is lastig in de Chinese context. Ik krijg geregeld goede wijn, bijzondere thee en handgeschreven kalligrafie van mijn onderzoekpartners. Hoeveel zijn die waard? Ik weet wel: als ik ze zou weigeren, zou dat zeer beledigend zijn voor de gever. Ik neem de giften aan, want ze zijn niet bedoeld als omkoping maar als blijk van waardering voor de lopende samenwerking. Ik heb wel een omkooppraktijk meegemaakt in China toen ik nog voor het onderzoeksinstituut IFPRI in Beijing werkte. De Wereldbank had een veel te ambitieus project gefinancierd aan een Chinees onderzoeksinstituut en ik moest dat project na drie jaar evalueren voor een verlenging. Ik werd uitgenodigd voor een uitje. Mijn baas heeft me nog proberen te bellen: niet gaan! Ik ben toen een heel weekend in de watten gelegd en kon uiteindelijk geen nee meer zeggen. Dat zou nu niet meer kunnen, want China heeft inmiddels een heel streng anticorruptiebeleid. Tripjes aanbieden mag niet meer en de uitgaven aan etentjes zijn sterk begrensd. De passage in de code over internationale sancties vind ik prima, maar hij is voor verschillende interpretaties vatbaar. Zo staat China sinds 1989 op de sanctielijst van de EU. Punt 3 van de EU-sanctie luidt: suspension of high level contacts. Hoe rijmt dat met alle Nederlandse handelsmissies naar China sinds 1989?’

Opinie-Jouke Campen 3.jpg

Jouke Campen
Projectmanager bij Wageningen Plant Research

‘Ik vind het prima dat we zo’n anticorruptiecode hebben. Ik werk veel in het Midden-Oosten waar we kennis en technologie over tuinbouwsystemen verkopen. Ik heb nooit te maken gehad met steekpenningen. Corruptie speelt niet in mijn klantenkring. Ik hoor wel verhalen over steekpenningen bij de aanleg van luchthavens; daar is de concurrentie groot. Maar onze opdrachtgevers willen Wageningse kennis, we hebben weinig concurrenten, dus dan is er geen aanleiding voor steekpenningen. Los daarvan: wij verkopen geen wapens in het Midden-Oosten, we verbeteren de voedselproductie. Ik denk dat dat nooit kwaad kan, ook niet in landen die VN-resoluties overtreden. Juist door in deze landen te zijn en daar te praten over lastige zaken, kun je een discussie openen over hun zienswijze die vaak wordt bepaald door lokale media. Dus werken in een dictatuur hoeft niet slecht te zijn.’

Werken in een dictatuur hoeft niet slecht te zijn

Frans Pingen GA--20170412-752_4716-1500x1000px.jpg

Frans Pingen
Jurist bij WUR

‘De anticorruptiecode stelt geen normen in de trant van: in die landen mogen we geen zaken meer doen. De code geeft aan: als je in dat land onderzoek uitvoert, moet je daar en daar aan denken. Gaan medewerkers naar een land dat hoog op de corruptie-index staat, dan worden ze geacht een cursus te volgen, zodat ze weerbaar zijn. We bieden medewerkers ondersteuning en informatie. Dat geldt ook voor de financiering van onderzoek. Als de VS Iran op de zwarte lijst zet, moeten ook Nederlandse banken aan de regelgeving van de VS voldoen omdat hun vestigingen in de VS anders beboet worden. Dat bemoeilijkt de financiering van onderzoeksprojecten in bepaalde landen. Dan moeten wij nagaan of we nog zaken kunnen doen met de beoogde partners in die landen. De code moet ervoor zorgen dat we ons voortdurend de vraag stellen in welke landen we zonder risico’s of met aanvullende maatregelen kunnen blijven werken.’


Re:ageer