Organisatie - 6 december 2018

Acht paar sportschoenen en liters thee - WUR-programmeur wandelde de zijderoute

tekst:
Tessa Louwerens

Met Marco Polo als voorbeeld wandelde programmeur Bart-Jan van Rossum van Istanbul richting China. Op sportschoenen, want zijn dure wandelschoenen gaven hem blaren. ‘Die heb ik aan een Iraanse herder gegeven.’

tekst Tessa Louwerens  foto’s Shutterstock en Bart-Jan van Rossum

‘Ik was altijd al gefascineerd door geschiedenis’, vertelt Bart-Jan van Rossum, programmeur bij de Biometris-groep van Wageningen Plant Research. Hij las de verhalen van de dertiende-eeuwse ontdekkingsreiziger Marco Polo en langzaamaan ontstond het idee om in diens voetsporen te treden en de zijderoute te lopen van Turkije naar China.

In 2015 hakte hij de knoop door, vertelt Van Rossum tijdens een kopje koffie in Impuls, waar hij in oktober een lezing gaf over zijn wandelavontuur. ‘Ik werkte toen tien jaar als wiskundige bij een groot marktonderzoeksbureau en was toe aan iets anders.’ Hij nam ontslag, zegde de huur op en stapte in de trein naar Istanbul. Vanaf daar wilde hij in anderhalf jaar wandelen naar de Chinese stad Xi'an, via Georgië, Azerbeidzjan, Iran, Turkmenistan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië, Kazachstan en Mongolië.

Van Rossum legde ongeveer negenduizend kilometer af tussen Istanbul in Turkije en Almaty in Kazachstan. Voor China kreeg hij geen visum.

Van Rossum maakt een praatje in Tadzjikistan.
Van Rossum maakt een praatje in Tadzjikistan.

Speciaal karretje

Van Rossem vertrok ‘redelijk onvoorbereid’. ‘Ik had wel eens gewandeld in de Alpen, maar nooit meer dan een week of twee. Ik dacht: ik kijk wel hoe het gaat.’ Wel had hij – hij is tenslotte wiskundige – een Excelbestand gemaakt met een tijdschema. Verder had hij een speciaal wandelkarretje laten maken. ‘Dat was fijner dan een zware rugzak. Het nadeel was dat ik er geen smalle bergpaadjes mee kon trotseren, maar de route ging grotendeels over de weg.’

Het begin van de tocht verliep moeizaam. Binnen drie dagen had Van Rossum zoveel blaren dat hij strandde in een hotel in Turkije. ‘Ik weet niet precies waarom, ik had goede wandelschoenen, maar misschien waren het de lange afstanden of de warmte.’ Gelukkig trof hij een vriendelijke hoteleigenaar die hem weer op de been hielp. De rest van de route liep hij op sportschoenen, waar hij zo’n acht paar van versleet. ‘Die wandelschoenen heb ik uiteindelijk aan een Iraanse herder gegeven.’

Bart-Jan (tweede van rechts) krijgt thee in Iran
Bart-Jan (tweede van rechts) krijgt thee in Iran

Slapen in de moskee

Gastvrijheid bleef een terugkerend thema tijdens Van Rossums reis. Soms werd hij wel tien keer per dag uitgenodigd voor thee. Of bier of wodka of kumuz, licht gefermenteerde paardenmelk. ‘Dat is grappig. De meeste mensen zijn islamitisch, maar de cultuur, zeker wat betreft de alcoholconsumptie, is meer Russisch.’

Het feit dat hij de lokale talen nauwelijks sprak, vormde niet echt een belemmering. ‘Op een gegeven moment kende ik genoeg woorden om te zeggen waar ik vandaan kwam, waar ik naartoe ging, hoe oud ik was en wat voor werk ik deed. Dat, in combinatie met wat handen- en voetenwerk, leverde meestal wel genoeg gespreksstof op voor minimaal één kopje thee.’

Van Rossum had een tentje mee, maar logeerde ook vaak bij mensen thuis, in moskeeën of zelfs in EHBO-posten. ‘In Iran gebruiken ze die als slaapplek voor reizigers.’ De meest bijzondere overnachtingsplek was in Kirgizië in een yurt, een traditionele ronde tent. ‘Er bleek een of ander feest te zijn en er kwamen gedurende de avond steeds meer mensen binnendruppelen. De alcohol vloeide rijkelijk en het werd steeds gekker. Daarna ging iedereen ladderzat weer weg. Ik had geen idee wat er gevierd werd, maar het was wel gezellig.’

Waarschijnlijk is het verkeer nog het gevaarlijkst in Iran

Wilde honden

Van Rossum heeft zich nergens onveilig gevoeld. ‘Toen ik vertelde dat ik door Iran ging lopen, was de eerste reactie van veel mensen: zou je dat wel doen? Het viel echt mee. Waarschijnlijk is het verkeer nog het gevaarlijkst in Iran. Er schijnen jaarlijks ruim twintigduizend verkeersdoden te vallen en sommige mensen lijken echt hun best te doen om dat aantal omhoog te krijgen.’ Wat hij verder eng vond, waren de wilde honden die hij tegenkwam. ‘Ik ben ooit in Ethiopië gebeten en toen moest ik naar huis omdat ik misschien hondsdolheid had. Sindsdien ben ik bang voor honden.’

Omdat hij voor de meeste landen een visum had voor maximaal dertig dagen, liep Van Rossum gemiddeld 35 kilometer per dag. ‘Je raakt in een soort ritme. Ik liep acht à tien uur. Als het donker werd, zette ik mijn tentje op en las ik nog wat. Ik heb denk ik wel 120 boeken gelezen op mijn e-reader.’

Het wandelaarsleven beviel Van Rossum goed, al had hij ook mindere momenten. ‘Rond kerst 2015 was ik in Azerbeidzjan. Er was weinig te doen, de wegen waren saai, het was het koud en ik moest vooral kilometers maken. Toen wilde ik het liefst naar huis. Ik ben een tijdje in de hoofdstad Baku gebleven, daar zat ik bij hele aardige mensen en dat heeft mij er doorheen geholpen.’

Geen visum

Uiteindelijk moest Van Rossum zijn tocht vroegtijdig afbreken, omdat hij geen visum voor China kreeg. En zo eindigde hij in september 2016, na ongeveer negenduizend kilometer, in Almaty, Kazachstan. ‘In eerste instantie wilde ik naar huis. Maar ik vond het ook jammer om op een dieptepunt te stoppen.’ Dus besloot hij door te reizen naar Zuid-Korea en Taiwan om daar nog wat meer te wandelen. ‘Het was fijn om met een positieve noot te eindigen.’

In december 2016 vloog Van Rossum terug naar Nederland en sinds april 2017 werkt bij met veel plezier als programmeur bij WUR. Maar dat betekent niet dat reizen verleden tijd is. Hij is net terug uit Nepal, waar hij vijf weken heeft gewandeld. Zonder karretje, want dat is in Taiwan achtergebleven. ‘Het was ondertussen zo vaak gelast was, dat het met geen mogelijkheid nog uit elkaar kon voor de vliegreis.’

Nieuwsgierige jongens in Kirgizië.


Re:ageer