Organisatie - 17 mei 2018

‘Voor 2.000 euro collegegeld mag je kwaliteit eisen’

tekst:
Roelof Kleis

De beste docent van Wageningen dit jaar zweert bij krijt en schoolbord. En veel aandacht voor de studenten natuurlijk. Onderwijs gaat voor onderzoek, is het credo van Henry van den Brand.

tekst Roelof Kleis foto's Guy Ackermans

De Leermeester staat op de hoek van de kast. De trotse winnaar, Henry van den Brand, zet het beeldje voorzichtig op de tafel in zijn werkkamer in Zodiac. Dit is ‘m dan. Het beeldje voor de Teacher of the Year heeft wel iets van een tovenaar. ‘Misschien moet je dat ook wel een beetje zijn’, lacht hij. ‘Ik vind ‘m mooi en ik ben er erg trots op.’ Maar de uitreiking zelf heeft hij gemist. Toen op 24 april de winnaar van de Teacher of the Year Award bekend werd gemaakt, hing Van den Brand ergens hoog in de lucht tussen Boedapest en Amsterdam. Hij was op de terugweg van een jaarlijkse onderwijsklus. ‘Zodra we aan het taxiën waren, heb ik mijn telefoon aangezet en zag ik de berichten binnenstromen.‘

Van de vijf genomineerde docenten viel de keuze op Van den Brand, docent bij de leerstoelgroep Adaptatiefysiologie. Een jaar geleden stond hij ook op de shortlist, maar ging de prijs naar Jessica Duncan van Rurale Sociologie. ‘En dat vond ik zó terecht. Wat zij allemaal voor studenten doet, de energie die zij in het onderwijs stopt. Jessica stond dit jaar weer bij de genomineerden. Maar kennelijk hebben de studenten besloten dat ik hem moest krijgen.’ En dat voor iemand die in 2001 zonder enige onderwijservaring in het diepe werd gegooid, en helemaal geen docent had willen worden.

Bedrijfsleven
Van den Brand (48) is geboren in Kootwijkerbroek, een klein dorp op de Veluwe. Zijn ouders hadden een gemengd bedrijf. ‘Eigenlijk was het vanaf het begin wel duidelijk dat ik in de diersector wilde blijven’, vertelt hij. Na een studie aan de HAS in Dronten kwam hij in Wageningen terecht. ‘Daar ging een wereld voor me open. Het hbo had voor mij te weinig diepgang gehad. In Wageningen, bij Dierwetenschappen, moest ik zelf nadenken. En dat ging fantastisch. Ik heb een dubbele master gedaan, diervoeding en dierhouderij.’ Hij studeerde in 1994 af en wilde vervolgens heel graag aio worden. ‘Maar de financiering kwam niet rond. Toen ben ik het bedrijfsleven in gegaan als junior-onderzoeker, bij een producent van voeders voor vleeskalveren.’

De kans om te promoveren kwam er twee jaar later alsnog. Maar na zijn promotie in 2000 herhaalde de geschiedenis zich: weer was er geen geld om als onderzoeker te blijven en zocht Van den Brand zijn heil in het bedrijfsleven. Ditmaal als onderzoeker pluimvee. ‘Dat was een heel nieuwe wereld voor mij. Ook erg leuk, maar geen universiteit. Ik wilde liever echt fundamenteel onderzoek doen.’ In 2001 kon hij als universitair docent toch in Wageningen aan de slag. ‘Zonder enige onderwijservaring. Echt nul. Dit is jouw vak en ga je gang. Ik heb in de eerste jaren mijn basiskwalificatie onderwijs wel gehaald, maar in het begin sta je best met knikkende knieën voor de zaal. Ik was er absoluut niet op voorbereid.’

Is dat verantwoord?
‘Dat is een lastige. Kijk, ik ben ook met niks begonnen en nu staat hier De Leermeester. Als je ervoor gaat, is veel mogelijk. Maar ik weet ook dat veel toponderzoekers niet direct de beste docent worden. Ik ben secretaris geweest van de opleidingscommissies Dierwetenschappen en dan krijg je alle studentbeoordelingen te zien. Er zitten docenten bij waarvan ik denk: wat zul jij het moeilijk hebben gehad in die zaal. Terwijl het zeer goede onderzoekers zijn. Veel docenten worden aangenomen op basis van hun onderzoekskwaliteit. Onderwijs doen ze erbij.’

Veel toponderzoekers worden niet direct de beste docent

Moet dat anders?
‘Ik denk dat het goed zou zijn als binnen de hele universiteit meer nadruk zou komen te liggen op de kwaliteit van het onderwijs. De universiteit is in de eerste plaats een onderwijsomgeving. Onderwijs moet in mijn visie op nummer één staan. Als dat niet zo is, moet je bij contractresearch gaan werken. En in dat onderwijs moet je als universiteit investeren. Dat geldt ook voor tenure track, het carrièretraject voor onderzoekers. De eisen voor het onderwijsdeel van tenure track mogen best strenger.’

Hoe dan, strenger?
‘Als je tenure track in wilt, zou je aan een aantal basiseisen voor goed onderwijs moeten voldoen. Bijvoorbeeld dat je in ieder geval op de groslijst van 200 docenten staat waaruit jaarlijks de Teacher of the Year wordt verkozen. Dat zou ik absoluut aanbevelen.’

De universiteit is in de eerste instantie een onderwijsomgeving



Lef tonen
Zelf gooit Van den Brand zijn ziel en zaligheid in het onderwijs. Hij bekwaamde zich gaandeweg door via het Onderwijsinstituut cursussen te volgen over bijvoorbeeld interculturele communicatie, het ontwikkelen van examens en het voeren van een-op-eengesprekken. En voor de rest is het, volgens hem, een kwestie van veel lef tonen en af en toe iets nieuws proberen.
Zelf denkt de dierwetenschapper dat hij de prijs vooral heeft gekregen omdat hij veel in studenten investeert. ‘Ik bereid mijn colleges altijd tot in detail voor. Ik ga niet zomaar het platgetreden pad van het jaar ervoor. En daar steek ik tijd in. Hoe pak ik het dit keer aan? Hoe sluit ik bij de actualiteit aan? Wat is het kennisniveau van de studenten? Wie is mijn publiek?’ Dat laatste neemt Van den Brand nogal letterlijk op. Hij wil bij elk gezicht een naam weten. Daar maakt hij echt werk van. ‘Ik zit meestal met 100-plus studenten. Na twee weken wil ik minimaal de helft kennen, aan het einde van het vak allemaal. Die kennis gebruik ik ook; ik spreek mijn studenten bij hun naam aan. Dat persoonlijke is denk ik heel erg belangrijk. Studenten waarderen dat enorm. Je bent bij mij geen nummer, maar een mens. Zo zou ik zelf ook behandeld willen worden. En tijdens de pauzes zit ik niet achter mijn pc, maar loop ik rond om een babbeltjes met deze en gene te maken. Vraag ik feedback op het college of het practicum. Wat vind jij prettig en hoe kan het anders? Als het bij iemand niet loopt zoals het moet, maak ik tijd vrij. Desnoods komen ze een uur hier en geef ik individueel onderwijs. Die ruimte neem ik.’

Die persoonlijke aanpak levert Van den Brand veel krediet op bij zijn studenten. Tastbaar in de vorm van De Leermeester. En, kort geleden, met de Kloosterman Trofee, de jaarlijkse prijs van studievereniging De Veetelers. De 30 centimeter hoge, diepblauwe melkbus, een wisseltrofee die in 1976 is ingesteld, heeft ook zijn plekje op de kast.

Van den Brand wil elke student bij naam kennen

Een keuze: schoolbord of digibord?
‘Schoolbord, zonder meer. Ik ben deels gestopt met PowerPoint. Ik gebruik het alleen nog als ondersteuning in het college. Geef mij maar een schoolbord en krijtjes in verschillende kleuren. Het liefst een groot bord, zoals in zaal 222 van Forum. Binnen het bachelorvak Immunology and Thermoregulation verzorg ik het thermodeel. Kort gezegd gaat dat over de vraag hoe een dier of mens zijn of haar lichaamstemperatuur regelt en welke factoren daarop van invloed zijn. Echte basiskennis dus, maar ook best abstract. Dan begin ik van links naar rechts mijn verhaal op te bouwen. Met figuren, tabellen en schema’s. Van a naar b naar c naar d. En als ik bij d ben, kan ik terugverwijzen naar de relatie met a of b. De student ziet dan in één oogopslag de verbanden. Dat gaat niet met een digibord. Zo’n bord is maar twee vierkante meter, en als-ie vol is swipe je hem weg. Zo’n verhaal opbouwen zorgt voor overzicht. En het reduceert de snelheid, waardoor studenten de stof veel makkelijker kunnen volgen. Je moet je dan wel tot de essentie beperken. En dat moet je van tevoren goed duidelijk maken: de boodschappen zijn beperkt, de rest lees je maar in het tekstboek.’

Geef mij maar een schoolbord en krijtjes



Kun je overal zo werken?
‘Nee. Forum heeft een groot bord. Zodiac heeft een fantastisch bord en ook het Scheikundegebouw op de Dreijen is goed. Maar Orion is wat dit betreft een ramp. Daar zijn vooral digiborden of kleine whiteboards. Ik ben niet zo van de technische vernieuwingen. Ik ben meer een verhalenverteller. Ik kom uit een boerenomgeving en die praktijkervaring pas ik toe in mijn colleges. Iets heel abstracts probeer ik te vertalen naar een concreet voorbeeld. Ik schets de situatie en vraag studenten hoe zij daar mee om zouden gaan. Ik daag hen uit, ik stel vragen.’

Ik ben een verhalenverteller

Discrepantie
Kritisch is Van den Brand op het niveau van het onderwijs. Studenten zouden dat ook wat meer mogen zijn, vindt hij. ‘Voor 2.000 euro collegegeld – en buitenlandse studenten betalen nog aanzienlijk meer – mag je kwaliteit eisen. Kijk, er zijn studenten die hier komen om hun papiertje te halen. Die zijn tevreden met zesjes en zeventjes. Maar je hebt ook een categorie studenten, en dat geldt zeker voor de buitenlanders, die hier komen om de top te halen. Die willen waar voor hun geld. Dat vind ik volstrekt terecht. Er is geen discussie over het niveau van de kennis aan onze universiteit. We staan niet voor niks op één in de wereld. Maar er zit discrepantie tussen kennis hebben en kennis overbrengen. Studenten mogen eisen dat er een goede docent voor de zaal staat of hen begeleidt, die tegelijkertijd een goed onderzoeker is.’

Voor 2.000 euro collegegeld mag je kwaliteit eisen

Maar even kritisch is hij richting de studenten. Het niveau van het vwo houdt volgens hem niet over, om het maar voorzichtig uit te drukken. ‘Heel simpele basiskennis ontbreekt vaak. Er zijn studenten die niet weten wat een richtingscoëfficiënt is. Dat gebeurt echt. Dat is havo-2-stof. Het vwo is vooral heel veel kunnen opzoeken en niet zoveel weten. En dat wreekt zich. Ik zou het een zegen vinden als er strenger geselecteerd zou worden aan de poort. Laat studenten een test doen, stel cijfereisen of doe een motivatiegesprek of wat dan ook. Het is hard nodig.’

De goeden niet te na gesproken natuurlijk. Sterker nog, de excellente studenten hebben bij hem een streepje voor. Net als toen hij vorig jaar genomineerd werd voor de Teacher of the Year Award – alle genomineerden krijgen 2500 euro – doneert Van den Brand zijn prijzengeld aan de leerstoelgroep. ‘Daarvan kunnen excellente studenten die aan het einde van hun studie zitten op congres om hun onderzoek te presenteren. Wij betalen dan alles. Ik heb dat geld verdiend door met studenten te werken, dan is het mooi als het ook voor studenten gebruikt kan worden.’


Re:ageer