Organisatie - 4 juli 2019

‘Cut the crap, je leeft maar één keer’

tekst:
Luuk Zegers

Hij staat bekend om zijn grenzeloze enthousiasme, zijn flauwe grapjes en zijn liefde voor het leven. Maar denk niet dat het Teacher of the Year 2019 Fred de Boer allemaal kwam aanwaaien.

Op 17 juni werd een emotionele De Boer uitgeroepen tot Teacher of the Year 2019. ‘Pat, mijn vrouw, zei altijd tegen me dat ik die prijs ooit nog zou gaan winnen. Drieënhalf jaar geleden overleed ze. Kort daarna gingen mijn dochters uit huis. Dan ben je plotseling heel alleen. Laat ik er niet omheen draaien, ik heb een paar heel zware jaren achter de rug. Zowel privé als op het werk was het een moeilijke tijd. Uiteindelijk heb ik m’n leven een nieuwe draai weten te geven. Maar het verdriet is er nog steeds. Bij de prijsuitreiking kwam alles samen: én de waardering voor mijn onderwijs en die mooie herinnering aan mijn vrouw én mijn nieuwe vriendin, die aanwezig was bij de uitreiking. Dat je het na al die moeilijke jaren nu wél naar je zin kan hebben, ondanks het verdriet. Dat maakte het zo’n ontroerend moment.’

In je dankwoord zei je dat deze prijs niet alleen van jou is, maar ook van Ignas Heitkönig en Frank van Langevelde.
‘De Teacher of the Year Award is appels met peren vergelijken. De ene docent kan goed luisteren, de andere kan goed uitleggen. De één weet alles over de stof, de ander is meer betrokken met de studenten. Niemand is het beste in alles. Ik heb die prijs vooral gekregen vanwege Ecological Methods 1, een cursus statistiek voor ecologen die ik samen met Ignas en Frank geef. We geven dat vak echt met z’n drieën. Ignas is zó betrokken bij de studenten, daarin is hij echt een voorbeeld. Frank zit qua wiskundige en statistische achtergrond beter in de stof. Het is een gouden combinatie.’

Wat is jouw aandeel?
‘Mijn enthousiasme, denk ik. En mijn flauwe grapjes. Ik heb de laatste tijd veel nagedacht over wat iemand een goede docent maakt. Ik denk dat het allerbelangrijkste is om dicht bij jezelf te blijven. Wie ik ben voor de klas, is wie ik ben als persoon. Dus maak ik gewoon mijn flauwe grapjes. Dat heeft een vak als statistiek ook wel nodig, anders is het zo saai. De achtergrondinformatie wuiven we een beetje weg. We leren de studenten gewoon: zó doen we het, en eigenlijk is het dan helemaal niet zo ingewikkeld. Negen van de tien studenten slagen met vlag en wimpel.’

Volgens de Teacher of the Year-studentenjury lijken je colleges soms bijna theater.
‘Frank, Ignas en ik zitten elkaar constant te boeven. Dat exploiteren we tot in het uiterste. We hebben alle drie een dag die voor ieders eigen onderdeel dé belangrijke dag is. Op mijn belangrijke dag kom ik volledig in pak: strik en al, gilet eronder, de hele mikmak. Frank doet dat ook op zijn dag; Ignas ook. In je eentje werkt dat niet, maar omdat je dat alle drie doet, wordt het opeens grappig. Verder bluffen we allemaal dat ons eigen onderdeel véél belangrijker is dan dat van de andere twee. Daarnaast weten we de stof ook goed uit te leggen natuurlijk. Dus studenten krijgen én goed onderwijs, én het wordt leuk gebracht door ons drieën. Dat werkt.’

Ook gebruik je een breed scala aan voorbeelden om iets uit te leggen.
‘Je moet studenten grijpen met een bepaalde passie. Dat is ook een passie voor het leven, de passie om leuke dingen te doen, om in het weekend uit of naar het theater te gaan. Ik heb een passie voor mijn werk en dat is dezelfde passie die ik heb voor muziek, theater, kunst, koken en het leven zelf. Dus als ik lesgeef, leg ik daar een link mee. Dat betekent dat Vivaldi langs kan komen. Of ken je Theo Jansens strandbeesten, die enorme skeletten van plastic buizen die bewegen op de wind? Hij zegt: van dood materiaal maak ik levende dingen. Dat is een transformatie, en dat gebruik ik bij mijn uitleg over het log-transformeren van data. Ik vind dat een mooi voorbeeld omdat het ook gaat over dé oervraag van biologen: hoe ontstaat leven?’

Als winnaar krijg jij het Leermeester-beeldje. Wie was jouw leermeester?
‘Diderik van der Waals, een archeoloog. Hij is inmiddels in de negentig, maar hij is een vriend en ik zie hem nog geregeld. We delen de manier waarop we naar het leven kijken en een passie voor kunst, muziek, lekker eten en wetenschap. Ik ken hem van mijn studententijd in Groningen. Jarenlang wilde ik archeoloog worden en hij gaf les daarin. Ik was een jaar of twintig, volgde een van zijn vakken en ik wist dat hij betrokken was bij een aantal projecten in Afrika. Daar wilde ik heel graag heen, maar ik dacht eigenlijk dat dat nooit zou lukken. Na een week twijfelen ben ik toch maar gewoon bij hem langsgegaan en zei ik: ‘U kent mij helemaal niet, maar ik ben een van uw studenten en ik wil graag mee naar Afrika.’ Toen zei hij: ‘Ga zitten.’ We hebben een mooi gesprek gehad en van het een kwam het ander: ik mocht mee naar Mali. Die eerste keer Afrika heeft mijn leven zo op zijn kop gezet, dat ik mijn hele biologie-opleiding op de tropen heb gericht. Daarna heb ik samen met mijn vrouw ruim elf jaar gewoond en gewerkt in verschillende Afrikaanse landen. Het wild, het leven onder primitieve omstandigheden, het werken met de natuur, dat is echt onwijs gaaf. Onze dochters zijn ook in Afrika opgegroeid.’

In hoeverre heeft Afrika jou gevormd – als wetenschapper, als docent?
‘De Sahelproblematiek bracht ons naar West-Afrika. Er was sprake van overbegrazing en droogte. Wij onderzochten hoe je moet omgaan met de schaarse bronnen die er zijn. Dat bracht ons naar Tsjaad en Burkina Faso. Daarna hebben we acht jaar in Mozambique gezeten, na de burgeroorlog, om het biologiedepartement van de universiteit weer nieuw leven in te blazen. Daardoor leerde ik dat ik onderzoek en onderwijs écht leuk vind. Het enthousiasme van studenten, samen nadenken en problemen oplossen. In Groningen had ik al eens een cursus didactiek gevolgd, maar daar haakte ik direct af toen we stage moesten lopen op een middelbare school. Na twee dagen hield ik het voor gezien. Als ik onderwijs geef, wil ik dat op mijn manier doen. In Mozambique ontdekte ik dat dat kan op de universiteit.’

Als ik onderwijs geef, wil ik dat op mijn manier doen

Hoe kwam je in Wageningen terecht?
Na Mozambique waren we even in Nederland om vanuit hier een nieuw project in het buitenland te zoeken en weer te vertrekken. Maar Nederland bleek goed te bevallen, erg goed zelfs. Je vrienden dichtbij, ouders die vaker kunnen langskomen, de rijke cultuur, de mooie wolkenluchten en landschappen. Dus toen zijn we iets in Nederland gaan zoeken. In eerste instantie in Groningen, maar in augustus 2001 kon ik in Wageningen aan de gang.’

Mis je het buitenland niet?
‘Ik kan het nu combineren, dus ik hoef het niet te missen. Ik heb de Nederlandse wolkenluchten en vrienden en familie dichtbij, én ik mag in het buitenland werken met PhD-studenten. Meestal begeleid ik zo’n vijf PhD-studenten tegelijk. In China, Kenia, Zuid-Afrika, Mexico, Thailand, Indonesië, ga maar door. Het is onwijs gaaf dat je daar soms ook naartoe kan.’

Onderwijs of onderzoek?
‘Allebei, het gaat me om de combinatie. Ik hou ervan om les te geven en studenten te stimuleren. De combinatie van lesgeven op een mooie plek en werken aan onderzoeksprojecten in het buitenland... Dat maakt mijn vak zo mooi. Ik denk ook dat het nodig is om echt in het onderzoek te zitten als je goed onderwijs wil geven. Je moet recente voorbeelden kunnen geven, de huidige wetenschappelijke vragen kennen. Of als studenten naar Zuid-Afrika willen, moet je weten wat daar speelt en wat ze daar zouden kunnen doen.’

In hoeverre is de universiteit veranderd?
‘Het is wel anders dan toen ik begon, ja. Vroeger gaven we dit vak aan veertig studenten, nu zijn het er meer dan tweehonderd. Het is veel moeilijker om echt contact te houden met de studenten. Vroeger kende ik iedereen bij naam, maar dat is tegenwoordig onmogelijk – al probeer ik het trouwens wel. Van een deel weet ik de naam, de rest herken ik van gezicht. Contact met de student is zo belangrijk. Daar staat Wageningen ook om bekend hè, dat goede contactonderwijs. Werkdruk is ook echt een ding. Iedereen in Wageningen werkt keihard, maar de top lijkt te denken: hoe meer studenten, hoe meer geld. Ja zeg, hallo?! Het aantal studenten is zo hard gegroeid dat er zelfs een nieuw rooster gemaakt moest worden. Nou, de kwaliteit van het onderwijs is niet gebaat bij zulke ‘oplossingen’. En dan lees ik in Resource een interview met de roostermaker die zegt dat het allemaal wel meevalt… Aan de andere kant, Fred Jonker (roostermaker, red.) probeert ons wél te faciliteren. Dat waardeer ik. Maar er is veel meer aandacht nodig voor de werkdruk.’

Hoe hou jij het vol om met zo veel inzet te doceren?
‘Hier werken is topsport. Als je fit wil blijven, kun je niet de hele dag achter je computer zitten. Dus ik tennis, leuk, maar nog veel belangrijker: ik zwem twee keer per week tijdens de lunch. Zwemmen is heilig voor mij. Als je baantjes trekt en je gaat met je hoofd onder water is er niemand. Dan is het stil en dan loop ik alles na: hoe het gaat, met mij, met m’n werk, met een manuscript, of met een student. Even reflecteren. Het is bijna als yoga voor mij. Heerlijk.’

Hoe word je Teacher of the Year?
‘Ik kan wel een flauwekulpraatje gaan houden dat ik zo gestimuleerd wordt van de vernieuwing in het onderwijs, maar zo ben ik helemaal niet. Ik ben het geworden door gewoon mezelf te zijn. Cut the crap, weet je. Je leeft maar één keer. Ik doe m’n best bij alles wat ik doe. Ook als het even slecht gaat. Meer kan je niet doen. Het gaat hoe het gaat.’

Fred de Boer
1961 Geboren te Harlingen
1974 - 1980 Gymnasium Drachten
1981 - 1988 Rijksuniversiteit Groningen, Biologie Bsc en MSc
1989 - 1991 Onderzoek naar veehouderijsystemen voor ontwikkelingsprojecten in Tsjaad en Burkina Faso
1991 - 2000 Verbeteren van onderwijs, onderzoek en faciliteiten in de ecologie aan de Universidade Eduardo Mondlane in Mozambique (in samenwerking met Rijksuniversiteit Groningen)
2001 - 2011 Begonnen bij WUR als universitair docent
2011 - nu Universitair hoofddocent bij Resource Ecology Group. Fred de Boer woont in Wageningen en heeft twee dochters, Sara (dramadocent) en Roos (opleiding meestercoupeur)


Re:ageer