Organisation - January 1, 1970

‘We delen het verdriet en de schok’

‘Er is niemand in mijn land die niet is geraakt door de tsunami. Iedereen heeft iemand verloren’, vertelt irrigatiespecialist Inoka Samarasuriya (44) uit Sri Lanka. Ze is een van de tien mensen uit door de tsunami getroffen landen die op kosten van Wageningen UR meedoen aan de 44th International Course on Land Drainage van Alterra-Ilri.

Inoka Samarasuriya rondde in 2004 een masteropleiding Geotechnical Engineering af in Engeland. Op 14 december keerde ze terug naar Sri Lanka. Twaalf dagen later, op tweede kerstdag, trof de tsunami haar land. ‘Ik woon in Matara, een kleine stad in de zuidelijke kuststreek. Die dag was iedereen op de markt, die dicht bij het strand is. Mijn tante was daar ook heen gegaan. Het kostte ons vijf dagen om haar lichaam te vinden.’
Inoka zelf had die dag visite. ‘Daarom was ik niet meegegaan naar de markt.’ Haar man, 14-jarige zoon en twee broers overleefden de natuurramp ook. De vloedgolf bereikte hun huizen niet, aangezien die meer landinwaarts en ook hoger staan. Maar Inoka zag alles wel gebeuren. Ze zag de paniek. ‘Mensen hadden geen idee wat hen overkwam. Er was een enorm lawaai en iedereen was aan het schreeuwen. Lichten gingen aan en uit. Mensen renden door de straten en schreeuwden tegen anderen dat ze moesten rennen voor hun leven.’
Omdat Inoka wilde weten wat er met haar tante en andere bekenden was gebeurd, liep ze die avond de stad in. ‘Ik was geschokt. Zoiets wil ik nooit meer zien. Nooit. Overal lagen auto’s. Bovenop elkaar op de daken van gebouwen. Vrachtwagens in de bomen. En zoveel lichamen. Als dieren lagen ze op de grond.’
Alles was vernield. Tempels, publieke gebouwen, wegen, bruggen en heel veel huizen. Mensen die dakloos waren geworden, werden opgevangen in kampen. Overlevenden die nog wel een huis hadden, hielpen waar ze konden. ‘De tsunami was een nationale ramp. Sociaal gezien bracht het mensen samen. Religies deden er niet meer toe.’
Sri Lankaanse boeren kregen te maken met het probleem van het zoute water. ‘Voor de Tsunami hadden we speciale drainagekanalen om te zorgen dat het zoute water niet bij de landbouwgrond kon komen. Die waren allemaal vernield. Nu moeten we het land weer geschikt maken voor landbouw. Want daar zijn we afhankelijk van.’
Inoka werkte na de tsunami in verschillende agrarische projecten, bedoeld om de landbouw weer op gang te helpen. Een vriend vertelde haar over de cursus van Ilri. ‘De cursus is echt geweldig!’, zegt ze, voor het eerst lachend. ‘Ik zie dit als een ideale kans om meer te leren over het beheer van drainagesystemen. Ik leer hier nieuwe technologieën kennen en leer hoe ze gebruikt kunnen worden.’ De Sri Lankaanse is van plan deze kennis thuis te delen met haar collega’s.
In Wageningen heeft ze ook mensen leren kennen die hetzelfde hebben meegemaakt als zij. ‘Wat voor geloof, herkomst of leeftijd we ook hebben, we hebben allemaal de tsunami meegemaakt. We delen het verdriet en de schok. Niemand zal dat ooit vergeten.’ / LH

Re:act