Science - June 6, 1996

Wageningse botanische tuinen honderd jaar oud

Wageningse botanische tuinen honderd jaar oud

Op 1 juni vierde de LUW het honderdjarig bestaan van haar twee botanische tuinen. Opgezet als openluchtpracticumzaal voor tuinbouwstudenten, zijn de tuinen in de loop der jaren vooral een aardige wandellocatie geworden. Tot spijt van beheerder Jan Just Bos. De studenten vluchten het laboratorium in uit vrees voor de overweldigende grootheid van de biodiversiteit."


Vraag honderd Wageningers naar de functie van de twee botanische tuinen in Wageningen. Grote kans dat negentig van hen ze zien als aardige parken zijn om 's zondags in te wandelen. Vooral Belmonte heeft een aantal geliefde bankjes met uitzicht over de Betuwe of, bij hoog water, over een immens brede rivier. Veel minder bekend is dat honderd jaar geleden de andere tuin aan de Generaal Foulkesweg is aangelegd om de eerste studenten van de tuinbouwschool de praktijk van de tuinbouw te leren.

In oorsprong bestond de Dreijen-tuin rondom de vakgroep Plantentaxonomie uit een fruittuin, een warmoezerij en een kleine bollentuin, waar studenten hun praktijkkennis konden opdoen. In de hoek, tegen het gebouw van Gezondheidsleer, staat een groep bomen die zo'n 105 jaar oud moeten zijn en indertijd zijn aangeplant om bosbouwstudenten soortenkennis op te laten doen. Samen met de centrale vijver en de siertuin is dat het oudste deel van de tuin.

Zeker in de beginjaren, maar ook nu nog, komen boomkwekers uit Boskoop en de Betuwe regelmatig naar de tuinen om eigenschappen van bomen en struiken te vinden die ze graag in hun varieteiten willen kruisen. De kwekers namen gratis entmateriaal mee en als er ooit een nieuwe soort uit voortkwam, kreeg de tuin er een exemplaar van. Door die binding met de praktijk zijn de Wageningse tuinen niet uitgegroeid tot een rariteitenkabinet, zoals de meeste andere wetenschappelijke tuinen. Door de veelheid aan soorten en varieteiten hebben de tuinen wel de status van cultuurgoed gekregen en zijn het in feite twee belangrijke nationale openluchtmusea geworden.

Onderwijs

De functie voor het onderwijs, waarvoor de tuinen zijn aangelegd, is vrijwel uit beeld geraakt. Zelden zal een bezoeker een groepje studenten met docent door de tuin zien gaan. Volgens beheerder dr J.J. Bos komt dat deels door het assortiment van de tuin. Voor biologen bijvoorbeeld is een gedegen kennis van de Nederlandse en Europese flora belangrijker dan de sierplanten uit de botanische tuinen. Er is volgens de taxonoom gewoon te weinig tijd om daarnaast ook nog eens bezoekjes aan de tuinen af te leggen. De bosbouwers hebben hun eigen, weliswaar kleine tuin achter Hinkeloord. Maar voor hen en ook de landschapsarchitecten zouden de tuinen uitermate geschikt zijn in het onderwijs."

Bos vindt dat biologen, bosbouwers en architecten op zijn minst moeten weten hoe de taxonomie werkt. Vroeger had je de Reynders-methode. Die hoogleraar eiste dat je een parate kennis had van tweehonderd soorten. Soorten die niet op de lijst voorkwamen, waren ook meteen niet interessant. Wij zijn daar bij het begin van de biologie-opleiding van afgestapt. Wij willen dat studenten families kunnen herkennen en weten hoe ze daarmee verder kunnen."

Maar er heerst een gebrek aan belangstelling voor taxonomie-onderwijs, weet Bos. Er is veel aandacht voor biodiversiteit, maar er is een rare tendens om alle antwoorden in de biotechnologie te zoeken. Ik denk wel eens dat al die mensen die de biodiversiteit vooral in het laboratorium onderzoeken, in wezen bang zijn voor de overweldigende veelheid aan soorten in de natuur. De studenten vluchten het laboratorium in."

Griezelig

Ik vind dat een griezelige situatie. Studenten van hiernaast, bij de plantkundevakgroepen, werken met cellen van arabidopsis thaliana, maar ik vrees dat velen van hen niet weten dat die plant hier rondom het gebouw als onkruid staat. Ze komen hier een groene massa halen die ze onder de microscoop bekijken, maar kunnen de plant zelf niet herkennen."

Zo kreeg ik laatst een verzoek van de Stichting Tropenbos om van ongeveer tien soorten die ze in Kameroen hadden verzameld in het tropisch regenwoud, de Engelse volksnaam op te zoeken. Ten eerste zijn die er niet, omdat het een francofiel land is, maar ten tweede komen die onderzoekers met een hele willekeurige selectie van planten terug. Het gaat ze er niet zozeer om wat ze meenemen, maar dat ze een lijstje opnemen in hun rapport met liefst Engelse namen. Mensen nemen, vaak door gebrek aan kennis, zelden de moeite om de goede wetenschappelijke naam van planten te zoeken. Pas dan weet je ook echt wat voor soorten in het bos staan. Ik vind het griezelig hoe weinig taxonomische kennis de biodiversiteitsonderzoekers hebben."

Re:act