Science - November 4, 2009

Visteelt duurzamer door dierproeven

Wageningen Universiteit gebruikte in 2008 tweemaal zoveel vissen. Experimenten leerden dat schonere visteelt af kan met minder water.

1-vissen-BdG-0523.jpg
Tienduizend vissen heeft Wage-ningen Universiteit vorig jaar gebruikt. Maar in het proefstation Vissen achter het Zodiac-gebouw is daar weinig van te merken. Er is weliswaar voortdurend geluid van stromend water en het ruikt er - jawel! - naar vis. Maar hier zwemmen hooguit een paar honderd tilapia's, meervallen en karpers rond. De meeste van de tientallen bakken zijn leeg.
In 2007 en 2008 liepen drie grote visprojecten, twee voor de EU en één voor het ministerie van LNV. In 2008 zijn ze afgerond en zodoende in dat jaar in de proefdierstatistiek terechtgekomen. Pijn hebben die dieren niet gehad. De vissen (meerval, tilapia, tarbot, tong en paling) zijn tweemaal gewogen en na afloop gedood met een overdosis TMS, een verdovingsmiddel voor vissen. Toch wil de onderzoeker niet met zijn naam in de krant; in buurgebouw Zodiac zijn dit jaar ruiten ingegooid door dieractivisten.
De anonieme onderzoeker van de leerstoelgroep Aquacultuur en Visserij vertelt dat de vissen gebruikt zijn in studies naar een duurzame vorm van visteelt, het recirculatiesysteem. Dat systeem heeft twee voordelen: het kost weinig water en levert nauwelijks afval op.
'Het bestaat uit een aquarium voor de vissen en aparte ruimtes voor waterzuivering en voor het verzamelen van vissenpoep. De vissen scheiden het giftige ammoniak uit, dat door bacteriën wordt omgezet in nitraat en vervolgens in stikstofgas.'
De teelt van tilapia kan zo een stuk duurzamer, heeft een van de EU-projecten geleerd. 'In onze experimenten is de hoeveelheid afval gedaald naar 50 kuub vaste mest op 100.000 kilo tilapia per jaar. Bovendien haalden we een waterverbuik van 40 liter per kilo vis. Bij de gangbare methode, waarbij je het water ververst, is het verbruik 200 tot 300 liter per kilo vis.'
Er zijn zoveel vissen nodig geweest omdat de experimentele eenheid de bak is, vertelt proefdierdeskundige Rob Steenmans. 'Voor een betrouwbaar experiment heb je meerdere experimentele eenheden nodig, meerdere bakken dus. En in één bak zwemmen tientallen vissen.'
Meer proefdieren
Landelijk is het aantal dierproeven met drie procent afgenomen tot 578.123. Dat blijkt uit de jaarlijkse proefdierrapportage van de Voedsel en Warenautoriteit van het ministerie van VWS. Het aantal dierproeven aan de Wageningse universiteit is daarentegen vorig jaar fors toegenomen, van 11.963 in 2007 tot 16.972 in 2008. De hoeveelheid dierexperimenten bij DLO-instituten is geheim. De Wageningse toename zit hem in het visonderzoek, in 2007 werden vijfduizend vissen gebruikt; vorig jaar een kleine tienduizend. Verder experimenteerden Wageningers met 3884 kippen, 1132 muizen en 936 varkens. Bijna duizend dieren zijn gebruikt in het onderwijs.

Re:act