Science - January 1, 1970

Savelkoul en Van Muiswinkel roemen ‘wisseling van de wacht op rijdende

Savelkoul en Van Muiswinkel roemen ‘wisseling van de wacht op rijdende

Savelkoul en Van Muiswinkel roemen ‘wisseling van de wacht op rijdende

trein’

‘Je kunt een opvolging beter te vroeg dan te laat regelen’

Drie jaar lang waren zij samen hoogleraar Celbiologie en immunologie: prof.
Wim van Muiswinkel (65) en prof. Huub Savelkoul (47). Vorige week nam Van
Muiswinkel afscheid en staat Savelkoul alleen aan het roer. De buitenwereld
reageerde vaak met onbegrip op de twee zogenoemde ‘dakpanprofs’, maar als
ze de constructie eenmaal begrepen waren ze vooral jaloers. ,,Niet iedereen
krijgt de kans zijn opvolger te behoeden voor valkuilen die op nieuwkomers
liggen te wachten’’, aldus Van Muiswinkel.

Als Wagenings bioloog volgde Savelkoul ooit een afstudeervak bij zijn
voorganger. Van Muiswinkel: ,,Zijn verslag heb ik nog ergens liggen.’’ Pas
de afgelopen jaren hebben ze elkaar goed leren kennen in hun duobaan als
hoogleraar. Buitenstaanders vroegen zich wel eens af of dat wel goed gaat:
twee kapiteins op een schip. ,,Je moet je eigen groep wel duidelijkheid
geven dat er sprake is van een wisseling van de wacht. Cruciaal in de
constructie is dat de trein kan doordenderen, ondanks de wisseling van
bestuurder. We hebben duidelijke afspraken gemaakt over de overdracht van
taken. Verder is het een zaak van veel praten, je positief opstellen en
elkaar ruimte geven’’, zegt Van Muiswinkel. ,,En bekijk het eens van de
andere kant. Hoeveel hoogleraren sneuvelen niet in de eerste vijf jaar?
Voorbeelden genoeg. Als je als hoogleraar afscheid hebt genomen en je ziet
zoiets gebeuren: dat zijn echt drama’s. Voor mij was dit een fantastische
constructie. Ik ga nu echt heel tevreden en gelukkig weg, want ik heb het
gevoel dat alles in vertrouwde handen is.’’ ,,Wim, je vergeet nog te zeggen
dat ik niet alleen je functie als hoogleraar overneem. Mij rest ook de
zware taak in je voetsporen te treden als feestredenaar en
voordrachtskunstenaar’’, lacht Savelkoul.
Van Muiswinkel heeft op Zodiac, de thuisbasis van het department
Dierwetenschappen, inderdaad niet alleen een reputatie als serieus en
beminnelijk bioloog. Zijn droge, onderkoelde humor maken hem een geliefd
spreker bij festiviteiten. Zijn specialiteit: commentaar leveren bij dia’s.
,,Ja, zonder plaatjes ben ik verloren’’, bekend de scheidend hoogleraar.
Savelkoul toont zich ook in dit opzicht een goed leerling, als hij
commentaar geeft op de foto’s waarop drie opeenvolgende Wageningse
hoogleraren Celbiologie op rij vereeuwigd zijn. ,,Kijk, Wim is verstandig,
die houdt het bij een glaasje fris. Hans Jongkind en ik drinken wijn. Hans
omdat hij alles lekker achter de rug heeft en ik wist toen nog niet wat me
allemaal te wachten stond’’, zegt Savelkoul.

Rotterdammers
De gemeenschappelijke noemer van de drie hoogleraren is Rotterdam. Van
Muiswinkel kwam daar als net afgestudeerde VU-bioloog terecht via zijn
militaire dienst. ,,Ik vervulde mijn dienstplicht op het militaire lab van
TNO en daar werd zeer nauw samengewerkt met de celbiologen in Rotterdam.
Uiteindelijk heb ik daar mijn promotieonderzoek afgerond. Vaak timmeren ze
je vast op de plaats waar je gestudeerd of gepromoveerd bent, maar ik zit
nu al meer dan 28 jaar in Wageningen. Ik voel me dan ook veel meer een
Wageninger dan een Rotterdammer’’, aldus Van Muiswinkel.
Savelkoul: ,,Ik werd tijdens mijn promotieonderzoek in Rotterdam versleten
als Wageninger die mede dankzij mijn stage bij het Weizmann Instituut in
Israël goed geschoold was in de immunologie. Nadat ik twee jaar postdoc was
op Stanford University in de Verenigde Staten, heb ik tien jaar in
Rotterdam een groep geleid die onderzoek deed naar de ontwikkeling van
allergie bij kinderen. Ik had er waarschijnlijk nog gezeten als deze
mogelijkheid zich niet had voorgedaan.’’
Van Muiswinkel tipte het college van bestuur in zijn afscheidsrede de
opvolger van Savelkoul in Rotterdam te werven.

Vergrijzing
Van Muiswinkel bracht zijn vervanging onbewust zelf aan het rollen: ,,Ik
had in een commissie gezeten die aandacht vroeg voor de vergrijzing onder
hoogleraren biologie. Maar ik schrok toch wel toen ik vier jaar geleden een
telefoontje kreeg van de toenmalige rector, prof. Cees Karssen. Hij
vertelde mij dat ik een van de oudste hoogleraren biologie in Wageningen
was, zelf had ik dat gevoel helemaal niet. Hij maakte duidelijk dat er
eenmalig de kans bestond mijn opvolging via de Van der Leeuw-procedure
glijdend te regelen.’’ Toen Van Muiswinkel een beetje aan het idee gewend
was, raadpleegde hij zijn groep. ,,Ze bleken al een beetje de bibber te
hebben, want om ons heen waren net een paar opvolgingen mislukt. De groep
bleek er wel iets voor te voelen. Je kunt een opvolging nu eenmaal beter te
vroeg dan te laat regelen.’’
Van Muiswinkel: ,,Toen duidelijk was dat Huub het zou worden, ben ik een
dagje naar Rotterdam gegaan en heb hem een lijst met mijn bezigheden
gegeven. Samen hebben we toen afgesproken wat naar hem zou gaan en wat
onder mij zou blijven. We besloten de taken vrij snel naar Huub door te
schuiven en hem de ruimte te geven zijn eigen onderzoekslijn te
introduceren. Wat daarbij geholpen heeft is de rugzak van 1,2 miljoen euro
die we meekregen.’’ Savelkoul: ,,Iedereen heeft uiteindelijk wel een
cadeautje gehad, dus dat maakt het allemaal wel een stuk makkelijker.’’
Er waren natuurlijk ook wel moeilijkheden met de nieuwe manier van
leidinggeven, de verandering in visie en de implementatie van een nieuwe
onderzoekslijn. Dat hebben de celbiologen vooral opgelost door veel te
praten. Van Muiswinkel: ,,De helft van de oplossing is het probleem eens
flink over tafel te laten rollen.’’

Jaloezie
De beide hoogleraren hebben zich in die tijd regelmatig vermaakt over de
reacties in de buitenwereld. Van Muiswinkel: ,,De mensen hadden gehoord dat
ik een opvolger had, dus snapten ze soms niet wat ik daar nog deed. Ik
ontving opeens geen beleidsstukken meer en was uit alle schema’s verdwenen.
Soms hoorde je: ‘Jij bent toch al weg’. Dat krijg je dan wel keihard voor
je snufferd. Maar als je de gelegenheid kreeg het uit te leggen, ontmoette
je vooral positieve jaloezie. Er zouden wel meer mensen van zo’n regeling
gebruik willen maken. De grootste luxe die ik had, was dat ik weer eens
hele dagen voor iets kon gaan zitten. Als iemand met een probleem bij je
kwam, kon je daar echt de tijd voor nemen en dan de volgende dag een
oplossing suggereren. Dat schoot er in het verleden toch vaak bij in.’’

Allergie
Onder de leiding van Savelkoul is het onderzoek verbreed en meer de
medische richting opgeschoven. Hij is een van de oprichters van het
Allergieconsortium Wageningen dat zich richt op vraagstukken van
voedselallergie en natuurlijke weerstand. ,,In de groep heerste de angst
dat je met dit soort vragen een stoet aan kinderartsen binnenhaalt. Ik heb
flink wat moeite moeten doen om iedereen uit te leggen dat we niet zo zeer
visimmunologen zijn, maar immunologen. In onderzoek heb je immers geen
exclusiviteit op diersoort, methode en technologie, maar op
wetenschappelijke vraagstellingen. De sterke kanten van onze
onderzoeksgroep liggen bij de regulatie van de immuunrespons en de
genetische achtergronden van ziekteresistentie en natuurlijke weerstand.
Dat onderzoek werd weliswaar vooral uitgevoerd bij karpers, maar sluit heel
goed aan bij vragen rond het ontstaan van allergische aandoeningen. Ik heb
gelukkig de ruimte gekregen om dit onderzoeksveld nader in te vullen.’’ Van
Muiswinkel: ,,Ook in het verleden kwamen onze studenten vaak in het
medische veld terecht. We kregen toen nog wel eens het verwijt ‘we zijn
hier wel een landbouwuniversiteit’, maar sinds de ‘landbouw’ uit de naam
verdwenen is hoor je daar eigenlijk niemand meer over.’’

Raadsman
Voor Savelkoul was de dakpanconstructie vooral van belang omdat hij raad
kon vragen bij zijn voorganger. ,,Bij mijn aanstelling werd me bijvoorbeeld
gevraagd of ik loyaal wilde zijn aan de kenniseenheidgedachte. Dat wilde ik
best, als iemand me tenminste kon uitleggen wat een kenniseenheid precies
was. Je wordt als hoogleraar geselecteerd op kwaliteiten in onderwijs en
onderzoek en je komt in bestuurlijke zin toch vrij blanco binnen.
Wageningen blijkt dan toch knap ingewikkeld in elkaar te zitten.
Evaluatiecommissies hebben niet voor niets een paar dagen uitleg nodig over
hoe het hier in elkaar steekt. Uiteindelijk concluderen ze dan dat de
kwaliteit in orde is ondanks de ingewikkelde structuur. Je kunt als
beginnend hoogleraar dus soms best een raadsman gebruiken’’, aldus
Savelkoul.
Samen met Van Muiswinkel constateert Savelkoul dat Zodiac helaas steeds
meer afstand heeft moeten nemen van het consensusmodel. De bestuurlijke
wind waait nu vooral vanuit Lelystad en tegenspraak of meedenken wordt lang
niet altijd op prijs gesteld. Van Muiswinkel: ,,Als ik langer was gebleven,
was ik daar vast en zeker een keer tegen aangelopen. Vroeger foeterden we
nog wel eens tegen het bestuurscentrum. Maar als je last had van
organisatorische rimram dan ging je naar het Salverdaplein of de Costerweg
en bleef je net zo lang hangen tot het werd opgelost. Tegenwoordig mògen we
daar niet meer op eigen houtje heen en wordt er vooral veel heen en weer
geschoven met problemen. In dat opzicht ben ik ook wel blij dat ik dat nu
aan een ander kan overlaten.’’
Beide hoogleraren zijn er in ieder geval van overtuigd dat humor van groot
belang is om in Wageningen te ‘overleven’. Van Muiswinkel: ,,Vrijwel alle
mensen die boven de honderd zijn, en nog interviewbaar, vallen op door hun
gevoel voor humor. Je houdt er de veroudering niet mee tegen, maar het
scheelt zeker een slok op een borrel.’’

Gert van Maanen


Dakpanprof
De aanstelling van Van der Leeuw-hoogleraren – ook wel ‘dakpanprofs’
genoemd – werd in 1996 mogelijk gemaakt met een eenmalige
stimuleringregeling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen. Veelbelovend wetenschappelijke talenten werden gedurende
maximaal vier jaar als hoogleraar aangesteld naast een zittende hoogleraar
in afwachting van het emeritaat. Deze dakpanconstructie moest vooral de
vergrijzing van het Nederlandse hooglerarenbestand in een aantal
vakgebieden compenseren en de vlucht van jong talent een halt toeroepen met
een goed loopbaanperspectief. Het initiatief en de uitvoering voor het Van
der Leeuw-programma lag bij onderzoeksorganisatie NWO. De tijdelijke
hoogleraarpost werd genoemd naar de eerste naoorlogse minister van
Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen Gerardus van der Leeuw.
Het programma is ingevoerd voor de disciplines chemie, letteren,
psychologie/pedagogie, biologie en werktuigbouwkunde. In Wageningen werd
alleen de Van der Leeuw hoogleraarpost Celbiologie en immunologie ingevuld.
Het principe Van der Leeuwprogramma is door NWO opgenomen in de zogeheten
Vernieuwingsimpuls: drie subsidievormen voor verschillende fasen in de
wetenschappelijke loopbaan, voor pas gepromoveerde (Veni) tot ervaren
(Vidi) en professorabele (Vici) onderzoekers.

Re:act