Science - June 6, 2002

Sanering Europese visserijvloot

Sanering Europese visserijvloot

Europees landbouw- en visserijcommissaris Franz Fischler heeft een drastisch plan voor de Europese visserijsector opgesteld. 8600 vissersboten moeten verdwijnen om de totale vangst ongeveer te halveren. De enorme overcapaciteit van de Europese vissersvloot vormt nu een ernstige bedreiging voor verschillende vissoorten, zoals kabeljauw. Fischler wil een einde maken aan de jaarlijkse aanpassing van de vangstquota en hij wil controle per satelliet op alle vissers die denken onbespied de maatregelen te kunnen omzeilen. Een goed plan?

Dr Adriaan Rijnsdorp, hoofd van de afdeling Biologie en Ecologie bij het RIVO:

"Fischlers plan voor de komende tien jaar is erg ambitieus en een stap in de goede richting. Het adresseert duidelijk de tekortkomingen van het huidige visserijbeleid. Dit is tot nu toe niet succesvol geweest. Veel visbestanden worden te intensief bevist en lopen het risico in te storten. Dit zou desastreus zijn voor de vissers en ook voor het ecosysteem.

Sanering van de vloot is hard nodig. Het is evident dat de vloot veel te groot is voor de hoeveelheid vis die nu in zee zit. Een sterk punt van het plan vind ik dat Fischler de subsidies aan de niet renderende visserij wil stopzetten. Die subsidies zijn een slechte zaak want zo hielden we de overcapaciteit in stand. Deze miljoenen euro's kan je beter gebruiken om de overcapaciteit weg te saneren en te investeren in de ontwikkeling van vistechnieken die minder schade toebrengen aan het ecosysteem en de bijvangsten verminderen.

De controle op de regelgeving is nu zeker niet adequaat. Er zijn nu nationale inspecties en de EU inspecteert die nationale inspecties. Dit werkt niet. De vissers uit de verschillende landen bekritiseren dit systeem omdat de nationale inspecties niet overal even streng waren. Hierdoor verlies je het draagvlak onder de vissers voor het visserijbeleid.

Het is goed als de jaarlijkse koehandel over de toegestane vangsten wordt stopgezet. Bij deze handel kwamen altijd andere politieke belangen kijken. Dan kon Nederland bijvoorbeeld een ander land steunen als het ging om een vangstquotum, maar met in het achterhoofd misschien wel de onderhandelingen over de melkquota.

Wat ook gebeurt, is dat landen als Griekenland en Itali? konden meebeslissen over quota voor de Noordzee, waar zij helemaal niet vissen. Het is beter om het beleid te regionaliseren, iets wat Fischler voorstelt. Het beleid voor de Noordzeevisserij moet besproken worden door Nederland en de andere landen die daar vissen. De visserijsector van de verschillende landen moet bij deze bespreking goed vertegenwoordigd zijn. Dit zou een belangrijke vernieuwing zijn. Nu is er een top-down beleid.

Met het huidige systeem van vangstquota is het ook niet mogelijk om de vangsten van de overbeviste bodem- en platvis te beteugelen. Want hoewel er minder aan land komt, wordt er wel heel veel vis dood overboord gegooid. Er zijn bijvoorbeeld heel veel bijvangsten van de overbeviste kabeljauw. De enige oplossing is dan het aantal schepen te verminderen of af te spreken dat vissers minder dagen mogen vissen. | H.B.

Re:act