Science - January 1, 1970

Mythen en sagen rond de varkenshouderij

Mythen en sagen rond de varkenshouderij

Mythen en sagen rond de varkenshouderij

De varkenshouderij in Nederland ontbeert momenteel een licence to produce. Daarom presenteerde de Denktank Varkenshouderij van Wageningen UR op 15 januari gedachten die kunnen inspireren tot vernieuwende ontwikkelingen. Een samenvatting


De varkenshouderij in Nederland heeft een toekomst mits zij opnieuw een licence to produce weet te verwerven. De afwezigheid van zo'n licence uit zich in het mest- en ammoniakprobleem; de lokale problemen met stank en onaantrekkelijke bebouwing; en de ethische bezwaren tegen de wijze waarop met dieren wordt omgegaan, inclusief de vooral economische rationaliteit waarmee dierenwelzijn wordt benaderd

Een belangrijk deel van deze problemen is te verklaren uit het feit dat de varkenshouderij lange tijd zo lucratief was dat een beperkte kortetermijnoriëntatie lonend was. Alom werden de boeren gestimuleerd op de ingeslagen weg voort te gaan zonder dat de betrokken partijen zich bekommerden om een maatschappelijk draagvlak voor die ontwikkelingen. Ook grootwinkelbedrijven hielden zich nauwelijks bezig met de productieomstandigheden op veehouderijbedrijven. En dat is een essentiële factor in een tijd waarin de borging van de wensen van de consument hoofdzakelijk berust op vertrouwen in de supermarkt

Ook door de overheid werd de varkenshouderij maar zeer beperkt ter verantwoording geroepen. De veranderde maatschappelijke opvattingen over dierenwelzijn en industrialisering van de productie drongen onvoldoende door tot de individuele varkenshouder. Dit mede door de defensieve opstelling van de belangenorganisaties en een toeleverende en verwerkende industrie die baat hadden bij de ingezette ontwikkeling. Daarbij had de overheid - en met haar de Wageningse wetenschap - onvoldoende kritische distantie om tijdig bij te sturen. Klaarblijkelijk was de verwevenheid met de belangenorganisaties uit de sector te ver doorgeschoten om zo'n onafhankelijke rol te kunnen vervullen

Het cruciale verschil met de afgelopen decennia is dat overheid, burger en markt nu geneigd zijn de varkenshouderij de rekening te presenteren van haar maatschappelijk disfunctioneren

Een belangrijke legitimatie voor het houden van varkens in Nederland is hun bijdrage aan het verwerken van afval uit akkerbouw en voedingsmiddelenindustrie. Zo produceerde Nederland in 1994 per hoofd van de bevolking 620 kilo aan reststromen uit de voedings- en genotmiddelenindustrie. Ruim driekwart hiervan werd omgezet in veevoer. Deze toenemende verstrengeling tussen de varkenshouderij en de stedelijke samenleving hangt samen met het veranderde voedingspatroon, waarin steeds meer sprake is van voorbewerkte producten. Het aanbod van bijproducten neemt daardoor navenant toe, en het varken is bij uitstek geschikt om deze op te nemen. Het varken krijgt zo weer de functie die het in de Middeleeuwen reeds op het boerenbedrijf en in de steden vervulde, namelijk die van afvalverwerker

Mythe 1: Bij belangenbehartiging en beleidsvorming staat het gemeenschappelijke sectorbelang voorop

Alleen al de her en der bestaande overtuiging dat de concurrentiekracht en exportpositie van de sector gebaat zijn bij een flinke sanering van het aantal varkensbedrijven en navenante schaalvergroting van de resterende ondernemingen, geeft aan dat het sectorbelang in veler ogen ongelijk is aan het belang van de ondernemers die zouden moeten verdwijnen. Ook grootschalige mestverwerking is lange tijd als evident sectorbelang gepresenteerd. Toen puntje bij paaltje kwam, bleek de aanvaarding van dat belang onder boeren sterk uiteen te lopen. Een meerderheid wilde zelfs niet meedoen aan de gemeenschappelijke leverantie en financiering

De verschillen in individuele bedrijfsomstandigheden brengen met zich mee dat er niet oon gemeenschappelijk sectorbelang is. De retoriek van het sectorbelang werkt vaak uit als een keurslijf. Zo wordt de in de sector aanwezige energie en creativiteit om bepaalde problemen (milieu, welzijn) actief aan te pakken eerder tegengewerkt dan gemotiveerd

Varkenshouders kunnen zichzelf organiseren in producentenverenigingen, op basis van reële gemeenschappelijke belangen. Al naar gelang de gemeenschappelijkheid kan men zich richten op de aanpak van diergezondheid in de regio, productveiligheid, productkwaliteit, dierenwelzijn of de landschappelijke inpasbaarheid van de bedrijven. Producentenverenigingen kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de afzet, waarbij de geleverende kwaliteit wordt gehonoreerd door de verwerkende industrie en grootwinkelbedrijven. Daarbij is het raadzaam een gedragscode te ontwikkelen voor de aangesloten ondernemers

Voor veel kleine bedrijven en gemengde bedrijven zijn de forse investeringen in de toekomst niet op te brengen. Ze kunnen noodzakelijke schaalvoordelen en bedrijfsstructurele aanpassingen realiseren door samenvoeging en herschikking van de gezamenlijke productiecapaciteit. Zo kan met de varkensrechten van vijf tot acht gemengde bedrijven een nieuwe, gesloten eenheid worden opgezet die aan alle welzijns-, gezondheids- en milieu-eisen voldoet. Zo'n nieuwe coöperatieve stal wordt gebouwd op de grond van een van de deelnemende veehouders

Mythe 2: Een volledig gesloten systeem is de enige oplossing voor de milieuproblemen veroorzaakt door de Nederlandse varkenshouderij

Voor het beperkte uitgangspunt dat de Nederlandse veehouderij op zichzelf een gesloten systeem van mineralenkringlopen moet vormen, bestaat geen milieukundige ratio. Bovendien is er dan geen varkenshouderij meer in Nederland, wat leidt tot een onnodige en omvangrijke kennis- en kapitaalvernietiging. De milieuvraag waar het om gaat is of het fosfaatoverschot milieutechnisch verantwoord verwerkt kan worden. Grootschalige industriële mestverwerking heeft lange tijd gefungeerd als een funeste mythe, omdat het werkte als belemmering voor het zoeken naar andere oplossingen. Er dreigt nu een omgekeerde mythe, die op haar beurt onderzoek naar innovatie van mestverwerking belemmert. Op termijn zal een belangrijk deel van de Nederlandse varkensmest hoe dan ook bewerkt moeten worden om het tot een aantrekkelijk product te maken voor potentiële afnemers

Mythe 3: Als recreanten en burgers in de stal komen kijken, zal het imago van de varkenshouderij verbeteren en krijgt het grote publiek meer begrip voor de sector

Te vrezen valt dat het openen van de staldeuren voor veel consumenten averechts zal werken. Wat het publiek zal waarnemen is een productiesysteem waarin ten koste van de dieren zoveel mogelijk efficiëntie wordt nagestreefd. Het gaat niet alleen om een communicatieprobleem, het gaat om een substantiële aanpassing van de manier waarop de varkens in Nederland worden gehouden en getransporteerd

Een uitdaging is om het varken meer keuzemogelijkheden te bieden om te gaan en te staan waar het wil. Velen zijn geneigd te stellen dat dit moet leiden tot zeer extensieve vormen van veehouderij. In de Romeinse stal wordt echter moderne high tech ingezet om de ouderwetse bewegingsvrijheid te herstellen. Middels procesautomatisering krijgt het dier keuzemogelijkheden om verschillende ruimten in en rond de stal te betreden. Met behulp van sensoren kan het gedrag van de sociale groep varkens worden gemanaged

Als het idee van gezinsbedrijven wordt losgelaten en het technologiespoor ten volle wordt benut, leidt dat tot een verdere industrialisatie van de sector tot zeer grote bedrijven of varkensflats. De varkens worden gehuisvest in flats van zo'n zes tot acht etages met 200 duizend tot 250 duizend varkensplaatsen. Per varkensflat zijn ongeveer tien arbeidskrachten werkzaam. Elke flat heeft een bijbehorende slachterij. De keten wordt georganiseerd in een nv, de varkensrechten worden ingebracht door de varkenshouders

Mythe 4: De markt vraagt niet om milieuvriendelijk, diervriendelijk of speciaal varkensvlees

De kwestie is niet zozeer of de markt bereid is extra te betalen, maar of de aanbieder erin slaagt een herkenbare keuze te organiseren. De mythe van de homogene consumentenmarkt belemmert de productinnovatie. Een garantiesysteem dat zowel de productkwaliteit als de productiewijze garandeert, voorziet in een directere koppeling tussen bedrijfsvoering en consumentenvoorkeuren

Mythe 5: Zonder limitering via productierechten is het mestprobleem niet te beheersen

Er bestaat al een scala aan milieuhygiënische en planologische maatregelen om de varkenshouderij te laten voldoen aan de overheidseisen. Als aan zo'n set van maatregelen effectief de hand zou worden gehouden, zou het mestprobleem onder controle zijn. Als daarnaast nog een limitering van de productie nodig blijkt, dan is dat een teken dat dit milieu- en natuurbeleid ontoereikend is. Zo bezien is quotering een stoplap: een brevet van beleidsmatig onvermogen

De productiequotering beoogt in wezen een liberale oplossing van het milieuprobleem, met de quotamarkt als selectiemechanisme. Deze marktwerking selecteert primair op kapitaalkracht en niet op de ondernemerskwaliteiten die van belang zijn voor de oplossing van milieu- en welzijnsaspecten. Bij afbouw van het systeem van verhandelbare productierechten kan meer tijd, geld en energie worden besteed aan serieuze uitvoering van maatregelen die wel direct gericht zijn op de oplossing van problemen. Vanuit preventief diergezondheidsoogpunt bekeken zijn varkensvrije zones een dure en onvolledige oplossing

Mythe 6: Er is een overheid die consistent en duidelijk beleid voert

In de afgelopen decennia is geen sprake geweest van consistent beleid ten aanzien van de intensieve veehouderij. Tussen directies binnen het ministerie van LNV, tussen verschillende ministeries en tussen de verschillende overheidslagen heerst grote onenigheid over probleemperceptie en aanpak

Re:act