Science - November 21, 2002

Mensenwerk: Mien Roseboom, kantinebeheerder Jan Kopshuis, Wageningen

Mensenwerk: Mien Roseboom, kantinebeheerder Jan Kopshuis, Wageningen

'Ik ben echt heel blij dat we bij de universiteit kunnen blijven'

Mevrouw Roseboom - Mien voor haar hongerige cli?nt?le - kan opgelucht ademhalen. Na vier jaar tobben is de kogel door de kerk: het kantinepersoneel van de universiteit mag aanblijven, en 'gaat niet over' naar een cateraar. Ze kan weer onbekommerd lachen. Niet met plichtmatige vriendelijkheid, maar met volle overgave, bediend ze de mensen die ze na twintig jaar werken in de kantine van het Jan Kopshuis als familie is gaan beschouwen.

Dertig jaar geleden kwam Mien Roseboom in dienst van de universiteit als schoonmaakster in de avonddienst. Tien jaar lang zorgde ze voor minder stof en schone vloeren. Totdat ze op een dag niet alleen inviel in de kantine van sportpark De Bongerd maar ook opviel.

Toen in 1982 de bibliotheek Het Jan Kopshuis gereed kwam, werd Mien gevraagd of ze de kantine wilde beheren.

"Dat aanbod nam ik graag aan," verklaart ze. "En ik vind het nog steeds fijn hier. Ik begin altijd om acht uur. Destijds werkten we met z'n drie?en en de kantine was de hele dag open. Ja, sinds de reorganisatie zijn we maar tot halftwee open en werk ik samen met collega Ida, die tien uur per week komt. Ik werk ruim twee en dertig uur per week en sta er nu dus vaak alleen voor."

Wegens bezuinigingen werd het kantinepersoneel over de verschillende kantines verdeeld. Oorspronkelijk behoorde het maken van hapjes voor recepties die op het hoofdgebouw werden gegeven ook tot Miens taken.

"Dat is het leuke van kantinewerk: je ontmoet allerlei mensen, je hebt direct contact met ze." De ontmoetingen waar ze met veel plezier over vertelt zijn die met prins Claus, 'een lieve man', en met Willem Alexander en Maxima.

"Dat was in de Nieuwlanden. Na de lunch kwamen Willem Alexander en Maxima speciaal terug om te bedanken 'voor de goede zorgen"'. Mien wijst naar de servieskast in de kantine: "Er was een foto van ons gemaakt en collega's hadden hem daar op die kast geplakt. Ze schreven eronder: 'Willem Alexander met Maxima en Mienima!"

Al jarenlang is 'Mien' een begrip in de kantine. Met het aantal uitsmijters dat ze in die twintig jaar heeft gebakken kan ze de hele weg naar het ministerie plaveien en met de hectoliters soep die ze heeft opgeschept zou ze de Renkumse beek kunnen vullen.

Maar de laatste vier jaar zal Mien niet graag overdoen. Al die tijd was er onzekerheid over het voortbestaan van de kantines in de huidige situatie.

"Het heette 'reorganisatie'; we kregen steeds te horen dat we beslist naar, de cateraar zouden overgaan'; dat ze van ons af wilden omdat we 'veel te duur' zouden zijn. Vergaderingen aan de lopende band. Bijna iedereen wilde veel liever bij de universiteit blijven. Ja, wat er dan allemaal niet speelt, ook je pensioenopbouw. Nou, tenslotte bleek de cateraar toch duurder te zijn. Drie weken geleden kwam de heer Dijkhuizen ons vertellen dat we de komende vier jaar toch bij de universiteit kunnen blijven. Wat waren we opgelucht! Ik was echt heel blij."

Toch veranderde er wel ??n en ander. "Behalve dat we om halftwee dicht gaan mag ik geen koffie schenken voor twaalf uur. Maar ik ben hier altijd om acht uur. Dan maak ik de koffiekannen klaar voor de vergaderingen en de kamers. Die mensen krijgen dan wel koffie, maar de mensen die hier 's morgens binnenlopen, niet meer. In de andere kantines is dat ook zo. Ik weet niet wie dat verzonnen heeft, maar als je daar toch om acht uur al rondloopt, dan kun je toch net zo goed koffie schenken?" Mien haalt verontwaardigd haar schouders op. Ze heeft het opgelost door koffie klaar te zetten. Men bedient zich zelf en legt geld op de toonbank. "En niemand die het wegpakt, hoor!"

Tijdens ons gesprek is de verwachte groep van twintig cursisten uit Utrecht gearriveerd. Een uitzendkracht heeft de tafel gedekt, daar heeft Mien tijdens lunchtijd geen gelegenheid voor. Wel rijdt ze zelf trollies vol koppen soep en smakelijk ogende toetjes af en aan, terwijl collega Ida de hongerige studenten en andere mensen bedient. Het is een gezellige drukte. Opvallend zijn de rugzakken, waardoor de stoet wat weg heeft van een karavaan dromedarissen.

In de Wageningse kantines werken alleen vrouwen.

Mien Roseboom: "Ik moet eerlijk bekennen dat de enkele man die we er af en toe bij hadden, geen kans kreeg, hoor! De vrouwen waren hem steeds te vlug af!"

Lydia Wubbenhorst

Fotobijschrift:

Mien Roseboom: "Willem Alexander en Maxima kwamen speciaal terug om te bedanken voor de goede zorgen"

Re:act