Organisation - October 7, 2013

Marktgericht LEI moet kennis koesteren

Text:
Albert Sikkema

Door de bezuinigingen bij het ministerie van EZ moet het LEI andere klanten binnenhalen, maar het onderzoeksinstituut moet ervoor waken geen consultancybureau te worden. Dat stelt de internationale visitatiecommissie die het LEI beoordeelde.

‘Stick to your roots, don’t become too commercial’, stelde Renée Bergkamp, voorzitter van de commissie, tijdens de mondelinge presentatie op 2 oktober. Vroeger rekende de landbouw op het LEI (en rekende het LEI op de overheid), tegenwoordig rekent de maatschappij op het LEI, stelde Bergkamp.

Het LEI kreeg vorige week een positieve beoordeling van de commissie. De wetenschappelijke kwaliteit van het LEI-onderzoek is behoorlijk goed en de maatschappelijke en economische impact van dat onderzoek zijn heel goed, stelde de commissie.

Maar het LEI zit in zwaar weer, omdat het ministerie minder onderzoek bij het instituut wegzet en het bedrijfsleven weinig landbouweconomische kennis bestelt via de topsectoren. Om die reden zit het LEI in een veranderproces, waarbij het instituut zich meer wil richten op kennisvragen van bedrijven en andere overheden. De visitatiecommissie juicht de nieuwe koers toe, maar waarschuwt dat het LEI niet moet doorslaan. Het LEI moet goed nadenken welke klanten ze wil hebben en zorgen voor een goede mix van publieke en private opdrachtgevers, stelde Bergkamp.

De wettelijke onderzoekstaken van het LEI voor de overheid worden hoog gewaardeerd door het ministerie van EZ. Het LEI wordt gezien als betrouwbaar, het heeft ijzersterke databases en werkt met eigentijdse onderzoekmodellen.  De wetenschappelijke kwaliteit van het instituut is de afgelopen jaren verbeterd. Die elementen vormen de basis voor een sterke marktpositie, denkt de commissie. ‘Ga niet schipperen met je wetenschappelijke kwaliteit’, waarschuwde Bergkamp. Het LEI moet de overheadkosten verminderen en de onderzoekcultuur vasthouden.

De commissie denkt verder dat het LEI en de andere DLO-instituten meer moet samenwerken bij het binnenhalen van opdrachten buiten het landbouwcircuit. Maar het instituut moet ook pro-actiever zijn. ‘Je kunt nu al bedenken wat de overheid in de toekomst wil en welke kennisvragen daar uit voortkomen’, gaf Bergkamp als voorbeeld.

De commissie geeft nog geen oordeel over het onderzoekmanagement van het LEI. De recente verandering van de onderzoeksorganisatie, met vermindering van het aantal business unit managers van 7 naar 2 en andere taken voor de groepshoofden en programmamanagers, moet nog verder worden uitgelegd, maakte Bergkamp duidelijk. Ze adviseerde om over twee jaar nog eens naar de uitvoering van de nieuwe strategie te kijken, ook al omdat de overheid nog meer veranderingen in petto heeft. ‘It is not over yet.’


Re:act