Science - January 1, 1970

Geslachtsverandering maakt het mannenhart gezonder

Geslachtsverandering maakt het mannenhart gezonder

Geslachtsverandering maakt het mannenhart gezonder


Mannen die van geslacht veranderen verminderen daardoor waarschijnlijk hun
kansen op hart- en vaatziekten. Dat blijkt uit een onderzoek dat dr Erik
Giltay uitvoerde tijdens de twee jaar dat hij verbonden was aan Wageningen
Universiteit.
De arts had die uitkomst verwacht. ,,We weten dat vrouwen minder kans op
hart- en vaatziekten hebben dan mannen zolang ze nog niet in de overgang
zijn. Dat komt onder meer omdat het vrouwelijke geslachtshormoon estradiol
hun cholesterol gezond houdt. Na de overgang, als de aanmaak van estradiol
stil is komen te liggen, neemt de kans op hart- en vaatziekten echter snel
toe.’’
In dertig man-naar-vrouw-transseksuelen zag Giltay gebeuren wat hij had
verwacht. Doordat hun aanmaak van testosteron door medicijnen was
stilgelegd, en door de toediening van synthetische oestrogenen, nam de
concentratie van het ‘goede’ cholesterol HDL toe. Bovendien verminderde de
hoeveelheid van het met hart- en vaatziekten geassocieerde aminozuur
homocysteïne aanzienlijk.
,,Dat laatste was opvallend’’, zegt Giltay. ,,We weten dat vrouwen, die na
de overgang kunstmatige vrouwelijke hormonen krijgen, een hele lichte
afname van het homocysteïne hebben. Bij de transseksuelen was die echter
beduidend veel groter.’’
Giltay vermoedt dat de verklaring van het verschil ligt in de verschillen
tussen de spiermassa van vrouwen en mannen. ,,Mannen hebben meer spieren
dan vrouwen, en transseksuelen leveren die extra spiermassa tijdens het
transformatieproces weer in. Je kunt de hoeveelheid spiermassa aflezen aan
de hand van de concentratie creatinine in het bloed. Die spiegel was in
onze studie een belangrijke voorspeller van de concentratie homocysteïne.’’
De geslachtsverandering bracht de transseksuelen overigens niet alleen
voordelen voor de gezondheid. De hoeveelheid triglyceriden in hun bloed
steeg, net als hun bloeddruk en de omvang van hun vetweefsel.
Giltay publiceerde onlangs twee artikelen samen met Wageningse onderzoekers
en zijn leermeester, de endocrinoloog prof. Louis Gooren van de Vrije
Universiteit. Hij werkt nu in een psychiatrisch ziekenhuis in Delft. |

W.K.

Re:act