Science - January 1, 1970

Geld aan de bomen?

Geld aan de bomen?

Geld aan de bomen?

Als die dissertatie van bosbouwer Paul Romeijn echt zo opzienbarend is als zijn uitgever schrijft, dan heeft hij wat mij betreft een tactische blunder van jewelste begaan. Nu is Paul Romeijn toevallig (toevallig?) zelf directeur van zijn uitgeverij, dus misschien moet dat opzienbarende toch nog eens goed bekeken worden. Dat het zo opzienbarend is, komt volgens Romein omdat in het boek het antwoord wordt gegeven op vragen als

- Vormt Teakwood een solide investering?

- Waarom zijn de teakinvesteringen zo controversieel?

- Op welke gronden kunnen de contracten worden ontbonden?

- Is certificering door derden werkelijk onafhankelijk?

- Waarom verdienen deze problemen onze aandacht?

U ziet wel, belangwekkende vragen, maar of ze allemaal door bosbouwers moeten worden beantwoord is maar de vraag. Ik wist trouwens niet dat de promotoren, prof. Oldeman en prof.Röling, deskundig zijn op dit terrein, maar je bent nooit te oud om te leren

Goed, maar nu die blunder. Als dit alles echt zo opzienbarend is, had hij beter een ghost writer in de arm kunnen nemen en het als docuthriller laten uitgeven bij een commerciële uitgever. Zo een bijvoorbeeld die ook de onderzoeken van Peter R. de Vries uitgeeft, ik noem maar iets

Nu is het een peperduur werk geworden met in ieder geval de schijn van wetenschappelijke kwaliteit. Niet iets dat het op schandalen beluste publiek - of de door twijfels verscheurde kleine belegger - gauw zal kopen

Nu is het natuurlijk de vraag of het echt wel zo'n opzienbarend boek is. Hij heeft om te beginnen ernstige twijfels bij de groeiverwachtingen die OHRA voor zijn teakplantages belooft. Dat lijkt mij niet opzienbarend. Iedere bosbouwer bij zijn gezonde verstand wordt achterdochtig als hij zulke cijfers leest, die bovendien het resultaat blijken te zijn van extrapolatie van metingen aan heel jonge bomen op een plantage

Hij heeft ernstige bedenkingen bij de rol van het Wereld Natuur Fonds. Die heb ik altijd bij het WNF als ze over duurzaam bosbeheer beginnen en als ze geld aannemen van een club als OHRA voor elke verkochte polis, maar wat wil je nu van het WNF?

Ten slotte is hij van mening dat er rechtsgrond bestaat voor beleggers om de contracten met OHRA te laten ontbinden. Nog afgezien wat een bosbouwer met beleggingen van wie dan ook te maken heeft, bewijst hij hiermee voor mij dat hij nu juist van beleggen geen kaas heeft gegeten en dat geldt dan natuurlijk voor zijn promotoren ook

Ik heb juist altijd gedacht dat het wezen van beleggen is dat je nooit kunt garanderen dat het rendement van de belegging gehaald wordt. Daarom kunnen gewetenloze lieden ook rustig weet ik veel wat voor spoorwegen in Rusland of goudmijnen in Arizona ter belegging aanbieden. En er zijn altijd sukkelaars die erin trappen. Beleggers zijn als puntje bij paaltje komt lieden met geld over, waar ze gewoon een gokje mee willen wagen. Geld waarmee ze in feite geld proberen te verdienen terwijl anderen ervoor werken, maar dat is waarschijnlijk mijn Calvinistische opvatting. Net als dat beleggers het verdienen om regelmatig flink op hun bek te gaan - mijn persoonlijke mening, die er hier nu helemaal niet toe doet

Het zou mij dan ook verbazen als die contracten met OHRA echt ontbonden kunnen worden. Misschien dat OHRA om van het gezeur af te zijn het doet als je lang genoeg doordramt. Dat een rechter daartoe opdracht zou geven, gaat er bij mij echter niet in. Maar ik ben geen jurist, geen beleggingsadviseur, alleen maar bosbouwer

Je vraagt je af waarom Romeijn er zo in is geïnteresseerd om de contracten van OHRA ontbonden te krijgen. Hij zal toch niet zelf een paar van die contracten..

Zijn dissertatie, dit voor de volledigheid, heet Green Gold, on variations of truth in plantation forestry en had dus beter Green Tinsel - klatergoud - kunnen heten

Tenslotte moet ik nog melden dat mijn naam in Appendix 3 genoemd wordt. Daar staat namelijk dat het ministerie van LNV co-funder is van een onderzoek naar Flor y Fauna, de teakpantage waar het allemaal mee begonnen is. Daarachter volgen zeven namen: die van de toenmalige minister, die van de SG en die van een groep andere betrokken LNV-ambtenaren, waaronder die van mij. Maar dat het ministerie meebetaald zou hebben aan dit onderzoek, zoals Romeijn stelt, dat is gewoon niet waar


Schetz is beleidsmedewerker bij het ministerie van LNV, maar schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel

Re:act