Science - January 1, 1970

Antilopen turven in Kameroen

Antilopen turven in Kameroen

Antilopen turven in Kameroen

In het noorden van Kameroen zijn vele particuliere jachtgebieden te vinden, waar voornamelijk rijke Fransen zich vermaken met de jacht. Marieke Sassen en Monja van Woensel voerden in een van die jachtgebieden een verkennende studie uit van de veelbejaagde antilopesoort Kobus kob kob, om bij te dragen aan een verantwoorde beheerstrategie van het gebied. Het tweetal stond al snel bekend als Didi dobo mbadi: de twee kobvrouwen


Het aantal dieren dat liefhebbers jaarlijks mogen schieten in een jachtgebied, ligt vast in een quotum. Bij het vaststellen van dat cijfer is kennis over de aantallen en de verspreiding van de soorten van groot belang. Voor de Kobus kob kob, een goed gedijende antilopesoort in Noord-Kameroen, ontbrak die kennis, hoewel de soort belangrijk is voor zowel het ecotoerisme als de jacht. Het is een interessante trofee voor de jagers, zegt Van Woensel, doelend op het gewei van volwassen mannetjes. Bovendien is het vlees erg lekker. Verder zijn de beesten mooi en leven ze in grote groepen. Dat is voor de toeristen weer aantrekkelijk om te zien.

Om gegevens te verzamelen over de dieren bivakkeerden de twee studenten Tropisch landgebruik in een jachtkamp in het jachtgebied de Elephant Zone. Ze brachten hun nachten door in een klein hutje - en niet alleen: in het dak zaten termieten, in hun bed af en toe een vleermuis, 's morgens hadden ze kikkers in hun schoenen en ze kregen zelfs bezoek van een uil. Afgezien van spinnen, schorpioenen, slangen en olifanten was het in het kamp aardig rustig. Het jachtkamp wordt bewoond door de beheerder van het gebied en een aantal onderzoekers

Aan olifanten was er in de Elephant Zone geen gebrek. Sassen: We hebben kuddes gezien van honderden olifanten. Elke ochtend om vijf uur vertrokken de studenten onder verplichte begeleiding van een gids voor een wandeling van drie kwartier naar het observatiegebied. De gewapende escorte bleef de hele dag bij hen om bescherming te bieden tegen lastige olifanten en stropers. Vooral 's ochtends in het donker was het eng, zegt Sassen. Dan valt zo'n grijze massa niet op.

De wandeling ging altijd naar de vlakte Walewol Mdabi, een relatief nat gebied dicht bij het Nationaal Park Bonouo. Daar klommen ze op een vijf meter hoog platform aan de rand van de vlakte. Twaalf uur per dag bekeken ze om het uur met een telescoop de antilopen die voor hun ogen over de vlakte zwierven

Van Woensel en Sassen waren voor hun afstudeeropdracht geïnteresseerd in de populatiegrootte, de populatiestructuur, de ruimtelijke verspreiding en de activiteiten van de dieren. Om hun waarnemingen structureel te kunnen verwerken hadden ze het gebied verdeeld in een grid. Daarom stonden op de vlakte om de vijftig meter gekleurde paaltjes in de grond geslagen, 162 in totaal, een oppervlakte van circa 25 hectare bestrijkend. De leeftijd van de dieren stelden de afstudeervakkers vast aan de hand van uiterlijke kenmerken. Voor de vrouwtjes waren er drie leeftijdsklassen, voor de mannetjes vijf. Sassen: De mannetjes waren aan de hand van hun gewei preciezer op leeftijd te schatten dan de vrouwtjes.

Terwijl de oon keek, turfde de ander, vertelt Sassen. We noteerden eerst per beest de activiteiten: grazen, rusten, staan en bewegen. Vervolgens stelden we vast tot welke sociale groep het dier behoorde. De studenten hadden daartoe de populatie verdeeld in drie sociaal gescheiden groepen. Er was een gemengde groep van vrouwtjes met jongen, een bachelor-groep van jonge mannetjes zonder territorium en als laatste groep de territoriale mannetjes, aldus Van Woensel

De verzamelde gegevens hebben ze in Nederland uitgewerkt en geanalyseerd. Ze constateerden in de voedselrijke vloedvlakte een extreem hoge dichtheid van 83,1 beesten per vierkante kilometer - het gemiddelde voor het hele jachtgebied is 2,95. De volwassen vrouwtjes waren in de meerderheid. De studenten schrijven dit onder andere toe aan de selectiviteit van de jagers, die graag een mannetjesgewei willen scoren. De voedselrijkste gedeeltes van de vlakte waren, zoals de literatuur al voorspelde, bezet door de gemengde groep met bijbehorende dominante mannetjes. Opmerkelijk is de conclusie van Sassen en Van Woensel dat er op de vlakte twee dominante mannetjes leven, met overlappende territoria. Volgens de literatuur kent een populatie van deze soort doorgaans maar oon dominant mannetje en liggen de territoria minstens honderd meter uit elkaar. Van Woensel: Zeker weten wij het ook niet, maar misschien zijn het broers. Bij leeuwen zie je dat ook wel eens. M.V

Re:act