Science - April 25, 1996

Niet te versmaden: konjac, taro en Madagascar aardappelen

Niet te versmaden: konjac, taro en Madagascar aardappelen

Prosea-boek zet vergeten zetmeelgewassen bij elkaar

Alweer een Zuidoost-Aziatisch plantenboek in de Proseaserie uit. Deel negen behandelt zo'n honderd wilde planten en gewassen met eetbare koolhydraten in knollen, wortels, stengels en vruchten. De onorthodoxe naslagwerken voorzien in een behoefte, want kennis van wilde cultuurgewassen erodeert in hoog tempo. Financiering is weer voor twee jaar rond, en er verschijnen regelmatig nieuwe voorlichtingsfolders, gebaseerd op de Prosea-werken.


Nederland kent de grote akkerbouwgewassen aardappel en suikerbiet, de wat kleinere worteltjes en knolselderie en de marginale aardpeer of pastinaak. Maar daarmee houdt het zo'n beetje op. De verscheidenheid aan gewassen met koolhydraten in wortels of knollen is niet groot.

In Zuidoost-Azie, en vooral in de armste streken, tonen groentemarkten, erftuinen en akkers een veel grotere rijkdom aan knol- en wortelgewassen. Sommige landen kennen in tijden van schaarste saus of brood van het zetmeel uit de knollen van konjac (aronskelkfamilie). In Zuidoost-Azie en China worden gekookte of rauwe knollen van Chinese waterkastanje (een cypergras), toegevoegd aan omeletten, soepen of salades. In groenteschotels zitten soms aardperen (een zonnebloemachtige) of Madagascar aardappelen (lipbloemfamilie). En als basisvoedsel staan vaak de gekookte knollen van taro (aronskelkfamilie), cassave (wolfsmelkfamilie) of zoete aardappel (windefamilie) op tafel.

Niet alleen de knol of wortel maar ook de stam of vrucht kan vol zitten met waardevolle koolhydraten. De suikerpalm is gezien, vanwege de zoete vloeistof die uit de bloeiwijze wordt getapt en die suiker, palmwijn of azijn levert. In Nieuw-Guinea staat een oppervlakte van half Nederland vol sagopalmen. Uit gevelde stammen wordt zetmeel geklopt en geroosterd of gekookt. Palmen hebben, zo wil een een Indiaas gezegde, wel achthonderd gebruiken: de stam als bouwmateriaal en brandstof, groeipunten en zaden om te eten, bladeren om op te schrijven en om manden en touw van te vlechten.

Gebruiksgroep

Onlangs verscheen alweer het negende deel van Plant Resources of South-East Asia (Prosea) met nog veel meer voorbeelden. Niet de taxonomisch traditionele rangschikking naar familie en geslacht staat centraal in de Prosea-boeken, maar de ordening van de planten naar gebruiksgroep. Beslaan andere delen Zuidoost-Aziatische bonen, granen, groenten, verf-producerende planten, medicinale planten, houtgewassen, rotans, bamboes, vezelplanten, sierplanten of planten voor geurolien; deel negen gaat over de planten die voornamelijk worden gegeten vanwege de koolhydraten in wortels, knollen, vrucht of stam. Na een algemene inleiding behandelt het boek van elk gewas ondermeer naamgeving, verspreiding, gebruikswaarde, groei en ontwikkeling, ecologie, agronomie veredeling en toekomstperspectief.

In 2000 moeten er twintig Prosea-delen liggen, die samen zevenduizend planten beschrijven uit Indonesie, Maleisie, de Filipijnen, Papoea-Nieuw-Guinea, Brunei en Singapore. Aan het project, dat in 1986 van start ging, werken acht medewerkers van de Landbouwuniversiteit en twintig uit en in de landen zelf. De Wageningers zijn verantwoordelijk voor de publikatie van de boeken, ze doen literatuuronderzoek en vragen specialisten om bijdragen. Het hoofdkantoor zit in Indonesie. Kleinere landenkantoortjes doen het veldwerk, sporen nieuwe gegevens op over gebruikte planten en controleren bestaande gegevens.

De boeken zijn bestemd voor iedereen die beroepsmatig met planten bezig is", legt dr ir J. Siemonsma, hoofd van het Proseakantoor op de vakgroep Agronomie, uit. Dus voorlichters, beleidsmakers, managers van de verwerkende industrie, landbouwonderzoekers, studenten een enorme doelgroep. De meerwaarde zit vooral in de verzamelde kennis over de onbekende, kleine gewasjes; traditionele gewassen waarnaar geen onderzoek wordt gedaan. Veel ervan dreigen te verdwijnen door de toenemende specialisatie in de landbouw en de populariteit van buitenlandse gewassen. Toch zijn die gewassen, als ze gepromoot worden, veelbelovend voor de voedselvoorziening. Maar dan moeten voorlichters en onderzoekers ze eerst beter leren kennen."

Te wetenschappelijk

De Indonesische regering vroeg de Landbouwuniversiteit al in de jaren zeventig het oude plantkundig standaardwerk De nuttige planten van Nederlandsch Indie uit 1927 van Karel Heijne, te herzien. Het werk was niet alleen tekstueel en inhoudelijk achterhaald, er waren ook niet genoeg Indonesiers meer die het Nederlands konden lezen. Toen respons om financiele redenen uitbleef, liet de Indonesische regering uit armoede het boek van Heijne letterlijk te vertalen.

Echter, voor die vertaling in 1989 van de pers rolde, hadden de Wageningers toch financiers gevonden, waaronder het departement Ontwikkelingssamenwerking. Aanvankelijk was dat niet zo gecharmeerd van het project omdat het te wetenschappelijk zou zijn", herinnert Siemonsma zich. Maar uiteindelijk konden we het toch overtuigen van de behoefte aan een nieuw naslagwerk. Er verschijnen in die landen regelmatig nieuwe voorlichtingsboekjes over bepaalde gewassen. Die verwezen nog steeds naar Heijne. Nu zie je dat ze steeds meer naar Prosea verwijzen. Logisch. Wij nemen zestig jaar kennis mee en behandelen de planten veel uitvoeriger, inclusief internationale handel, teelt en vooruitzichten van de gewassen."

De toegankelijkheid van de naslagwerken voor gebruikers was binnen het project dikwijls een discussiepunt. Voor studenten en voorlichters zijn er nu delen in het Indonesisch, Filipino en Vietnamees vertaald, en er zijn goedkope Engelse pockets te verkrijgen. Daarnaast verzorgt een medewerker op het hoofdkantoor in Bogor cursussen voor opleiders van landbouwvoorlichters.

Verspreiding van de kennis naar boeren vinden we eigenlijk een randactiviteit als onze boeken maar op grote schaal worden verspreid", verklaart Siemonsma, terwijl hij een paar voor boeren gemaakte voorlichtingsboekjes over de suikerpalm en sagopalm laat zien. We hebben nu eenmaal een beperkt budget. Het is onmogelijk voor alle doelgroepen aparte vertalingen en aangepaste versies te maken. We denken dat anderen dit oppakken, zeker als je ziet hoe vaak recente voorlichtingsboekjes nog naar Heijne verwijzen." De EU, die ook een stuk van het project financiert, stelt echter verspreiding onder boeren als eis en daarom werd produktie van eenvoudig voorlichtingsmateriaal toch een onderdeel van het project.

Armeluisvoedsel

Kennis over de traditionele gewassen is een voorwaarde, maar geen garantie voor een grotere populariteit ervan. Siemonsma: Je kunt voorlichters niet dwingen gewassen te promoten." Traditionele knolgewassen zijn zeker niet per definitie minder rendabel dan moderne gewassen en zijn wel per definitie goed aangepast aan de lokale omstandigheden. Ze halen de potentiele opbrengst vaak niet, omdat aan de meeste nauwelijks of geen onderzoek is gedaan. Dat is anders voor de westerse hoog-produktieve rassen waarvoor bemesting en gewasbescherming goed zijn uitgezocht. Daarom zijn die bij boeren en voorlichters vaak populairder.

Traditionele knol- en wortelgewassen hebben bovendien een lage status bij lokale consumenten; ze zien het als armeluisvoedsel. Onze aardappel, die in Zuidoost-Azie oprukt, eten ze weer wel graag omdat hij uit het westen komt. Siemonsma: De aardappel groeide aanvankelijk alleen op grotere hoogte in de koudste gebieden. Maar nieuwe cultivars met hittetolerantie kruipen steeds verder omlaag naar de warme gebieden in het laagland en concurreren de lokale gewassen eruit. Gezien de mogelijkheden van lokale knolgewassen, gaat zo'n ontwikkeling toch tegen mijn gevoel in."

Een punt van zorg is het verlies van genetisch materiaal dat in de toekomst misschien hard nodig is. Voor knol- en wortelgewassen dreigt dit temeer daar de gewassen zich nauwelijks via zaden laten vermeerderen. Genenbanken moeten daarom levend materiaal bewaren en dat is niet aantrekkelijk. Daarbij heeft het opslaan van traditionele gewassen geen hoge prioriteit. Inmiddels probeert het IPGRI in Rome, de organisatie die wereldwijd de genenbanken coordineert, het bewaren van traditionele gewassen te stimuleren. Samen met meer kennis over al die gewasjes, gebundeld in de Prosea-boeken, kunnen de voedzame konjac, pijlwortel, Madagascar aardappelen en Chinese waterkastanje dan misschien toch nog behouden blijven.

Moderne ondernemer heeft aan lef alleen niet genoeg

Banen liggen voor de pas afgestudeerde ingenieur niet meer voor het oprapen. Daarom kan de start als ondernemer een uitkomst zijn, maar niet zonder opleiding of training. Om jonge ondernemers te stimuleren organiseerde de Rabobank voor de tweede maal een landelijke ondernemersplancompetitie. Wageningen deed voor het eerst mee en stuurde twee deelnemers naar de finale in Utrecht.


Het was tijdrovend, want er moest veel worden uitgezocht en veel worden getelefoneerd met bedrijven en ministeries. Juist de mensen die ze het hardst nodig hadden voor hun ondernemingsplan bleken nou net onbereikbaar. De laatste week voor de finale hebben we iedere avond tot half twee 's nachts doorgewerkt." P. Brandsma en zijn companen T. Kortekaas en ir C. de Veer wonen alle drie op de Bornsesteeg en zitten regelmatig samen in de kroeg. Een idee dat dan ontstaat werken we de volgende dag uit", aldus Brandsma, die het groepje omschrijft als jonge honden.

Zij wonnen de lokale ronde van de landelijke Rabobank Business Challenge 1996. De drie, twee economen en een zootechnicus, schreven een ondernemingsplan voor EuroRec, dat afgedankt bruingoed, in het bijzonder televisies, moet verwerken tot grondstoffen. Zij spelen in op aangescherpte wet- en regelgeving en de verwijderingsbijdrage die de overheid dit jaar invoert. Die maakt het lucratief om apparaten te demonteren en grondstoffen opnieuw te gebruiken.

Afvalsturing Haarlem bleek als kapitaalverschaffer en aandeelhouder voor het fictieve EuroRec te willen fungeren. Het initiatief werd daar dan ook als serieus industrieel project gepresenteerd. Het spelkarakter van de Challenge verleidde informanten, potentiele afnemers en toeleveranciers onvoldoende tot medewerking, zegt Brandsma.

EuroRec heeft tot nu toe 250 gulden gewonnen. Daarvan hebben we een borrel gedronken en een deel van de kosten gedekt." Omdat ze niet meer dan 300 gulden wilden uitgeven, hebben de drie ondernemers in de dop de gegevens van recycle-bedrijven niet voor 160 gulden gekocht bij de Kamer van Koophandel, maar opgezocht in Gouden Gidsen. Tijdrovend, dat wel.

Capaciteiten

De Wageningse nummer twee en winnaar van de orginaliteitsprijs gaat ook naar de finale in Utrecht, waar tienduizend gulden valt te winnen. A. Sikking en B. Kuijpers studeren respectievelijk Economie en Bodem en water, combineren zorg voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patienten met een biologisch gerunde boerderij, genaamd Ratjetoe, Zorg en produktie gaan hand in hand gaan."

De ondernemers van Ratjetoe ontdekten dat ze in vicieuze cirkels terecht dreigden te komen. De bank geeft geen geld als niet bekend is welke boerderij wordt gepacht en verbouwd en een eigenaar, bijvoorbeeld Natuurmonumenten, verpacht geen opstallen als niet duidelijk is of de financiering rond is", aldus Kuijpers. Het in kaart brengen van de subsidies bleek ook nogal lastig.

De Wageningse jury, drs P. Swinkels van de Wageningse Rabobank en ing E.A. Smits van de Kamer van Koophandel, gaf rapportcijfers. EuroRec won nipt met een punt verschil.

Zowel EuroRec als Ratjetoe beginnen vrijwel zonder eigen vermogen. Het kunnen aantrekken van vreemd vermogen, het verkopen van je ondernemingsplan, is een belangrijke kwaliteit voor ondernemers. Onlangs verscheen Het starten van een bedrijf, ervaringen van 2000 starters, een rapport van het Economisch instituut voor het Midden en Kleinbedrijf (EIM). Daarin staat hoe in 1994 gestarte ondernemers hun eigen kwaliteiten inschatten. Slechts een kwart voelt zich sterk genoeg op de terreinen aantrekken van vreemd vermogen, participatie in relevante netwerken en financieel-administratieve kennis. Terwijl op punten als risico's nemen, openstaan voor nieuwe ontwikkelingen en ondernemerscapaciteiten 65 tot bijna 80 procent zich sterk tot zeer sterk voelt.

Academie

Uit het rapport blijkt verder dat bijna dertig procent van de starters een hbo- of universitaire opleiding heeft en dat vier op tien starters een schriftelijk ondernemingsplan hebben. Een op de zes volgde een cursus. Uit het onderzoek, een langlopend project gefinancierd door het ministerie van Financien, blijkt dat na een jaar negentig procent van de bedrijven nog bestaat, maar de ervaring van de Kamer van Koophandel is dat na vijf jaar nog maar dertig procent van de nieuwe ondernemers actief is.

De Rabobank, die vindt dat werkgelegenheid in midden- en kleinbedrijf in belang toeneemt, is niet alleen sponsor van de Business Challenge, maar steunt ook de opleiding van ondernemers in spe via de Ondernemersacademie. In groepjes van veertien krijgen jonge starters training in mens, markt en geld. Het wegnemen van angsten, zelfanalyse, stellen van doelen, theorie en praktijk van marktverkenning, communicatieve vaardigheden, onderhandelen, verkooptechniek, adviesvaardigheid en het lezen van een balans en winst- en verliesrekeningen worden in 32 halve dagen - en een flinke portie huiswerk - bijgebracht. De ondernemer kan het nuttige met het leerzame verenigen door zijn ondernemingsplan te schrijven tijdens de cursus.

De Rabobank vergoedt driekwart van de tienduizend gulden cursuskosten, want zegt Raboman Swinkels: Starters moeten een stevig begin maken. Er haken er te veel af." Cursisten zijn overigens niet verplicht hun financiering bij de Rabobank onder te brengen.

Studiepunten

Wat betreft opleiding en toepassen van theoretische kennis zijn de jongens van EuroRec het meest tevreden. We hebben onze kennis gebundeld en vertaalt." Brandsma vindt het schrijven van een ondernemingsplan thuishoren in het curriculum. We hebben voornamelijk theoretische vakken over deze materie. Daar ga je niet gedetailleerd in op praktische zaken." Het schrijven van een ondernemingsplan doet veel meer dan gewone vakjes een beroep op de creativiteit van de deelnemers. Dit jaar kregen de teams die meededen studiepunten en waren er gelijk negen deelnemende teams uit Wageningen.

De ondernemers van Ratjetoe hadden moeite met het cijfermatige plaatje, zegt Sikking. We hebben wat uit onze duim moeten zuigen." Kuijpers complimenteert EuroRec: Die hadden het cijferwerk knap verzorgd. Wij hadden alleen bedrijfseconomische kennis van onze opleiding op de HAS." Een toekomst voor hun onderneming zien Kuijpers en Sikking niet direct. Ze houden Ratjetoe achter de hand voor als ze terugkomen uit de tropen.

De finaleplaats in de Business Challenge is ook voor de, serieus overkomende, jongens van EuroRec nog geen reden de onderneming daadwerkelijk op te zetten. Heroverwegen ze die beslissing? Brandsma voorzichtig: Als de mogelijkheid zich voordoet, ja. Dan beginnen we misschien."

Re:act