Science - February 15, 1996

Nederlandse steun voor tropenonderzoek is te versplinterd

Nederlandse steun voor tropenonderzoek is te versplinterd

Minister Pronk voor Ontwikkelingssamenwerking besteedt jaarlijks zo'n 125 miljoen gulden aan onderzoek. Een kleine veertig procent dient voor de opbouw van de benodigde capaciteit in ontwikkelingslanden, zoals het opleiden van personeel en het inrichten van bibliotheken. Deze opbouw geschiedt echter onsamenhangend in losse projecten en is te weinig afgestemd op specifieke behoeften van ontvangende landen. Dit concludeert de Raad van advies voor het wetenschappelijk onderzoek in het kader van ontwikkelingssamenwerking (Rawoo) in een onlangs verschenen rapport.

De Rawoo onderzocht onder meer 122 bilaterale projecten en programma's als het beurzenprogramma en het medefinancieringsprogramma hoger onderwijs van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. In het Nuffic-programma is de Landbouwuniversiteit sterk vertegenwoordigd.

Alles overziend mist de raad een uitgebalanceerde mix van maatregelen ten aanzien van individuen (opleiden van Ph.D.-studenten, zorgen voor goede beloning), instellingen (opbouw curricula bij universiteiten, stimuleren van netwerken tussen instituten) en de omgeving (versterken van nationaal onderzoeksbeleid).

In een eerste reactie meldt een Nuffic-medewerker dat een betere afstemming in de praktijk moeilijk is te realiseren, omdat elke projectuitvoerder zijn eigen doelstellingen heeft en omdat cultuurverschillen de samenwerking bemoeilijken. Zo varen Nederlandse universiteiten liever een eigen koers.

De Rawoo constateert dat instituten en universiteiten in de derde wereld kampen met een ernstige braindrain en onderbenutting van gekwalificeerd personeel. Zij zijn daarom meer gebaat met het onderhoud van bestaande onderzoekscapaciteit dan met de creatie van nieuwe.

Re:act