Science - February 16, 1997

Kandidaten topinstituut dienen nieuwe plannen in

Kandidaten topinstituut dienen nieuwe plannen in

Kandidaten topinstituut dienen nieuwe plannen in
Chemici en energieonderzoekers bundelen krachten
De zes genomineerden voor erkenning als technologisch topinstituut hebben begin januari nieuwe businessplannen ingediend bij het ministerie van Economische Zaken. Drie wijze mannen buigen zich nu over de definitieve selectie van de drie tot vijf instituten die straks een miljoenensubsidie van de overheid kunnen krijgen. Ook voor het initiatief voor een topinstituut voor voedselwetenschappen, met betrokkenheid van Wageningen, is het businessplan de deur uitgegaan
Voor twee initiatieven die in de voorselectie waren afgevallen, blijkt er leven na de dood te bestaan. Ze zijn nu voor een deel geincorporeerd in de plannen van twee genomineerde kandidaten. In beide gevallen hadden de beoordelaars van de initiatieven een dergelijke krachtenbundeling gesuggereerd
In de chemie zijn delen van het afgewezen Shell-initiatief voor een katalyse-instituut nu door DSM opgenomen in het plan voor een polymereninstituut. Daarmee is vooral de betrokkenheid van onderzoekers van de TU Delft en de UvA bij dit plan vergroot
Stork heeft in zijn businessplan voor onderzoek naar duurzame energie een sterk accent op aardgas en biogas gelegd, waarbij ook een afgewezen plan van de Gasunie voor een deel is meegenomen. De universitaire betrokkenheid is in dit geval minder prominent
De andere vier initiatieven waarvoor nu uitgewerkte plannen zijn ingediend, gaan over logistiek en transport; metaaltechnologie; telematica; en voedselwetenschappen. Bij de eerste twee plannen zijn, naast twee brancheorganisaties, vooral de drie technische universiteiten betrokken. Het derde plan is een Twents initiatief met een forse bijdrage uit Delft. Bij de voedselwetenschappen ligt het initiatief bij Unilever, en spelen de universiteiten van Wageningen en Nijmegen een actieve rol
Kanttekening
Het businessplan is geschreven door vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en ziet er daardoor wat anders uit dan stukken die de universiteit gewoon is de deur uit te doen. Beleidssecretaris dr F. Pepping van het onderzoekinstituut Vlag, dat bij het initiatief is betrokken: Op de universiteit zijn wij gewend om sterk de nadruk te leggen op inhoudelijke componenten van een onderzoeksprogramma. Dan leggen we op elke slak zout. Bij de industrie gaat het meer om de grote strategische lijnen; de gedetailleerde inhoudelijke invulling wordt beschouwd als iets voor later. Bovendien is de industrie veel meer gewend even de telefoon te pakken als iets onduidelijk blijkt.
De bij het initiatief betrokken hoogleraar Biochemie, dr C. Laane, vindt de samenwerking tot nu toe goed verlopen. Hij plaatst, zij het voorzichtig, een kanttekening: Zo'n technologisch topinstituut moet geen mini-Unilever-researchlab worden. Fundamenteel onderzoek met strategische componenten moet mogelijk zijn en blijven. Voor het echte, geheime, toepassingsgerichte onderzoek moeten de industrieen hun eigen laboratoria inrichten. Hij ziet met lede ogen aan dat sommige bedrijven hun activiteiten op het gebied van research and development terugbrengen. Dat is niet verstandig.
De nieuwe deeltijdhoogleraar Zuivel, prof. dr Wouters, tevens directeur van het instituut voor zuivelonderzoek Nizo in Ede, is nog steeds erg enthousiast over het technologisch topinstituut. Tot nu toe is de samenwerking prima. Bedenk dat de zuivel nog steeds de grootste financiele bijdrage aan het instituut levert. Natuurlijk is het belangrijk dat het om zogenaamd pre-competitief onderzoek gaat. Op een aantal terreinen zijn Unilever en de zuivelindustrie concurrenten, maar als het gaat om verbreding en verdieping van de fundamentele kennis, dan hebben ze gemeenschappelijke belangen. Uiteraard had hij er geen enkel bezwaar tegen gehad als het instituut in of bij het Nizo zou worden gehuisvest, maar in vestiging in Wageningen ziet hij geen onoverkomelijke problemen
Reputatie
In de universitaire wandelgangen valt de vrees te beluisteren dat Unilever met een eigen wetenschappelijke directeur wel een erg groot stempel op het initiatief drukt. Zowel Wouters als Laane ontkennen dat. In het businessplan wordt een interim-directeur genoemd, die als expliciete opdracht krijgt om een wetenschappelijk directeur te gaan zoeken. Het topinstituut gaat bovendien ook buiten de betrokken partners zoeken naar onderzoekers met een grote internationale reputatie. Pepping: Dat is wellicht een verschil met de andere initiatieven. Die zijn meer geschreven op reeds aanwezig expertise. Wij omschrijven welke expertise we in huis willen halen en als die er nog niet is, dan gaan we op zoek.
Een medewerker die de ontwikkelingen van enige afstand heeft gevolgd, meldt overigens dat elk stuk dat door de ene partij werd geschreven, door de andere partij werd geamendeerd. Jurist mr H.O. Gorter van de Landbouwuniversiteit beaamt dat: Dat was op dat moment natuurlijk volstrekt logisch. Je hebt te maken met partijen die gemeenschappelijke belangen hebben op deelterreinen, maar ook tegenover elkaar staan op andere terreinen. Dat speelde niet alleen tussen industriele partijen onderling, maar ook tussen industrie en kennisinstellingen. Er zijn tijdens het onderhandelingsproces een aantal deelvergaderingen geweest van verschillende partijen, maar daaraan, zo is volgens Gorter althans afgesproken, is met het vaststellen van het definitieve businessplan nu einde gekomen
Een van de discussiepunten was de manier waarop de zuivelindustrie en -cooperaties aan het technologisch topinstituut zouden gaan deelnemen: als afzonderlijke bedrijven, zoals Unilever en Gist Brocades, of als blok. Er is uiteindelijk gekozen voor een gemeenschappelijke noemer en daarmee is de zuivelindustrie de grootste participant in het technologisch topinstituut
Positie
Gorter nuanceert de kritiek dat de industrie voor een dubbeltje op de eerste rang komt te zitten. Het is waar dat Unilever met een bijdrage van, meen ik, een miljoen gulden per jaar een EZ-budget van tien miljoen stuurt. Maar dat moet Unilever wel samen met de andere partners op diezelfde eerste rang doen.
De zorg van de universiteit is volgens Gorter dat de industrie zijn oorspronkelijke derdegeldstroombijdragen niet meer naar universitaire onderzoekinstituten sluist, maar direct naar het topinstituut, dat een autonome positie inneemt. Aan de andere kant kijken binnen topinstituten anderen over de schouder mee, dus als een bedrijf iets specifieks wil laten onderzoeken zal het toch wel weer bij de universiteit terecht komen.
Al met al wil de universiteit een stevige bijdrage leveren aan het topinstituut. Dat in het businessplan het voormalige pand van Grondbewerking aan de Diedenweg, tegenover het Biotechnion, wordt genoemd als vestigingsplaats voor het management van het topinstituut stemt Gorter dan ook tot tevredenheid. Dan houden we toch de afstraling. Want de kans blijft aanwezig dat universitaire toponderzoekers zich straks zullen voegen in de gelederen van het technologisch topinstituut en hun creatieve impulsen niet langer richten op de onderzoekinstituten
De bal ligt nu weer bij de minister van Economische Zaken, die een keuze moet maken uit de zes ingediende voorstellen

Re:act