Science - October 29, 1998

Ik ben als enige historica met boerinnengeschiedenis bezig

Ik ben als enige historica met boerinnengeschiedenis bezig

Ik ben als enige historica met boerinnengeschiedenis bezig
Margreet van der Burg, Agrarische geschiedenis
Twee dingen vielen me op toen ik voor het eerst bij Huishoudstudies in Wageningen kwam: de enorme collectie historisch materiaal in de bieb, en dat je er tussen de middag een warme hap kon krijgen, want toen was koken daar nog een praktijkles, vertelt Margreet van der Burg. Tegenwoordig kun je een snack krijgen, maar geen fatsoenlijke warme maaltijd zoals op de grote universiteiten. Ik was toen nog student in Nijmegen, waar ik geschiedenis studeerde, en ik zocht materiaal voor mijn scriptie over plattelandsvrouwen.
In 1986 kwam ik erachter dat in Wageningen een groep Boerinnenstudies was, die bestond uit medewerkers, zoals Ans Hobbelink en Saskia Zwart, en bijna afgestudeerden. Het viel me op dat hier nog niets met boerinnengeschiedenis was gedaan. Dit is mijn plek!, dacht ik. En nog steeds ben ik de enige historica die met de geschiedenis van plattelandsvrouwen bezig is.
Van der Burg was in 1997 de initiatiefnemer voor het instellen van de Storm-van der Chijs-stipendia ten behoeve van vrouwelijke promovendi. Ook werkte ze mee aan de fototentoonstelling over vrouwen in de landbouw, In schort en overall, die onlangs in De Wereld was te zien
Er was nog nauwelijks iets gedaan op het gebied van de geschiedenis van plattelandsvrouwen; alles moest nog in kaart worden gebracht. Je moest zelf overal achteraan om het veld zichtbaar te maken. Studiedagen, congressen, lezingen, gastbezoeken. Alles zelf organiseren; niemand doet het voor je, hoor!
Al in haar studententijd ontdekte ze, na een verblijf van enkele maanden in Kenia, dat er aan de Nederlandse cultuur nog heel wat schort. Ik ben in een katholieke omgeving opgegroeid met het idee dat alle kinderen in Afrika dikke buikjes hebben en dat de mannen wild zijn en alleen geven om dansen en seks. En wij maar flessendoppen sparen.
In het derdewereldcentrum in Nijmegen gaven ze goeie cursussen. Ik besloot zelf te gaan kijken. Wat me is bijgebleven is vooral hoe wij westerlingen tijdens de koloniale overheersing dingen die voor ons vanzelfsprekend waren, zomaar over die mensen heen legden, zonder ons te bekommeren om hun eigen cultuur. De boeren waren daar vrouwen, maar de mannen kregen landbouwonderwijs!
Vanzelfsprekendheden worden altijd geformuleerd vanuit je eigen cultuur. Mannen kijken naar vrouwen als: het zijn geen mannen. En daardoor ontstaan stereotypen, zoals: alle zwarten in alle derdewereldlanden zijn hetzelfde, of: alle plattelanders zijn hetzelfde. Verschillen en ontwikkelingen blijven onzichtbaar en als je dus zo beleid maakt, sla je de plank mis. Want daardoor is de kans groot dat je, misschien onbedoeld, een bepaalde groep gaat bevoordelen. De groep die de norm is, bestaat in het westen nog steeds uit de mannelijke, blanke, heteroseksuele, stadse, getrouwde veertiger uit de middenklasse en uit een eerstewereldland! Daardoor vallen veel groepen uit de boot.
Ze lacht en voegt er snel aan toe: Dit is vrij kort door de bocht, maar toch kom ik er nog te veel voorbeelden van tegen. Ze geef een voorbeeld over taalgebruik in interviews. In het boekje over de tentoonstelling In schort en overall, dat onlangs uit kwam, laat ik de mensen in hun eigen taalgebruik aan het woord. Als historica vind ik dat mensen zich in hun eigen dialect moeten kunnen uiten. Daar moet je met je handen van afblijven. Schrijf het anders maar helemaal in je eigen woorden. Daar waren verschillende meningen over, maar daar ben ik heel stellig in. Anders ga je ze je eigen taalnorm opleggen.
Van der Burg fietst elke dag heen en weer van haar woonplaats Valburg naar Wageningen - een kilometer of vijftien. Ik heb geen rijbewijs. Het is een mooie tocht door de Betuwe, maar als het regent baal ik wel.
Ze woont in een verbouwd boerderijtje aan de rand van het dorp, met haar veertien schapen, temidden van uitgestrekte vergezichten, fruitbomen en steeds wisselende luchten. Ik kan de regenboog in zijn geheel zien, zo'n ruimte, zegt ze, met ontzag voor het fenomeen. Alleen het geluid, dat is minder idyllisch. Vanwege de snelwegen die er langs lopen. Ik vrees de komst van de Betuwelijn.
De schapen beheren ons land, door het te begrazen. En we krijgen er ecologisch vlees van. We eten er ook wel eens een op, ja. Een professionele slachterij zorgt voor de slacht. We krijgen het schaap in stukken terug en die gaan in de diepvries. Ik zorg er voor dat ik, door het vlees zorgvuldig te sorteren en te behandelen, respect betuig aan het schaap dat het eens was. Het is het verschil tussen eten en schrokken; graaien en iets pakken. Er de tijd voor nemen. Ze kijkt ernstig
Vrolijker: Eerst deed ik politieke dingen in het dorp. Tegenwoordig speel ik klarinet in de Valburgse Harmonie; mijn huisgenoot speelt tuba. Het is ontzettend leuk. Veel jongeren, en een vrouwelijke dirigent uit Zweden! Bijzonder, he? Dit jaar bestond onze harmonie 25 jaar. Ik ben er pas bij gegaan toen werd besloten dat we niet in uniform hoeven, niet gaan marcheren en een vrouwelijke dirigent mochten hebben. Want dat ligt wel wat gevoelig. Kortom, we proberen in Valburg te breken met de gewone harmonietraditie. Dat is aardig gelukt!

Re:act