Science - July 6, 1995

Als een van de weinige socialisten was hij acceptabel voor landbouwers

Als een van de weinige socialisten was hij acceptabel voor landbouwers

Bij de dood van Sicco Mansholt

De energieke, radicale doordouwer Sicco Mansholt is niet meer. In 1987 waste hij ene Oskam uit Wageningen nog de oren in het discussieblad Spil, over het nut van de modeltechniek. Oskam, inmiddels hoogleraar Landbouwpolitiek, schetst de betekenis van Mansholt voor landbouw, milieu en Wageningen.


Het overlijden van Sicco Mansholt op donderdag 29 juni 1995 heeft veel losgemaakt in binnen- en buitenland. Mansholt heeft voortdurend een forse - en geheel eigen - bijdrage geleverd, of het nu ging over sociale rechtvaardigheid, het verzet in de Tweede Wereldoorlog, de Indonesie-kwestie en de daaraan voorafgaande koloniale periode, de wederopbouw in Nederland, de vorming van de Europese Gemeenschappen, de creatie van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EEG, of de bewustwording aangaande de milieuproblematiek.

En dat met een intensiteit die hem geheel eigen was. Na de zorgvuldige bestudering van de problematiek ging het hem om de grote lijnen. Daarin was hij creatief, hard voor (potentiele) tegenstanders en vasthoudend aan eigen ideeen. Eigenschappen die hem in zijn omgeving zeker niet gemakkelijk maakten.

Maar dat was beslist ook niet zijn idee van een goed politicus; die moest zich bezighouden met de keuzen op hoofdzaken en dan ten volle achter maatschappelijke veranderingen gaan staan. Opmerkelijk genoeg was hij toch ook bereid om, op grond van nieuwe inzichten, zijn mening fors bij te stellen.

Geboren in het begin van deze eeuw op de Groninger klei bij Zoutkamp, met een vader die intensief contact onderhield met Pieter Jelle Troelstra en een moeder die zich actief inzette voor het vrouwenkiesrecht, komt hij uit een politiek nest. De familie Mansholt stond onder collega Groninger boeren bekend als de rooien. Hij bezocht de koloniale landbouwschool in Deventer (en dus niet de Landbouwhogeschool) en werkte in de moeilijke jaren dertig enkele jaren als employe op een theefabriek in Java. Het koloniale systeem beviel hem echter niet zo en daarom gaf hij de voorkeur aan een pachtboerderij in de Wieringermeer.

Stempel

In de oorlog heeft hij zich onder zware bedreiging ingezet voor de illegale voedselvoorziening van grote steden in het westen van Nederland. De voedselvoorziening onder moeilijke omstandigheden was hem aan den lijve bekend.

Na de oorlog was Sicco Mansholt van 1945 tot 1958 in zes achtereenvolgende kabinetten minister van Landbouw. De wederopbouw vroeg om een krachtige minister en wie een aantal aspecten van die periode nog eens wil nalezen, kan veel terugvinden in het proefschrift van Adri van der Brink. Het was de tijd waarin Horring de landbouweconomie voor z'n rekening nam, Hofstee de sociale kant, Thurlings de meer afstandelijke bestuurlijk/adviserende kant - om maar enkele van de in Wageningen bekende adviseurs te noemen. Uiteraard zat Mansholt in het centrum van het geheel en drukte hij zijn stempel op de Nederlandse landbouwpolitiek. Als een van de weinige echte socialisten was hij acceptabel voor landbouwers, al beschuldigden veehouders hem vaak van een voorkeurspositie voor de akkerbouw.

Het landbouwkundig onderzoek heeft hij fors gestimuleerd. De naam Mansholtlaan die onder de Wageningers bekend stond als het miljoenenlaantje vanwege de vele kostbare onderzoekinstituten die daaraan grensden, en een eredoctoraat van de Landbouwhogeschool in 1956 waren de illustraties van de wijze waarop Wageningen naar hem keek.

Zowel bij het verdrag van Rome als de conferentie van Stresa heeft Mansholt een belangrijke inbreng gehad. In 1958 trad hij toe tot de Europese Commissie als landbouwcommissaris en vice-voorzitter. Dit duurde tot 1972. De laatste maanden volgde hij Malfatti op als voorzitter van de Europese Commissie: een feit dat veelvuldig werd opgerakeld toen het voorzitterschap van Lubbers in het geding was.

Inspirator

Zijn inzet bij het tot stand brengen van de Europese samenwerking was fenomenaal. Met mensen als Jean Monnet, Robert Schuman, Paul Henri Spaak, Konrad Adenauer en Wim Beyen heeft hij de lijnen uitgezet voor de Europese integratie. Hij was de grote inspirator van het EEG-landbouwbeleid. Samen met zijn rechterhand Heringa, heeft hij de vaak moeizame onderhandelingen tot een goed einde weten te brengen. Soms moesten ze daarvoor vele dagen en nachten onderhandelen en ook de klok stilzetten. In het boek van De Hoogh en Silvis over de EU-landbouwpolitiek valt dit nog na te lezen, opgetekend door zijn rechterhand. Natuurlijk, er was en is kritiek op het EEG-landbouwbeleid. Mansholt moest dit zelf ook toegeven. Maar de Europese integratie vereist een integratie van de landbouwmarkt. Dat was zo, dat is zo en dat blijkt ook weer zo te zijn bij de toetreding van nieuwe lidstaten. Ook op dat terrein had Mansholt een voortrekkersrol. Hij sprong samen met Gert van Dijk en Ke
es Veerman op de kar die Jan de Veer aan het rollen had gezet, om de Europese landbouwpolitiek te bevrijden van zijn dwingende keurslijf van relatief hoge prijzen om de Europese landbouwers te beschermen. Deze groep stelde zich nog wat radicaler op dan de Europese commissaris Ray MacSharry in het naar hem genoemde plan. Een open markt met vrije import en export zou in de ogen van Mansholt sterk kunnen bijdragen tot de integratie van Oosteuropese landen in de Europese Unie. Een reden om zijn visie bij te stellen.

Als visionair kan men Mansholt zeker karakteriseren. Tegen de gangbare opvattingen in de PvdA in, was hij sterk voor het verlenen van onafhankelijkheid aan Indonesie en tegen de opvattingen van Drees en velen in de PvdA was hij een groot voorstander van Europese samenwerking en integratie.

Club van Rome

In 1970 was hij diep onder de indruk van het rapport van de Club van Rome, van Dennis Meadows. Eerder dan vele anderen en zeker dan velen in de bestuurlijke wereld daagde het hem dat de ontwikkeling niet duurzaam was. Het fraaie bouwwerk dat was opgebouwd, eerst in Nederland en daarna in Europees verband, leek plotseling op drijfzand te staan. Zijn linkse collega's konden hem destijds maar moeilijk volgen.

Anderzijds geloofde Mansholt in de jaren zeventig nog in een centraal gestuurde samenleving. In zijn autobiografische boek De crisis probeert hij mensen warm te krijgen voor een modern socialistisch systeem. Later heeft hij stap voor stap een aantal van die ideeen verlaten.

De naam Mansholt stond voor lef. Hij schuwde de discussie niet; daarom was hij misschien ook zo populair bij het discussieblad Spil. Wie het met hem aan de stok had, was verzekerd van een geducht tegenstander. In september 1994 was hij nog in staat om, bij het door studenten georganiseerde debat tussen oud-ministers van landbouw, het zijn collega's uiterst moeilijk te maken.

In Wageningen is zijn naam verbonden aan de Mansholtlaan en het Mansholt Instituut. De gedrevenheid van Sicco Mansholt voor landbouw en milieu, maar wel vanuit een internationale optiek, blijven daarbij in herinnering. Hoewel hij zich graag overal mee bemoeide, was hij niet te beroerd om inspannend handwerk te verrichten, het eenvoudig rekenwerk ter hand te nemen of de personal computer te gaan gebruiken. Een paar jaar terug nam hij het aquarelleren van landschappen ter hand: zijn grote werkkracht maakte het in stilte genieten vrijwel onmogelijk. En iets nieuws daagde hem altijd uit.

Bij de oprichting van het Mansholt Instituut op 28 juni 1994 hield hij een vurig pleidooi voor het in economische termen waarderen van natuur en milieu: dat zou het voor politici mogelijk maken om tot werkelijke keuzen te komen! Hij zag het als een van de uitdagingen voor het Mansholt Instituut; een instituut waaraan hij zijn naam graag verbonden zag.

Prof. dr ir A.J. Oskam is hoogleraar Landbouwpolitiek aan de LUW.

Re:act