Wetenschap

Bovengronds mest uitrijden wel of juist niet beter voor milieu?

tekst: Redactie Bovengronds mest uitrijden wel of juist niet beter voor milieu?

Bovengronds mest uitrijden wel of juist niet beter voor milieu? Sociologen en dieronderzoekers betwisten elkaars conclusies Er tekent zich een kloof af tussen onderzoekers van het Praktijkonderzoek Veehouderij (PV) aan de ene kant en onderzoekers van leerstoelgroep Rurale sociologie aan de andere kant. Het PV heeft in overleg met de sociologen een bemestingsproef op grasland uitgevoerd bij twee Friese melkveehouders. Volgens de sociologen blijkt daaruit dat bovengronds uitrijden, binnen een aangepast bedrijfsysteem, beter voor het milieu is dan injecteren. De onderzoekers van het PV concluderen juist dat injecteren van de mest beter is voor het milieu. Er woedt al langer een discussie tussen onderzoekers van het Praktijkonderzoek Veehouderij en onderzoekers van de leerstoelgroep Rurale sociologie. Inzet is de manier van boeren. Is de werkwijze van de melkveehouders van de milieucoöperaties Vel en Vanla aantoonbaar beter voor het milieu dan die van gangbare boeren? Dit is een lastige vraag omdat er zoveel aspecten in de bedrijfsvoering meespelen. Daarom is het PV begonnen met de vraag of de benutting van stikstof bij de toediening van mest verbetert bij de Vel-Vanla-boeren. Om daar achter te komen zette het PV in 1999 een graslandproef op bij twee melkveehouders, een gangbare en een VEL- Vanla-boer (zie kader). De resultaten van de proef verhevigen echter de discussie tussen de onderzoekers. Beide groepen baseren hun conclusies op dezelfde resultaten, die zij ieder op een andere manier hebben bewerkt. Uitkomst van de discussie is allesbepalend voor de melkveehouders zelf. De Vel-Vanla-boeren zijn er zelf van overtuigd dat met hun manier van werken de stikstofuitstoot drastisch daalt en zelfs zo laag is dat bovengronds uitrijden minstens even weinig uitstoot van ammoniak geeft als het wettelijk verplichte injecteren. Een deel van deze boeren heeft een vrijstelling voor het injecteren, maar die loopt een keer af, als er geen bewijzen voor de stelling van de boeren komt. De huidige graslandproef geeft die bewijzen, gezien de commotie tussen de onderzoekers, niet. Een intern rapport van het PV riep veel weerstand op bij de sociologen, maar die wilden er nog niet mee naar buiten treden. Inmiddels zijn de verschillende inzichten gepubliceerd in een blad van de milieucoöperaties zelf. Binnenkort verschijnen van beide groepen onderzoekers een wetenschappelijk artikel in Netherlands Journal of Agricultural Science. [kader1] [kop] Opzet van de graslandproef De opzet van de proef is simpel maar wel omvangrijk. Eerst is gekozen voor een melkveehouder, Taeke Hoeksma, waarvan de onderzoekers zeiden, die werkt precies volgens de methode van Vel en Vanla en dat al jaren lang. (zie kader ‘Werkwijze van Vel en Vanla’). Hoeksma is een van de grondleggers van deze manier van boeren. Hij geeft zijn koeien een structuurrijk en eiwitarm rantsoen, produceert structuurrijke mest, strooit bijna geen kunstmest en rijdt zijn mest, met ontheffing, bovengronds uit. Bovendien voegt hij toevoegmiddelen toe aan de mest om de werking van de mest nog verder te bevorderen. Daar tegenover plaatsten de onderzoekers een boer, Sikke Sikkema, die juist volgens de gangbare methode werkt: Hij werkt zonder aangepast rantsoen en brengt zijn mest met een zodebemester in de grond. Mest van beide bedrijven werd bij beide boeren uitgereden, zowel bovengronds als geïnjecteerd, met wel of geen toevoegmiddelen aan de mest en bij een hoge en met een lage kunstmeststikstofgift. Daarnaast was er bij ieder bedrijf een veld waar geen enkele behandeling op werd uitgevoerd, het zogenoemde nulveld en een waar alleen kunstmest werd uitgereden. Zo ontstaan 12 verschillende behandelingen per boer die in herhaling werden uitgevoerd. Deze behandelingen zijn inmiddels vier jaar lang uitgevoerd. Het gras van alle veldjes is ieder jaar een aantal malen gemaaid en bemonsterd. [einde kader1] [kader 2] [kop]Werkwijze van Vel en Vanla [tekst]De beide agrarische milieucoöperaties Vel en Vanla zijn al jaren bezig met een 'andere' manier van boeren. Ze gaan sterk uit van de kringloopgedachte op het bedrijf. De koeien krijgen minder eiwitrijk en meer structuurrijk gevoerd dan gangbare boeren. De gedachte is dat daardoor een mest ontstaat die structuurrijker is, een koolstof/stikstof verhouding heeft die hoger is dan gangbaar en minder minerale maar relatief meer organisch gebonden stikstof bevat. Deze mest 'voedt' als het ware de bodem, er ontstaat ander gras dat ook nog eens later dan normaal gemaaid wordt. Daardoor bevat het meer structuur en minder eiwit, een goede basis voor het rantsoen van de koe en de cirkel is rond. De boeren en met hen de onderzoekers van onder andere Rurale sociologie denken dat deze manier van boeren tot veel minder stikstofverliezen leidt dan in de gangbare landbouw. Daarom vinden ze het gerechtvaardigd dat deze boeren zelf bepalen hoe ze hun mest uitrijden. Die doen dat liever bovengronds omdat ze dan vaker kleine beetjes tegelijk uit kunnen rijden en het bodemleven - uitermate belangrijk in de filosofie - niet verstoren. [einde kader 2] Mestinjectie beter De onderzoekers van het PV, dr René Schils en ir Ivonne Kok, concluderen op basis van de cijfers dat de planten de stikstof 18 procent beter benutten bij mestinjectie dan bij bovengronds uitrijden. Verder maakte het niet uit of de mest van Sikkema of van Hoeksma gebruikt werd. Bij beide is de stikstofbenutting ongeveer even groot, de ene keer is de ene mest beter, de andere keer de andere. De onderzoekers zien ook nog geen effect van de manier van toedienen van de mest in het organische stofgehalte van de bodem en stikstofgehalte. Maar, vinden de onderzoekers, dat kan ook niet omdat de proef daarvoor niet lang genoeg duurt. De onderzoekers van Rurale Sociologie, prof Jan Douwe van der Ploeg en ir Frank Verhoeven, zijn het niet eens met de conclusies van het PV. Volgens Van der Ploeg en Verhoeven is de methode van Hoeksma, die overeenstemt met de theorie over een milieuvriendelijke manier van boeren, beter voor grasopbrengst en milieu. Over en weer is er kritiek op de manier van analyseren. De sociologen vinden dat de onderzoekers van het PV te veel naar gemiddelden hebben gekeken. Je kan niet alle veldjes waar is geïnjecteerd bij elkaar op tellen en middelen en die vergelijken met de veldjes waar bovengronds is uitgereden, vinden Van der Ploeg en Verhoeven. Daarmee gaan de PV-ers voorbij aan de mogelijkheid dat als een boer zijn eigen mest uitrijdt op zijn eigen grond bovengronds uitrijden een ander effect kan hebben dan als dit gebeurt op andere grond met andere mest. De sociologen vinden dan ook dat er eigenlijk alleen conclusies te trekken zijn uit de veldjes die het meest overeenkomen met de werkwijze van beide boeren. Dat zijn er op ieder bedrijf twee. Dan blijkt de opbrengst aan drogestof op het bedrijf van Hoeksma hoger te zijn dan op dat van Sikkema, de gangbare boer. Ook de stikstofefficiëntie, het aantal kilogram stikstof die nodig is om een kilogram drogestof te produceren, is bij Hoeksma hoger Dat betekent dat er minder stikstof verloren gaat bij bovengronds uitrijden van de mest van Hoeksma op zijn eigen grond dan bij injecteren van de mest van Sikkema op grond van Sikkema. De sociologen hebben ter illustratie een tabel samengesteld en gepubliceerd in het tijdschrift van Vel en Vanla. Wie in deze tabel alleen kijkt naar de kolomgemiddelden concludeert dat het niet uit maakt of een veehouder zodebemest of bovengronds uitrijdt. De stikstofefficiëntie is even groot. Dat is wat het PV doet, beweren de sociologen. Bij vergelijking op de bedrijven zelf krijg je een andere conclusie. Bij Hoeksma is bovengronds aanwenden beter en bij Sikkema zodebemesten. Selectief winkelen Schils en Kok zijn het hier niet mee eens, omdat zij naar alle veldjes hebben gekeken en niet alleen naar de vier die de sociologen eruit hebben gehaald. Tabel Gemiddelden leiden tot een andere conclusie over de stikstofefficiëntie dan vergelijking van veldjes | |Zodebemesten |Bovengrondse |Rijgemiddelde | | | |aanwending | | |Hoeksma's |18,6 |19,6 |19,1 | |bedrijfssysteem | | | | |(Vel en | | | | |Vanla-aanpak) | | | | |Sikkema's |13,8 |13,4 |13,6 | |bedrijfssysteem | | | | |(gangbare | | | | |aanpak) | | | | |Kolomgemiddelde |16,2 |16,5 | | | | | | | [bijschrift] De cijfers geven de stikstofefficiëntie weer. Schils en Kok vinden deze manier van omgaan met de cijfers niet juist. ,,Zij winkelen wel erg selectief in de cijfers'', vindt Schils. ,,Wat mij betreft is het een locatie-effect. Als je wilt laten zien dat de manier van werken van Hoeksma beter is dan van Sikkema dan heb je een heleboel Sikkema's en Hoeksma's nodig. Dat kan niet met deze proef.'' Ook vinden ze de kritiek van de sociologen dat zij alleen naar de hoofdeffecten hebben gekeken onterecht. Schils: ,,We hebben naar hoofdeffecten gekeken én naar alle mogelijke interacties. Conventioneel De beide groepen onderzoekers hebben hun bevindingen verwoord voor een wetenschappelijk tijdschrift. Hierin draait het vooral om de statistiek. Drs Albert Otten, van de leerstoelgroep Wiskundige en statistische methoden, heeft beide artikelen, op verzoek van Wb, bestudeerd. Otten noemt de manier waarop Kok en Schils te werk zijn gegaan ‘tamelijk conventioneel, zoals ik dat ook zou doen’. Wel vindt hij het niet netjes dat nergens de naam van de proef, een split-plot, opgeschreven staat. Verder wijst hij erop dat deze proef heel veel gegevens oplevert over de twee boeren. ,,Je leert dus heel veel van hen maar je kan geen algemene uitspraken doen.'' Hij heeft echter forse kritiek op de aanpak van de sociologen. ,,Op die paar veldjes kan je geen statistische analyse loslaten. Dat rammelt aan alle kanten. Het zijn herhaalde waarnemingen aan dezelfde plot. Er is bijvoorbeeld maar een maal geloot, van dat ene veldje weet je alles, maar het gaat om de variabiliteit tussen de veldjes.'' Otten heeft ook kritiek op de onderbouwing die Van der Ploeg en Verhoeven geven. Zij voeren een extra variabele in, change genaamd. Deze variabele is nul als de behandeling volledig volgens de Hoeksma-methode gebeurt. Zodra hier één afwijking van is, bijvoorbeeld door Hoeksma's mest te injecteren, dan krijgt de variabele een 1. Verandert er nog iets in de uitgangssituatie, bijvoorbeeld door een toevoegmiddel aan de mest toe te voegen, dan wordt de variabele 2. Variabele 4 is dan gelijk aan de methode van de andere boer, Sikkema. In de grafiek waarbij de variabele uitgezet wordt tegen de drogestofproductie neemt de productie steeds verder af naarmate de variabele toeneemt. Otten: ,,Zo'n variabele mag je bij deze proef nooit doen. Ze gaan er vanuit dat alle maatregelen een even groot effect hebben. Ze gooien alles op een hoop met de boerderij als factor. Dat is een versimpeling waardoor je dingen ontgaan. Het kan best zijn dat de ene wijziging gunstig is en de andere niet.'' Van der Ploeg verwijst voor zijn aanpak naar statisticus Piet Verschuren, werkzaam bij leerstoelgroep Milieubeleid. Die zegt in een eerste commentaar: ,,Selectief winkelen mag best, zolang je maar weet dat een andere selectie niet een heel ander resultaat geeft.'' Meer wil hij er niet over zeggen, tijd om beide artikelen te lezen wil hij er niet voor nemen. De wetenschappelijke artikelen verschijnen binnenkort. Prof. Lijbert Brussaard, hoogleraar Bodembiologie en biologische bodemkwaliteit en medeverantwoordelijk voor de uitgave van NJAS, geeft Van der Ploeg en Verhoeven het 'voordeel van de twijfel'. Hij baseert zich daarbij op een onafhankelijk statisticus, net als Otten van de leerstoelgroep Wiskundige en statistische methoden. ,,We plaatsen beide artikelen en wijden er dan een redactioneel commentaar aan.'' Leonore Noorduyn Fotobijschrift: Bovengronds mest uitrijden mogen veehouders alleen met een ontheffing omdat dit het milieu te veel zou belasten. Boeren van de milieucoöperaties Vel- Vanla willen echter geen mest injecteren omdat dit het bodemleven te veel zou verstoren | Foto Guy Ackermans

Re:acties (4)

19:54u 2 May 2012 - door chris zeevenhooven

het verbaast mij niets dat er opnieuw niks uitkomt. LNV of hoe het nu heet wil absoluut niet dat er bovengronds uitgereden wordt in verband met de afspraken met Brussel. er is alles aangedaan om alternatieven de grond in te boren. Vanaf 2003 zijn er prima voorstellen voor goed vergelijkend onderzoek aangedragen, maar dat is gesaboteerd.
een ding is nu wel zeker, weidevogels zijn zo goed als verdwenen met alle injecteermethoden, waarmee nesten dwars doormidden gesneden worden en het voedsel in de bovenlaag verdwijnt. het grote punt is dat er een onderscheid moet komen in grondgebonden landbouw en industriele/intensieve landbouw, maar dat wil Den Haag ook niet.

10:11u 3 May 2012 - door Meindert Nieuweboer

Er is voordat de Algemene Maatregel van Bestuur om mest emissiearm aan te wenden van kracht werd geen onderzoek gedaan naar de gevolgen van het injecteren in de bodem.Geen M.E.R. onderzoek geen onderzoek door de Technische commissie bodem bescherming,geen enkele vraag van een kamerlid naar de gevolgen voor de bodem.
Uiteindelijk in 2003 heeft minister Veerman in de commissie vergadering van LNV een onderzoek naar de gevolgen voor de bodem aangekondigd .Dat onderzoek werd door de ambteneren van LNV niet relevant gevonden en is nooit uitegevoerd.Practijkonderzoek naar het zuurstof gehalte van de bodem geeft cijfers van _200 en +300 aan, in het beschreven onderezoek wordt helemaal niet over zuurstof gesproken onbegrijpelijk omdat ammoniak oxideert in de bodem en deze daardoor zuurstofloos wordt met alle nare gevolgen van dien voor het bodemleven,de gezondheid van dieren en mensen.

15:12u 3 May 2012 - door Cees Waaijer

Kijk voor meer informatie op de site http://www.natuurlijkvoedsel.nl .Hierop wordt duidelijk aangegeven dat het middel erger is dan de kwaal. Het bobemleven ernstig beschadigen om de vermeende schade van ammoniak te bestrijden zonder eerst gevolgen te onderzoeken,beschamend!!

15:49u 3 May 2012 - door Rob Goossens

@chris-meindert-cees
Ter info: het artikel waarop jullie reageren werd gepubliceerd in 2003.

Reageer