Wetenschap - 3 november 2011

Navelstaren is de dood in de pot

Een radicale verandering is nodig op zijn tijd. Om de geest creatief te houden. Dat vindt Cees van Woerkum die zelf de weg aflegde van overtuigd trotskist tot gelauwerd hoogleraar Communicatiestrategieën. 'Als ik lang met iets bezig ben, kom ik vast te zitten.'

1-Cees-van-Woerkum-%C2%A9Manon-B.jpg
1-Cees-van-Woerkum-%C2%A9Manon-B.jpg

Foto: Manon Bruininga

Zestien was Cees van Woerkum toen hij van de hbs kwam. Nee, niks geen hoogvlieger, zegt hij zelf. Tel maar na, een vijfjarige opleiding en gunstig jarig. Verder hakken-over-de-sloot-werk. 'Er was eigenlijk maar één vak waar ik goed in was, dat was opstellen schrijven.'
Met 16 jaar mocht hij niet naar de sociale academie, te jong, daarvoor moest je 18 zijn. 'Een oom suggereerde dat ik dan maar sociologie in Nijmegen moest gaan doen. Dat pakte me gelijk. Wat voor mechanismes zorgen ervoor, dat mensen de handen ineen slaan zonder elkaar naar het leven te staan. Aan de andere kant ben ik ook altijd een jongen van de hbs-b gebleven, met gevoel voor wat de bèta bezielt.'
'Ik was blij dat ik weg was uit Eersel, een prachtig dorp, maar wat verstikkend. Mijn vader werkte in een sigarenfabriek, waar hij uiteindelijk opklom tot  personeelschef;  mijn moeder was van boerenkomaf. Ik kwam graag op de boerderij. Koeien melken, maaien met de zeis, schoven opbinden ik heb het allemaal gedaan. Later is me dat te pas gekomen. Anne van den Ban, bij wie ik solliciteerde, vond  dat een pre. Ik was afgestudeerd op een onderzoek naar hoe vrouwen elkaar beïnvloeden bij het overnemen van modetrends. Dat sloot aan bij het werk van Van den Ban; de diffusie van innovaties. In 1971 ben ik in Wageningen  begonnen. Dat was inderdaad een flinke overgang. In het roerige Nijmegen hingen de prikborden vol met pamfletten en oproepen voor acties. In Wageningen hing er één briefje, van een student die zijn collegedictaat bijenteelt kwijt was.'
Trotskist en traverso
In Nijmegen was Cees van Woerkum twee jaar lid van een studentenvereniging; liep zelfs in driedelig. Een volledige beurs vulde hij aan met het schrijven van verslagen voor medestudenten, voor een tientje. Tot de revolutie toesloeg. 'Ik was marxistisch georiënteerd, trotskistisch en paste dat toe op culturele zaken. Ik was niet zo van de barricaden, liep niet voorop. Ik ging schrijven over het revolutionaire of juist het onderdrukkende karakter van muziek. Dat zit er bij nog altijd in, ik ben buitengewoon wantrouwend tegenover commerciële muziek. Soms best leuk hoor, maar als het gevoel overheerst: dit is marketing, effectbejag waardoor mensen meer cd's gaan kopen, dan haak ik af. Met commerciële muziek worden mensen in een bepaald spoor gehouden, dat verlamt de creativiteit. Net zoals mensen soms de tv gebruiken om problemen te onderdrukken. Prikkels van buitenaf overschaduwen hun eigen beleving. Terwijl ze eigenlijk in opstand zouden moeten komen tegen hun werk of hun relatie, dromen ze weg voor de tv.'
Zelf kijkt Van Woerkum niet veel. 'Wel volg ik het voetbal. Ik ben daar zelf rond mijn 35ste mee gestopt. De reflexen en de techniek waren er nog wel, maar niet meer de inhoud. Maar wie weet, met wat meer tijd. In de buurt is een trapveldje en mijn voetbalschoenen heb ik nog bewaard.' Zijn andere jeugdliefde, de muziek, is hij altijd actief blijven beoefenen. Elke dag probeert hij een uur traverso te spelen, een ouder type dwarsfluit. 'Na mijn afscheid ga ik dáár zeker meer aandacht aan besteden. Verder wil ik schrijven, een boek, columns. Ik weet het nog niet precies. Misschien wel gedichten.'
Oratie en creatie
Wat zeker blijft, zijn de stoere fietstochten door Europa, samen met zijn partner Joke Janssen, een klein tentje achterop. Op zoek naar mensen, natuur en de 'achterkamertjes van Europa'. Even leek dat spaak te lopen. Een rot jaar hebben ze achter de rug. 'Bij Joke werd kanker ontdekt. Dat is gelukkig goed afgelopen, maar het heeft ons aan het denken gezet. Zij wilde nog een leven zonder stress. Bij mij speelde er wat anders. Elke tien jaar heb ik een vrij radicale ommezwaai gemaakt in mijn werk, een creatieve  sprong. In 2003 heb ik zelfs een nieuwe oratie gehouden. Als ik lang met iets bezig ben, kom ik vast te zitten. Hoe meer ik ergens over weet, hoe minder ik in staat ben iets verrassends, iets creatiefs te bedenken. Dan moet ik van voren af aan beginnen. Dat punt zat er weer aan te komen.'
Aanvankelijk richtte Van Woerkum zich op 'hoe je mensen van a naar b krijgt', hoe ze overtuigd moeten ­worden met een goed persbericht, een video of later met een combinatie van regels, voorlichting en bijvoorbeeld fiscale maatregelen. 'Lange tijd heb ik heel instrumenteel gedacht, maar een verhaal met goede argumenten is niet voldoende om mensen te overtuigen, je moet aansluiten bij wat er leeft, waarover wordt gepraat, hoe je ze vertrouwen geeft. De gedachte dat je iemand kunt aansturen, de onderwijzer kunt uithangen, dat werkt niet. Kijk maar naar discussies over biotechnologie of over  CO2-opslag in Barendrecht. De afgelopen jaren heb ik me vooral gericht op hoe organisaties in tune blijven met hun werkveld.'
Wetenschap en rendement
Navelstaren, is de dood in de pot, vindt Cees van Woerkum. Zo is het hem - thuis ligt de verrekijker onder handbereik - een doorn in het oog hoe natuurorganisaties in zichzelf gekeerd zijn geraakt. 'Ze hebben onvoldoende aansluiting gehouden bij de boeren. Dat belemmert de  zoektocht naar constructieve oplossingen voor het natuurbeleid. Natuurlijk lopen sommige soorten terug, maar daardoor moet je je niet laten verblinden. Shell heeft na de discussie over het afzinken van de Brent Spar het roer omgegooid. Het bedrijf heeft allianties gesloten, onder meer met natuurorganisaties. Eigenbelang, natuurlijk, maar daardoor  komt er bij zo'n grote organisatie wel een stroom binnen van contrasterende informatie over de buitenwereld, wat het eigen groepsdenken doorbreekt.' Ook voor Wageningen UR geldt iets dergelijks, meent Van Woerkum. 'Doe niet defensief over bijvoorbeeld proefdieren, maar zorg dat je voeling houdt, ideeën uitwisselt met de maatschappij, ook met kritische groepen.' Samenspraak is namelijk dé manier om toegepaste wetenschap te laten renderen. En rendement is hét criterium bij toegepast onderzoek. 'In de jaren negentig gaf ik dertig lezingen per jaar en zat ik in tientallen commissies en adviesraden. De laatste jaren ben ik me wat meer op de wetenschap zelf gaan richten - bij de laatste visitatieronde kreeg zijn groep een heel goede beoordeling - want daar worden we meer en meer op afgerekend. Dat bergt een gevaar in zich. Als onderzoeker ben je ook verantwoordelijk voor de benutting van je onderzoek. Science for impact is geen loze kreet.'  
Cees van Woerkum (Eersel, 1947)
1971 Studie Sociologie en massacommunicatie, Katholieke Universiteit Nijmegen
1971 Docent Voorlichtingskunde, Landbouwhogeschool
1982 Dissertatie: Voorlichtingskunde en massacommunicatie; het werkplan van de massamediale voorlichting, Landbouwhogeschool
1989 Hoogleraar Communicatie en innovatiestudies, Landbouwuniversiteit
2003 Hoogleraar Communicatiestrategieën, Wageningen Universiteit
Cees van Woerkum leeft samen met partner Joke Janssen; uit een eerder huwelijk heeft hij drie volwassen kinderen. 
'Wars van dikdoenerij'
'Muziek zit bij Cees in zijn genen; hij is een gedreven, goede muzikant. Voor hem is het denk ik een communicatiemiddel bij uitstek. Allebei spelen we traverso, vooral barokmuziek. Daarin worden de regels van de retorica toegepast om de gemoedstoestand van mensen te beïnvloeden. Afgelopen zomer hebben we een week een masterclass gevolgd in de buurt van Montpellier. 's Avonds dronken we dan een glas wijn. Het is een prettige man met een brede interesse, zeer geïnteresseerd in anderen en betrokken als er wat mis is. Hij denkt niet in vakjes, kijkt over muren heen, en dat is heel typerend: Cees is volkomen wars van dikdoenerij.'
Martin Knotters, onderzoeker Alterra, vaste muziekmaat
'Waar wordt over gepraat in het café?'
'Af en toe treffen we elkaar, in een commissie bijvoorbeeld. Cees is een beminnelijke man, verstrooid wel, maar hij weet wel altijd  precies waar we samen gebleven zijn. Als er een woord Cees aankleeft, dan is het 'gesprek. Hij is enorm belangrijk geweest voor mijn vorming als voorlichter. Vooral door zijn ommezwaai, van een planningsdenker die overweegt hoe zijn boodschap bij de doelgroep aankomt, naar iemand die zich meer op de ontvangers richt: wat speelt er in de maatschappij, waar wordt over gepraat in het café. Een typerende uitspraak: 'Argumenten zijn nutteloos behalve voor degenen die er naar op zoek zijn.'
Guido Rijnja, communicatieadviseur Bestuursdienst Rotterdam
'Verstrooide professor'
'Als je de verslagenheid onder de collega's zag toen Cees zijn afscheid aankondigde, dat zegt eigenlijk alles. Hij is een verstrooide professor in optima forma, maar vooral ook een aimabele man die mensen in hun waarde laat. Een  betere baas krijg ik nooit meer.'
Sylvia Holvast, secretaresse Communicatiewetenschap 
'Hij hecht aan diversiteit'
'Zijn medewerkers krijgen heel veel vrijheid, maar moeten wel laten zien dat ze creëren en produceren. Een lezing in de praktijk of een vakpublicatie is voor Cees van evenveel waarde als een wetenschappelijk artikel. Hij hecht erg aan diversiteit, in zijn team zitten antropologen, sociologen en sociaal psychologen; multidisciplinariteit leidt tot nieuwe ideeën. Met Cees is het bovendien fijn samenwerken. Als we­tenschapper en als mens gaan we hem heel erg missen, maar hij heeft zoveel in ons geïnvesteerd dat er een veerkrachtig team klaarstaat om het stokje over te nemen.'
Noëlle Aarts, universitair hoofddocent Communicatiewetenschap, bijzonder hoogleraar strategische communicatie bij de Universiteit van Amsterdam

Re:ageer