Wetenschap - 15 maart 2017

Meeste platvis overleeft terugzetten in zee niet

tekst:
Albert Sikkema

De meeste ondermaatse tong en schol die door vissers wordt gevangen in de Noordzee, overleeft het terugzetten in zee niet. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Marine Research naar de overlevingskansen van ondermaatse vis in de pulsvisserij.

<foto: shutterstock>

Het onderzoek komt voort uit de Europese regeling dat vissers ondermaatse vis niet langer mogen teruggooien in zee. Deze aanlandplicht geldt voor vissoorten waarvoor een vangstquotum geldt, zoals tong en schol. Maar de wetgever kan een uitzondering maken op deze aanlandplicht als een groot deel van de vis overleeft na het terugzetten in zee. De studie van Wageningen Marine Research, die deze maand is gepubliceerd in het ICES Journal of Marine Science, geeft hier een eerste antwoord op.

Sterfte
De WUR-onderzoekers beoordeelden de overleving van de vis aan boord van twee commerciële vissersboten, waarbij tijdens zeven reizen ondermaatse schol is bemonsterd en tijdens zes reizen ondermaatse tong. Ze concluderen dat 29 procent van de ondermaatse tong het terugzetten in zee overleeft, net als 15 procent van de schol. De sterfte werd duidelijk beïnvloed door de watertemperatuur; hoe hoger de temperatuur, des te hoger de sterfte. Ook de omstandigheden aan boord van de vissersschepen waren medebepalend voor de sterfte. Het grootste deel van de vissen sterft in de eerste dagen nadat ze aan boord zijn gehaald aan zuurstofgebrek en verwondingen die ze hebben opgelopen tijdens de vangst. Ook nam de sterfte toe als het sorteren van de vangst langer duurde, constateren de onderzoekers.

Aanvaardbaar
Onderzoeker Karin van der Reijden, die het onderzoek uitvoerde, wil niet spreken van een laag overlevingspercentage bij het terugzetten van de vis in zee. ‘De vissers zullen zeggen: het is meer dan de 0 procent die overleeft als je de vis aan land brengt.’ De EU, die de aanlandplicht heeft ingesteld, moet volgens haar bepalen welk overlevingspercentage aanvaardbaar is voor een uitzondering. Ze denkt ook dat dit aanvaardbare percentage afhangt van de soort en dat nader onderzoek nodig is. ‘Je wilt eigenlijk weten of de percentages van 29 en 15 procent effect hebben op de populatieontwikkeling van tong en schol.’

Vervolg
Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Coöperatieve Visserijorganisatie en werd mede gefinancieerd door het Europees Visserijfonds. De onderzoekers gaan dit jaar vervolgonderzoek doen hoe de omstandigheden op het schip zodanig kunnen verbeteren dat meer vis het terugzetten in zee overleeft. Van der Reijden denkt dat vooral de tijdsduur van het vissen de kans op overleving bij het terugzetten van de vis kan verhogen. ‘Als je korter vist, heb je minder vangst, en dus minder beschadigde vissen in het net. Bovendien heb je minder tijd nodig om de vangst aan boord te sorteren. Al die factoren leiden tot een hogere overleving.’ Ook de warme temperatuur in de zomer aan boord van de kotters is van invloed, net als de manier waarop de vangst wordt verwerkt aan boord. De onderzoekers willen uitzoeken of een betere koeling en behandeling van de vis voor de sortering hun overlevingskans vergroot.

Nog beter is dat de visser niet langer ondermaatse vis vangt, maar dat is lastig. De meeste vissers willen tong vangen, omdat die het meeste oplevert aan wal, maar vangen dan ondermaatse schol bij. De enige optie om minder ondermaatse schol te vangen, lijkt het vergroten van de mazen van het net. Grote maaswijdtes gaan echter wel ten koste van de tongvangsten en zijn daardoor minder gewenst. Mogelijk kunnen studies naar gedragsverschillen tussen de gevangen vissen hier uitkomst bieden.


Re:ageer