Wetenschap - 15 juni 2017

Meelwormen kunnen veilig groeien op reststromen

tekst:
Tessa Louwerens

Meelwormen die groeien op plantaardige reststromen, zijn waarschijnlijk veilig om te eten. Gifstoffen uit schimmels die in deze reststromen kunnen zitten, hopen zich namelijk niet op in de insecten, ontdekten Wageningse onderzoekers.

Shutterstock ©

Meelwormen kunnen prima groeien op een dieet van plantaardige reststromen. Het risico van deze reststromen is dat ze schimmelgifstoffen (mycotoxinen) kunnen bevatten. De meelwormen hopen de giftige stoffen niet op in hun lijf en lijken in dat opzicht veilig om te eten. Zo blijkt uit onderzoek van het Laboratorium voor Entomologie en RIKILT.

Er is veel onderzoek gedaan naar schimmelgifstoffen in veevoer, maar er is relatief weinig bekend over de risico’s hiervan bij het kweken van eetbare insecten

Nu worden meelwormen vooral gekweekt op tarwezemelen, vertelt onderzoeker Sarah van Broekhoven van het Laboratorium voor Entomologie. Maar het kan nog duurzamer, bijvoorbeeld door de meelwormlarven te kweken op reststromen, zoals broodkruimels. Reststromen kunnen echter ook mycotoxinen bevatten, zoals deoxynivalenol (kortweg DON). Als mensen deze stof binnenkrijgen dan kan dit leiden tot maag-darmklachten, zoals braken en diarree. Verder is onduidelijk wat dit met de meelwormen doet. Van Broekhoven: ‘Er is veel onderzoek gedaan naar schimmelgifstoffen in veevoer, maar er is relatief weinig bekend over de risico’s hiervan bij het kweken van eetbare insecten.’

Schimmelgifstoffen
De onderzoekers bekeken of je meelwormen (Tenebrio molitor L.), een soort die eetbaar is voor mensen, veilig kan laten groeien op voer dat is besmet is met het mycotoxine DON. Ze gaven de meelwormen drie verschillende diëten: voer dat vrij is van DON, voer dat van nature besmet is met DON (4.9 mg per kilo) en voer waar extra DON aan was toegevoegd (8 mg per kilo).

Het blijkt dat de meelwormen op ieder dieet even goed groeien. In de volgroeide meelwormen werd geen DON aangetroffen. Wel kwam DON in de poep terecht. De larven die het van nature besmette voer kregen, poepten uiteindelijk 14 procent van het DON weer uit. Bij de larven die het extra DON dieet kregen, was dit ruim drie keer zoveel. Het grootste deel van de gifstof werd dus blijkbaar wel afgebroken. Dat het in de poep terecht komt, is volgens Van Broekhoven geen probleem voor de consument omdat de meelwormen eerst worden schoongemaakt. ‘Het zou wel een risico kunnen vormen voor de mensen die met de meelwormen werken.’

Waarschijnlijk vormt het kweken van meelwormen op reststromen dus geen risico voor de voedselveiligheid en kunnen mensen ze gerust eten. Maar om dit met zekerheid te zeggen moet er eerst meer onderzoek worden gedaan volgens Van Broekhoven. ‘We hebben nu alleen gekeken naar het mycotoxine DON, omdat we weten dat deze redelijk vaak voorkomt in Europa. Maar we weten niet hoe het zit met andere mycotoxinen. Daarnaast moet nog verder worden onderzocht hoe de meelwormen deze stof afbreken en of de stoffen die hierbij ontstaan ook veilig zijn.’

Lees ook eens:


Re:ageer