Wetenschap - 15 juni 2017

Eerlijke prijs: wel gewenst, niet gemakkelijk

tekst:
Stijn van Gils

Onderzoekers willen dat onder meer milieuschade wordt meegerekend in de berekening van productiekosten van ons eten. Maar over de weg daarna toe bestaat veel discussie, bleek tijdens een conferentie over efficiency in de landbouw.

In 2010 werd hij opgericht: de ‘Wetenschappelijke raad voor integrale duurzame landbouw en gezonde voeding’. Een raad van academici die – al is dat nergens letterlijk te lezen – kritisch zijn op het ‘beperkte Wageningse blikveld’ van intensief landgebruik. De raad probeert een alternatief geluid te laten landen in het beleid.

Tijdens hun conferentie van 9 juni was van dat beperkte Wageningse blikveld echter weinig te merken. Tot tevredenheid van veel deelnemers was juist de WUR-bijdrage aan de vraag ‘wat moeten we met efficiency in de landbouw?’ breed. Veel deelnemers waren het met elkaar eens dat efficiency meer is dan proberen met zo min mogelijk middelen zo veel mogelijk producten te maken.

Besparing
Volgens Imke de Boer, WUR-hoogleraar dierlijke productiesystemen, bestaan er in de veehouderij doorgaans twee manieren om naar efficiency te kijken. Ten eerste het narratief van besparing door productie zo efficiënt mogelijk in te richten. ‘Hier wordt gekeken naar hoeveel grondstoffen en land je nodig hebt per eenheid dierlijk product. Met zo’n paradigma zijn snelgroeiende kuikens het meest efficiënt en is extensieve melkveehouderij, met veel grondgebruik, een slechtere keuze. Maar anderen kijken vooral via een consumptie-narratief en concluderen dat je vanuit milieuoogpunt helemaal geen vlees moet eten.’

Circulair
De Boer wil daar een derde perspectief tegenover zetten: het circulaire narratief. ‘Veel wordt geproduceerd in bundels: productie van melk betekent dat er ook vlees is en  productie van bietsuiker betekent dat ook bietenpulp wordt geproduceerd. Voor menselijke consumptie is het niet geschikt, maar voor bijvoorbeeld varkens wel. Als je op die manier naar milieuschade kijkt, kom je op hele andere cijfers uit. Dan blijkt het beperkt eten van vlees, afkomstig van dieren die voornamelijk reststromen of gras op marginaal land gebruiken, beter.’ Met haar presentatie oogst ze veel bijval.

Milieuschade
Econoom Krijn Poppe van Wageningen Economic Research betoogt later dat milieuschade en andere maatschappelijke kosten beter door het bedrijfsleven moet worden meegenomen. Uiteindelijk moet dat leiden de ‘werkelijke’ prijs. ‘Informatie over milieuschade van verschillende systemen is grotendeels beschikbaar, modellen laten zien dat we die schade behoorlijk goed kunnen berekenen en we kunnen deze informatie met technologie tussen bedrijven uitwisselen’, stelde Poppe.

Antibiotica
Ook veel andere deelnemers zien deze ‘true price’ wel zitten, maar er blijken toch ook bezwaren. Het ‘circulaire narratief’ van De Boer zit bijvoorbeeld nog niet in Poppe’s modellen. ‘Ook blijft het appels met peren vergelijken’, zegt Hans van Grinsven, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving. ‘Wat doe je bijvoorbeeld met risico’s op mondiale antibioticaresistentie? De kans is klein, maar als het mis gaat en miljoenen mensen worden ziek, dan brengt dat gigantische maatschappelijke kosten met zich mee. Wat voor prijs hang je aan dat risico? Werkelijke prijzen zijn soms niet te berekenen, en voor je het weet kom je als wetenschapper in een politieke afweging.’

Poppe is daar juist niet bang voor. ‘Uiteindelijk is alles politiek als het gaat om welke samenleving we in de toekomst willen , daar moeten we ons niet door laten afschrikken.’ Hij kijkt tevreden terug naar de conferentie. ‘Eigenlijk moeten we dit debat snel binnen de WUR zelf gaan houden.’


Re:ageer