Wetenschap - 6 juli 2017

Campus van de toekomst moet stilte bieden

tekst:
Albert Sikkema
1

De virtuele universiteit is op zijn retour. Wetenschappers en studenten hebben behoefte aan structuur, eigen ruimte, ontmoeting en stilte. Dat stelde de Delftse campusonderzoeker Alexandra den Heijer op het afscheidsfeestje van Tijs Breukink op 5 juli.

©Guy Ackermans

Den Heijer onderzocht de campusontwikkeling bij de Nederlandse universiteiten. Vrijwel alle Nederlandse universiteiten hebben de afgelopen jaren hun onderwijs en onderzoek geconcentreerd op campussen en daarmee hebben ze ons belastinggeld heel doelmatig ingezet, stelde ze, omdat ze daarmee veel meer studenten dan vroeger op hetzelfde oppervlak onderwijzen. De WUR spant de kroon, bleek vorig jaar uit haar onderzoek ‘Campus NL; investeren in de toekomst’. De WUR heeft de afgelopen tien jaar 85 procent meer studenten op minder oppervlak onderwezen en kon daardoor investeren in onderwijskwaliteit, aldus Den Heijer.

Rituelen
Campussen zijn van alle tijden, doceerde ze. De traditionele campus van de elite-universiteit, met zijn geslotenheid, rituelen en eigen restaurant, is heel duur en leek tien jaar geleden ten dode opgeschreven. Alle universiteitsbestuurders wilden een nieuwerwetse netwerkcampus met gedeelde onderwijsruimten en faciliteiten, waarbij het restaurant wordt ingeruild voor mobiele foodtrucks. Bovendien voorzagen ze de ontwikkeling van de moderne virtuele campus, waarbij de medewerkers en studenten meer thuis werken, flexibel laveren tussen werk en privé en online onderwijs in de vorm van MOOC’s volgen. ‘Tien jaar geleden was de trend: we gaan naar deze virtuele universiteit’, stelde Den Heijer. ‘Maar vorig jaar keerde dat beeld. Nu is de trend: zorg voor identiteit en ontmoeting, geef structuur en koester het erfgoed en de rituelen.’

Stilte
De nieuwe thema’s in de global community zijn stilte, nieuws vermijden en werkdruk. Daar moet de universiteit van de toekomst in voorzien, adviseerde de Delftse onderzoeker. ‘Je hebt de oude campus van steen, van vaste stof. Je hebt de vloeibare netwerkcampus en je hebt de virtuele campus van gas. In de campus van de toekomst komen alle drie vormen terug. Er komen ontmoetingsruimten naast MOOC’s en flexlabs, er komen pop up-studieruimten in de stad. En parken en tuinen, op de campus of daarbuiten,  zorgen voor stilte, bezinning en het opladen van creativiteit. Dus mijn advies is ook: gooi het erfgoed en de rituelen niet weg, ze hebben hun waarde in de universiteit van de toekomst.’

lees ook

Re:acties 1

  • Michèle Gimbrère

    Het was een interessant verhaal Van Alexandra den Heijer en leuk dat jullie daar aandacht aan besteden. Wel vind ik het eerste zinnetje waarin de redacteur meldt dat de virtuele campus op zijn retour is, wat tendentieus en niet kloppen met de strekking van het verhaal. Om te beginnen is er nog vrijwel geen virtuele campus dus kan hij ook niet op zijn retour zijn. Zoals ook verderop wel staat, gaf Alexandra vooral aan dat men eerst dacht dat de trend richting een virtuele campus zou zijn en dat men nu eerder zoekt naar een evenwicht tussen drie vormen: traditioneel, netwerk en virtueel. Elke universiteit moet daar een evenwicht in zoeken en daar zijn we ook in Wageningen druk mee bezig: een prachtige plek om te werken/studeren/bezinnen, een goed netwerk met maatschappij en ondernemingen èn de ontwikkeling van online (virtueel?) onderwijs. En dat laatste is niet op zijn retour maar groeit nog wel even door.

    Reageer

Re:ageer