Wetenschap - 24 maart 2017

Ander eten voor kankerpatiënten

tekst:
Didi de Vries

Smaak en reukvermogen van kankerpatiënten veranderen tijdens de behandeling. Hierdoor neemt hun eetlust af. Aangepast voedsel is een oplossing.

(Foto: Shutterstock)
Eten dat kankerpatiënten in het ziekenhuis voorgeschoteld krijgen, bevat genoeg
voedingsstoffen. Maar door verlies van smaak en reukvermogen is eten minder
smaakvol en neemt de eetlust af. Een passerende kar met sterk geurend eten kan zelfs weerzin opwekken. Voedingsadvies moet daarom gericht zijn op wat patiënten op dat moment wèl lekker vinden en willen eten. Dat schrijft Elbrich Postma, onderzoeker bij Humane Voeding, in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Om een maaltijd bij reuk- en smaakverandering smakelijk te maken, kan het eten bijvoorbeeld met citroen zuurder gemaakt worden of pittiger door pepers toe te voegen. De structuur, uiterlijk en portiegrootte speelt volgens Elbrich ook een rol. Een patiënt eet misschien wel beter door meerdere kleine porties per dag voorgeschoteld te krijgen dan drie vaste eetmomenten.

Receptorcellen
Bij de helft tot driekwart van de patiënten met kanker komt tijdens behandeling verlies van reuk en smaak voor. Dat komt vooral door chemotherapie. ‘Een chemokuur valt snel delende
cellen in het lichaam aan, waaronder tumorcellen. Receptorcellen, de cellen die ervoor zorgen dat je verschillende smaken proeft, zijn ook sneldelend en worden eveneens aangevallen. Daardoor treedt smaak- en reukverandering op’, aldus Postma.

Dit effect is niet bij alle patiënten even groot. De ene patiënt heeft er langer last van en verliest veel smaak, heeft er korter last van en ervaart een sterkere smaak. Om de voorkeur van patiënten te achterhalen, moeten artsen en verpleegkundigen met patiënten in
gesprek gaan. Verpleegkundestudenten van Christelijke hogeschool Ede onderzoeken momenteel binnen het Oncologisch Centrum van Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede in hoeverre artsen en verpleegkundigen dit doen.

Zwaar
‘Patiënten hebben zelf meestal niet in de gaten dat ze minder proeven en ruiken’, zegt Postma. ‘De hele periode van ziek worden, een diagnose krijgen, de operatie en chemotherapie is mentaal zwaar. Ze zijn met hele andere dingen bezig dan ruiken en proeven. Door ernaar te vragen, kom je er pas achter en kun je helpen.'


Re:ageer